nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

31.10.2016 "Canadese boeren doodsteken met onze goedkope melk?"

Vrijhandelsakkoorden als CETA werken schaalvergroting in de hand en dat is niet noodzakelijk een goede zaak voor Belgische land- en tuinbouwers. Dat zegt Luc Hollands, biologisch melkveehouder uit de Voerstreek. Hollands is kritisch over de dereguleringsagenda van Europa die onder meer leidde tot de afschaffing van de melkquota. CETA is het vliegwiel dat de spiraal naar grootschalige landbouw tegen lage prijzen versnelt, aldus Hollands. “In plaats van vier families die elk 80 koeien houden, krijg je één grote boerderij waar boeren in loondienst werken.” Politicoloog Hendrik Vos (UGent) voorspelt dat door CETA met nog veel meer aandacht gekeken zal worden naar toekomstige onderhandelingen, “waardoor Europa het been echt stijf zal moeten houden”. 

Europa mag het CETA-vrijhandelsakkoord met Canada dan wel getekend hebben, het stof na de tumultueuze eindstrijd die het Waalse parlement leverde is nog niet gaan liggen. En volgens verschillende stemmen zal dat ook niet gauw gebeuren. Luc Hollands, melkveehouder uit de Voerstreek, vertelt in De Standaard hoe vrijhandelsverdragen à la CETA tot een “race to the bottom” leiden die het familiale landbouwmodel uit onze streken opvreet.

“CETA is het vliegwiel dat de spiraal naar grootschalige landbouw tegen lage prijzen versnelt”, aldus Hollands. “In plaats van vier families die elk 80 koeien houden, krijg je één grote boerderij waar boeren in loondienst werken, naar Amerikaans of Canadees model, waar goedkope grond in overvloed is. Moeten wij blij zijn dat we de melkveehouder in Canada doodsteken met onze veel te goedkope melk, terwijl zij met hun hormonenvlees onze vleesproducenten kapotmaken? Daar wil ik niet aan meedoen.”

“Multinationals trekken zich niets aan van de lokale producenten”, aldus Hollands. “De boter van Balade hier wat verderop wordt gemaakt met melk uit Nieuw-Zeeland en Belgische fruittelers krijgen subsidies om hun appels en peren te vernietigen, terwijl onze markt overspoeld wordt door Pools appelsap. Multinationals veranderen hun aankoopbeleid met een vingerknip als de prijzen elders goedkoper zijn. Enkel de economische logica telt.”

Zelf stapte Hollands enkele jaren geleden over naar biolandbouw. “Landbouwers zijn niet alleen leveranciers van voedsel, wij zijn ook de behoeders van het landschap”, aldus Hollands. “Waarom komen de toeristen graag naar de Voerstreek? Omdat het hier zo mooi is. Als de familiale boerderijen worden vervangen door maïsvelden voor de agro-industrie, zal het snel gedaan zijn met de charme van het land van Herve. De mensen beseffen dat. Maar politici die onderhandelen in de achterkamers van de Europese macht, trekken zich niet aan wat de mensen willen.”

Luc Hollands groeide uit tot één van de spreekbuizen van de mobilisatie tegen CETA. Hij vertegenwoordigt de stem van heel wat collega-bioboeren, maar ook vakbonden, mutualiteiten en een rits middenveldorganisaties - 120 nu al, zijn verenigd in de overtuiging dat het anders moet. Het Waalse verzet tegen CETA borrelde jaren geleden op vanuit ngo's en gemeenten, samen met dat tegen het TTIP-akkoord dat Europa onderhandelt met de VS. Het werd opgepikt door het Waals Parlement, dat anderhalf jaar met alle mogelijke betrokkenen hoorzittingen organiseerde.

Ondertussen deelt het gros van de Franstalige Belgen zijn bezorgdheid - volgens peilingen zou 70 procent tegen CETA en TTIP zijn. Ook in Duitsland, Oostenrijk en Polen was verzet, maar alleen hier hield ook de politieke klasse het been stijf. Hoe komt dat? “Omdat nergens anders het parlement zoveel energie heeft gestoken in dit verdrag”, aldus Hollands. “Bij ons is dat binnenstebuiten gekeerd. Wat opvalt: hoe meer je erover weet, hoe harder je gaat twijfelen of de zogenaamde baten wel opwegen tegen de neveneffecten. Je gaat je afvragen wie de echte winnaars zijn.”

De groeiende weerstand zorgt er alleszins voor dat toekomstige onderhandelingen er niet makkelijker op zullen worden. “De tijd dat handelsakkoorden nog louter focusten op lage invoerrechten is al lang voorbij”, weet professor Hendrik Vos (UGent). “Die zijn de afgelopen decennia al sterk verlaagd. Als men nu de wereldhandel nog wil stimuleren, dan moet dat via technische afspraken rond productnormen, kwaliteitsnormen en voedselveiligheid. Voor Europa komt het er bij die onderhandelingen op aan de eigen hoge standaard te handhaven. Dat maakt dat die gesprekken heel moeilijk zijn.”

Dat verdragen met pakweg India over voedselveiligheid niet vanzelfsprekend zijn, daar kan iedereen zich nog iets bij voorstellen. Maar het zit hem ook vaak in een technischer hoek. "Neem nu een kinderzitje”, aldus Vos. “Dat is in de VS niet onveiliger dan in Europa, maar we stellen wel andere eisen. Ook die moet je op één lijn krijgen. Door CETA zal met nog veel meer aandacht gekeken worden naar de toekomstige onderhandelingen, waardoor Europa het been echt stijf zal moeten houden. Maar per definitie een verloren zaak zijn die deals met de Verenigde Staten en andere niet. Daarvoor zijn de belangen van de grote bedrijven bij dergelijke deals te groot, en daarvoor is vooral het positieve effect op de welvaart dat doorgaans volgt op de handtekeningen veel te aanlokkelijk.” 

Bron: De Standaard/De Morgen

Volg VILT ook via