nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

21.02.2018 Breekt precisielandbouw helemaal door in Vlaanderen?

Bijna zes op de tien Vlaamse land- en tuinbouwers past zelf of via een loonwerker precisielandbouwtechnieken toe op zijn bedrijf, of zal dat zeer waarschijnlijk doen binnen een termijn van vijf jaar. De adaptatiegraad hangt af van de deelsector en de bedrijfsomvang. Grotere bedrijven pikken het sneller op, terwijl de investering in precisielandbouw een serieus obstakel is voor landbouwbedrijven met een output kleiner dan 150.000 euro. Ook gebruikers laken het hoge kostenplaatje van de technieken. Dat en meer komen we te weten uit een enquête van het Departement Landbouw en Visserij die doorgaat als nulmeting inzake de toepassing van precisielandbouwtechnieken in Vlaanderen.

Vlaams landbouwminister Joke Schauvliege riep 2018 uit tot het jaar van de data in de landbouw. Voorzien van data afkomstig van bijvoorbeeld een gps op de tractor of sensoren in de stal kan een landbouwer slimme software inschakelen ter ondersteuning van bepaalde bedrijfsbeslissingen. Die link tussen data en softwarematige beslissingsondersteuning leggen lang niet alle landbouwers wanneer hen gevraagd wordt wat ze verstaan onder precisielandbouw. Dat heeft het Departement Landbouw en Visserij moeten vaststellen toen bij de deelnemers van het Landbouwmonitoringsnetwerk een steekproef werd gehouden naar aanleiding van het jaar van de data. Eén op de drie landbouwers stelt het inzetten van nieuwere technologieën, zoals krachtvoederautomaten en gps, eenvoudigweg gelijk met precisielandbouw. “Er heerst duidelijk begripsverwarring.”

Landbouwers doen vooral een beroep op gps in de plantaardige productie en op opbrengstregistratie in de dierlijke productie. Informatiemanagement ontbreekt daarbij vandaag veelal, maar neemt toe in de toekomst. Geavanceerdere technieken zoals variabel zaaien/planten, bodemscanners, beelden gemaakt met drones en precisie-mechanisch wieden, worden volgens de landbouwers meer ingezet door de loonwerker. Van de ruim 500 respondenten zegt 57 procent precisielandbouwtechnieken toe te passen, zelf of via de loonwerker, of dat zeer waarschijnlijk te doen binnen een termijn van vijf jaar. “Het cijfer bewijst vooral dat er veel interesse is in precisielandbouw, en niet dat de technieken al stevig ingeburgerd zijn”, merken de onderzoekers op.

Of een landbouwer precisielandbouw omarmt, hangt niet zozeer af van zijn leeftijd maar wel van de omvang van zijn bedrijf. Meer dan zes op de tien landbouwbedrijven met een standaardoutput van minstens 250.000 euro gebruiken naar eigen zeggen precisielandbouwtechnieken of zijn dat van plan. Bij de categorie met een output lager dan 150.000 euro, is dat maar vier op de tien. Dat sluit aan bij een andere bevinding uit de enquête: de helft van de niet-gebruikers van precisielandbouw vindt dat de onderneming te klein is om te investeren in precisielandbouw. Ook heel veel gebruikers laken het hoge kostenplaatje van de technieken.

Ook het bedrijfstype is een bepalende factor bij de toepassing van precisielandbouw. Drie gespecialiseerde subsectoren steken erboven uit: akkerbouw, intensieve veehouderij (varkens en pluimvee) en melkvee. Dat slechts 17 procent van de tuinders onder glas naar eigen zeggen mee is met precisielandbouw is een merkwaardige vaststelling. Komt het omdat precisielandbouw vooral geassocieerd wordt met akkerbouw en veeteelt of omdat er in de enquête geen specifieke technieken voor glastuinbouw zijn opgenomen? De onderzoekers moeten dat in het midden laten, maar hun kanttekening geeft aan dat het percentage met een korrel zout genomen moet worden.

Als landbouwers precisielandbouw nu al zelf toepassen op hun bedrijf, om welke technieken gaat het dan? Bij meer dan één op de drie plantaardige producenten is dat differential-gps of gps-RTK (41%), het inmeten van percelen via gps (39%), plaats-specifieke gewasbescherming (37%) en perceelkaarten (36%). Meer dan één op de vijf gaat voor plaats-specifieke bemesting (25%), variabel zaaien/planten (24%) en beregenen op perceelsniveau (22%). Een managementinformatiesysteem (18%) en satellietbeelden (16%) zijn minder populair. Andere toepassingen hinken duidelijk nog verder achterop: gewassensoren (8%), beelden gemaakt met drones (6%), precisie-mechanisch wieden (3%) en bodemscanners (2%).

