nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

11.08.2017 Britse boeren vinden geen arbeiders door Brexit

De Brexit heeft nu al gevolgen voor de Britse land- en tuinbouwers. Veel Oost-Europeaanse arbeiders zijn al uit het land vertrokken of vertrekken binnenkort waardoor de Britse boeren en de verwerkende industrie het steeds moeilijker hebben om de nodige arbeidskrachten te vinden. Die beslissing is niet alleen ingegeven door de vrees dat Groot-Brittannië binnenkort zijn grenzen zal sluiten voor buitenlandse arbeidskrachten, ook de scherpe val van de Britse pond waardoor de buitenlandse arbeiders in eigen valuta veel minder verdienen, speelt een rol.

Al sinds het Brexit-referendum van vorig jaar roepen de Britse landbouworganisaties dat ze hun Oost-Europese arbeiders willen houden. Die zorgen er niet alleen voor dat de gewassen van het veld gehaald worden, maar ze werken vaak ook in slachthuizen, aardappelverwerkende bedrijven en andere agrovoedingsbedrijven. De vrees van de landbouworganisaties is dat al deze arbeiders na het sluiten van de grenzen in 2019 Groot-Brittannië niet meer in mogen.

Maar de arbeiders lijken niet tot 2019 te wachten en trekken zelf hun conclusies. “We hebben nu al 20 procent minder mensen beschikbaar dan vorig seizoen en het wordt met de dag erger”, zegt John Hardman die voor een uitzendbureau voor de agrarische sector werkt. Eén op drie van die bureaus zegt nu al te weinig arbeidskrachten te hebben. Zij zien een aantal verklaringen voor dat tekort aan arbeiders.

“Door de Brexit-stemming hebben buitenlanders de indruk gekregen dat Britten xenofoob zijn”, klinkt het. Daarnaast heeft de Brexit ook geleid tot een scherpe val in de waarde van de pond waardoor Polen, Roemenen of Hongaren omgerekend in hun eigen valuta veel minder verdienen. Een derde argument is nog dat de economie in veel Oost-Europese landen uitstekend draait en er dus geen reden is om ver van huis geld te gaan verdienen.

Dit alles baart de grote landbouworganisaties zorgen. Zeker nu blijkt dat de Groot-Brittannië nog maar voor 60 procent zelfvoorzienend is, terwijl dit 30 jaar geleden nog 80 procent was. “Als we zo verder gaan, dan moeten we over een jaar of tien meer dan de helft van onze voeding uit het buitenland halen”, luidt het.  

Nochtans zagen de landbouworganisaties in de Brexit een unieke kans om de landbouw en het daarop gerichte overheidsbeleid op een andere leest te schoeien. “Volledig zelfvoorzienend worden is niet mogelijk, maar we moeten wel de productie van voeding waar we goed in zijn, maximaliseren. Als we voeding invoeren die we hier zelf kunnen produceren, dan exporteren we alle milieu-, economische en sociale voordelen die de landbouw ons oplevert”, aldus de National Farmers Union. 

Bron: |

In samenwerking met: Boerderij

Volg VILT ook via