nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

29.05.2017 CEJA bepleit betere match tussen oude en jonge boer

CEJA, de Europese koepelorganisatie van jonge boeren, heeft zijn visie op het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2020 neergepend en overhandigd aan EU-commissaris Phil Hogan. Het document kreeg toepasselijk de naam ‘Young farmers are key in the future CAP’. Als drieledige doelstelling voor het GLB wordt naar voor geschoven: generatievernieuwing, duurzame economische ondersteuning en progressieve milieumaatregelen. Het meest vernieuwende idee is dat van de ‘matchmaker’ tussen jonge en oude boeren, de zogenaamde ‘land mobility service’.

Generatievernieuwing moet een grote rol gaan spelen in het nieuwe Europese landbouwbeleid. CEJA heeft er bij EU-commissaris Phil Hogan nog een keer op gehamerd hoe belangrijk het is om jonge boeren te stimuleren. De realiteit is dat amper zes procent van landbouwers in Europa jonger is dan 35. “Beleidsmakers en de maatschappij in zijn geheel moeten zich de vraag stellen wie in de toekomst voedsel zal produceren”, zeg CEJA-voorzitter Alan Jagoe. Van het totale GLB-budget zou zijn organisatie graag 20 procent aan de kant zetten om de generatievernieuwing op gang te trekken. Wars van de te verwachten financiële problemen als gevolg van de Brexit pleit CEJA voor een “ambitieus en groter” budget voor landbouw.

Een snelle lezing van de bundeling van zeven positiepapers leert dat CEJA veel belang blijft hechten aan inkomenssteun want het voorstel luidt om daar de helft van het budget voor te reserveren. Wat de jongerenorganisatie ‘duurzame economische ondersteuning’ noemt, bestaat uit de huidige hectarepremie in combinatie met steun die afgestemd is op de landbouwactiviteit en gekoppelde steun voor kwetsbare deelsectoren. De EU-subsidies puur aan grond koppelen, vindt CEJA geen goed idee omdat de inkomenssteun dan dreigt op te gaan in een hogere grond- of pachtprijs. Het huidige beleidskader voorziet reeds dat een lidstaat de jongeren onder zijn landbouwpopulatie financieel extra kan ondersteun met een ‘top up’. Vanzelfsprekend blijft CEJA daar voorstander van. In verband met gekoppelde steun luidt het verdict ‘moderniseren’ want een oplossing is dat niet gebleken voor de grote martktschommelingen.

Van de uitdagingen op vlak van milieu en meer in het algemeen duurzaamheid zijn jonge boeren zich bewust. “Jonge landbouwers zijn de nieuwe milieubeschermers”, klinkt het. “Het werk dat ze doen op hun boerderijen en velden verdient erkenning als publieke dienst.’ Laat 30 procent van het budget naar progressieve en proactieve milieumaatregelen gaan, klinkt het bij CEJA, en richt ze op milieu-, klimaat- en biodiversiteitsbescherming. Men is het meest te vinden voor een op vrijwilligheid gebaseerde aanpak zodat milieumaatregelen in de ogen van CEJA best optioneel zijn. De milieumaatregelen implementeren zou behalve individueel ook via een collectieve aanpak mogelijk moeten zijn.

Verder geeft CEJA aan dat het beleid eenvoudiger kan. Hiermee ondersteunt ze de ambitie van de Europese Commissie om te komen tot een beleid dat minder belastend is voor boeren en beleidsuitvoerders. “Administratieve vereenvoudiging mag echter geen argument zijn om inefficiënte maatregelen te introduceren”, klinkt het nog. In het kader van die vereenvoudiging zijn een groot aantal lidstaten gewonnen voor het afvoeren van de voorwaarde ‘actieve boer’ bij het afbakenen van de begunstigden van Europese inkomenssteun. Dat is niet wat CEJA wil want de jongerenorganisatie vindt het belangrijk dat de voorwaarde gehandhaafd blijft en zelfs nog verstrengd wordt. Als inkomenssteun naar niet-landbouwers gaat, dan ondermijnt dat het maatschappelijk draagvlak. Zelfs de toegang tot landbouwgrond mag van CEJA gekoppeld worden aan de status ‘actieve boer’.

Als het van de jonge landbouwers afhangt, dan worden ‘pensioenboeren’ uitgesloten van inkomenssteun. Ook moet er een uitgebreidere negatieve lijst komen van wie allemaal geen actieve landbouwer is. Een actieve boer is iemand die een te specifiëren aandeel van zijn arbeidstijd besteedt aan landbouwactiviteiten, zoals hij daar ook een bepaald deel van zijn inkomen uit haalt. CEJA stelt voor om oude boeren de kans te geven om uit het beroep te stappen en de fakkel door te geven aan de jonge generatie. Op het niveau van een lidstaat of regio zou daartoe een ‘matchmaker’ aan de slag moeten die successieplanning en allerlei samenwerkingsvormen (share farming, leasing, enz.) promoot.

Jonge landbouwers hebben het vooral moeilijk om hun gepensioneerde collega’s los te weken van de gronden die ze – al dan niet zelf – blijven bewerken. Daar zouden de Europese Commissie en de lidstaten wat aan kunnen doen. CEJA oppert aanpassingen aan het belastingstelsel en het erfrecht, en vindt zelfs dat jonge boeren een voorkooprecht verdienen voor landbouwgrond in overheidseigendom.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via