Een aantal toepassingen van plaatslocatie via gps scoren hoog bij de technieken die landbouwers in de plantaardige productie nu nog niet op hun bedrijf toepassen, maar zeer waarschijnlijk zullen introduceren binnen vijf jaar. Variabel zaaien/planten (36%) leidt de dans, voor plaats-specifieke bemesting (33%), perceelkaarten (32%), plaats-specifieke gewasbescherming (29%) en inmeten van percelen via gps (27%). Opvallend is dat technieken die nog niet in zwang zijn, wel potentieel hebben. Zo ziet 23 procent brood in beelden gemaakt met drones, 22 procent in gewassensoren en 19 procent in bodemscanners.

Lees ook: VILT-duiding over big data (2015) en de vierde industriële revolutie (2017)

In de plantaardige productie verrichten loonwerkers heel wat werk op het landbouwbedrijf. Welke precisielandbouwtechnieken passen zij toe? Voor een aantal gps-toepassingen ligt de score een pak hoger dan bij de landbouwer zelf. Volgens de bevraagde landbouwers passen meer dan acht op de tien loonwerkers nu al inmeten van percelen via gps (87%) en differential-gps of gps-RTK (85%) toe. Meer dan de helft gebruikt variabel zaaien/planten (54%) en perceelkaarten (50%). Uit bovenstaande cijfers leidt het Departement Landbouw en Visserij af dat eenvoudige gps-toepassingen een vrij hoge penetratiegraad hebben. “Als we echter kijken of er iets met de verzamelde data gebeurt via meer geavanceerde technieken en of de datastromen beslissingen op het bedrijf ondersteunen, is dat veel minder het geval. Informatiemanagement ontbreekt vandaag veelal. Dat neemt wel duidelijk toe als de periode binnen vijf jaar wordt meegenomen.”

Bovenstaande cijfers zoomen in op de gebruikers, maar nemen niet weg dat de groep niet-gebruikers groot blijft. Het huidige gebruik van heel wat technieken ligt onder de 10 procent, zowel bij de landbouwer als de loonwerker. Percentages boven de 20 procent in het huidige gebruik worden vooral bij loonwerkers genoteerd, bij variabel zaaien/planten, plaats-specifieke gewasbescherming, plaats-specifieke bemesting en satellietbeelden. Loonwerkersmachines draaien meer uren zodat de investering sneller rendabel is. Het hogere aandeel bij de loonwerkers is wellicht te verklaren door het grotere rendement dat ze hebben van hun investeringen door het veelvuldige gebruik.

In de veehouderij valt op dat driekwart van de ondernemers (76%) vandaag op hun bedrijven een vorm van opbrengstregistratie gebruiken, zoals een weegtoestel of een melkmeter. Meer dan vier op de tien doen een beroep op een automatische regeling van het stalklimaat (56%), voeder- of drinkregistratie (51%), een managementsysteem (47%) of gezondheidsmonitoring (45%). Activiteitsmeting (bv. een stappenteller) en positiebepaling binnen/buiten zijn minder in gebruik. Volgens de enquête verwachten de landbouwers voor de komende vijf jaar de grootste sprong bij gezondheidsmonitoring (28%) en activiteitsmeting (22%). Veehouders hebben meer dan akkerbouwers en tuinders het gevoel dat ze door de technieken een beter inzicht krijgen in technische gegevens.

Een beter inzicht in de technische resultaten zien landbouwers samen met nauwkeuriger werken als de belangrijkste voordelen van precisielandbouw. Daarna volgen tijdsbesparing en een hogere opbrengst. Wat hen vandaag weerhoudt om te investeren in de technologie, is vooral de te kleine schaal van de eigen onderneming. Ook vindt men het eigen machinepark er onvoldoende voor uitgerust. En één op de vijf gelooft niet dat precisielandbouw zichzelf terugbetaalt of wacht tot de technologie beter op punt staat of goedkoper wordt. Samengevat schrikt het prijskaartje voor de nieuwe technieken vele landbouwers af, samen met de onzekerheid of het voor de werking van het eigen bedrijf een meerwaarde is. De interesse is er, maar boeren willen meer uitsluitsel over de kosten en baten door onderzoek en willen zien of collega-landbouwers met de introductie van precisielandbouw succes boeken.

Dit rapport past in de werkzaamheden rond het jaar van de data in de landbouw. Het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO), het innovatieve bedrijfsnetwerk Smart Digital Farming en het Departement Landbouw en Visserij willen de kansen en knelpunten in de ontwikkeling en implementatie van 'smart data'-systemen in de landbouw in kaart brengen. De volgende stap is gebruik van ‘big data’ en datagedreven besluitvorming in de landbouw(keten) stimuleren. Tot de eerste helft van 2019 lopen er vijf projecten die innovatieve precisielandbouwtechnieken, zowel in de plantaardige als de dierlijke sector, demonstreren op praktijkcentra en op praktijkbedrijven. Er staan ook allerlei activiteiten op stapel, waaronder het evenement Agrifood 4.0 op 26 april in Oudenaarde.

Meer info: Departement Landbouw en Visserij 

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Agco

Volg VILT ook via