nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

20.03.2018 Bulgarije boekt vooruitgang met GLB-standpunt lidstaten

Tijdens de Landbouwraad van afgelopen maandag heeft EU-voorzitter Bulgarije een meerderheidsstandpunt over het gemeenschappelijk landbouwbeleid bereikt. Drieëntwintig neuzen wijzen dezelfde richting uit wanneer het gaat over het belang van inkomenssteun aan de landbouw en de noodzaak om wat te doen aan extreme prijsvolatiliteit op landbouwmarkten. De lidstaten vinden dat de Commissie een juiste keuze maakt door het landbouwbeleid na 2020 groener, eenvoudiger en meer resultaatsgericht te maken. Over het gelijktrekken van de landbouwsteun tussen lidstaten ontbreekt die eensgezindheid.

Na maandenlange onderhandelingen tussen de lidstaten zijn ze het over de grote lijnen voor het EU-landbouwbeleid na 2020 eens. Na de Landbouwraad van maandag pende EU-voorzitter Bulgarije de meerderheidsvisie op het toekomstig gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) neer. Bulgaars landbouwminister Rumen Porodzanov bedankte zijn collega’s in de Landbouwraad voor het vinden van een consensus. Europees landbouwcommissaris Phil Hogan had nog liever gezien dat ze het unaniem eens waren met elkaar, “maar ik begrijp dat zoiets niet eenvoudig is in het licht van de externe convergentie waarover de meningen verschillen”.

Polen en de Baltische staten waren naar de Landbouwraad afgezakt met de gezamenlijke eis om de inkomenssteun aan landbouw verder gelijk te trekken tussen Oost- en West-Europa. De lage waarde van een betalingsrecht in de nieuwe lidstaten is ook Slowakije een doorn in het oog. Hun namen ontbreken in de meerderheidsverklaring van de lidstaten over ‘The future of food and farming’, de aanzet die de Europese Commissie gaf voor het GLB na 2020. Voor het overige verliep de discussie volgens Porodzanov in een heel constructieve sfeer. Makkelijk was het naar verluidt niet, door de onzekerheid omtrent het landbouwbudget.

Om de Europese steun aan landbouw te rechtvaardigen, verwijzen de lidstaten naar de bijdragen die het landbouwbeleid kan leveren aan het Klimaatakkoord van Parijs, de internationale ontwikkelingsdoelstellingen en andere Europese beleidsdoelstellingen (milieu, biodiversiteit, dierenwelzijn, enz.). Op voorwaarde dat landbouwers vergoed worden voor de maatschappelijke diensten die ze leveren, heeft het hogere ambitieniveau inzake milieubescherming de goedkeuring van de lidstaten. Als de EU landbouwers tot meer milieu- en klimaatinspanningen wil bewegen dan hetgeen wettelijk verplicht is, dan zal er volgens de lidstaten meer nodig zijn dan hen vergoeden voor het inkomensverlies en de kosten die gepaard gaan met bovenwettelijke maatregelen.

Het GLB vindt zijn rechtvaardiging ook nog steeds in de ‘oude’ waarden uit het Verdrag van Rome: de landbouwproductiviteit verhogen; in een behoorlijke levensstandaard voor boeren voorzien, landbouwmarkten stabiliseren en, tot slot, de voedselbevoorrading verzekeren aan voor de consument betaalbare prijzen. De grote vernieuwing van het Europees landbouwbeleid situeert zich niet bij de doelstellingen, maar hoe die bereikt zullen worden op het terrein. Lidstaten krijgen nog meer zeggenschap, zoveel zelfs dat de Raad vreest voor het gemeenschappelijk karakter van het landbouwbeleid en de Commissie vraagt om te waken over het gelijke speelveld tussen de lidstaten.

De conclusies van de voorzitter van de Landbouwraad vind je hier.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via