nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

08.03.2018 Compensatie veehouders met code oranje/rood start traag

In het najaar van 2014 was de commotie groot toen de Vlaamse overheid veehouders informeerde over de stikstof die hun bedrijf uitstoot op waardevolle natuur in de buurt. Meer dan 1.400 veebedrijven kreeg code oranje en 135 andere code rood. Inmiddels is het aantal bedrijven met een onzekere of ronduit ongunstige vergunningssituatie gereduceerd tot een 600-tal. Vlaams parlementslid Lydia Peeters (Open Vld) verbaast zich over de trage compensatie van de getroffen bedrijven. Ze vernam van minister Joke Schauvliege dat negen veehouders met code rood tot dusver beroep deden op het flankerend beleid en er voor vier een akkoord is. De eerste veehouder met code oranje die hulp wil van de overheid moet zich nog kenbaar maken. Naar verwachting gebeurt dat in de komende maanden.

De vorige Vlaamse regering besliste in 2014 om een beleid te ontwikkelen dat economie en ecologie moest verzoenen op het vlak van stikstofdepositie. Stikstof die uitgestoten wordt door menselijke activiteiten (landbouw, verkeer, industrie, …) staat natuurontwikkeling in de weg door het verrijken van de bodem. Wanneer enkel naar de binnenlandse bronnen van stikstofdepositie in natuurgebied gekeken wordt, dan blijkt landbouw de belangrijkste bron. Het aandeel van de ammoniakemissie uit stallen schommelt naargelang de regio van ruwweg 15 tot 40 procent. Uit cijfers die minister Joke Schauvliege meedeelde aan Open Vld-parlementslid Lydia Peeters blijkt dat de veehouderij in de provincies Antwerpen (15 codes rood en 127 oranje) en Limburg (14 codes rood en 126 oranje) het zwaarst getroffen wordt.

Voor een oplossing kijkt de Vlaamse overheid vooral in de richting van landbouw. Bij de goedkeuring van de programmatische aanpak stikstof werd die bittere pil verguld door het optrekken van de drempel waarboven bedrijven een significante impact hebben op natuur. In plaats van 3 procent werd de significantiedrempel 5 procent, wat leidde tot meer groene en minder oranje bedrijven. Hun aantal is gereduceerd tot 540, mede dankzij het verkleinen van de zoekzones voor natuur. Rode bedrijven zijn er geen 135 meer, maar 52. Veehouders doen er goed aan om de invloed van hun bedrijf precies te berekenen met de impactscoretool

Begin 2015 keurde de Vlaamse regering een herstructureringsprogramma goed voor de (rode) bedrijven die onvergunbaar worden op de dag dat hun milieuvergunning vervalt. Zij hebben volgende opties: bedrijfsreconversie, bedrijfsverplaatsing, (uitgestelde) bedrijfsbeëindiging of koopplicht in hoofde van de overheid. In de zomer van 2017 werd het flankerend beleid uitgebreid naar bedrijven met code oranje. Dat zijn bedrijven die tussen 5 en 50 procent bijdragen aan de kritische stikstofdepositie. Zij krijgen enkel een nieuwe vergunning als hun ammoniakemissie gelijk blijft of daalt. Hebben ze alle wettelijk verplichte inspanningen gedaan om de ammoniakuitstoot te verlagen en volstaat dat nog altijd niet, dan krijgen ze toegang tot dezelfde compensatiemaatregelen als rode bedrijven. Een onafhankelijk expert brengt in kaart wat de beste voorkeursoptie is voor het bedrijf in kwestie.

Het antwoord van minister Schauvliege op de vraag van Lydia Peeters leert dat veehouders geen haast maken met het aanvragen van flankerende maatregelen. Amper negen rode landbouwbedrijven dienden reeds een aanvraag in. Voor acht van deze negen landbouwbedrijven heeft de Landcommissie of de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) een voorstel uitgewerkt. Vier van hen hebben dat reeds aanvaard. De bedrijfsverplaatsing van twee melkveebedrijven met een aanzienlijk areaal, en van een niet grondgebonden pluimveebedrijf, is bijvoorbeeld nog niet rond. Na een aanvraag duurt het ongeveer een jaar voor de Landcommissie een aanbod kan doen aan de landbouwer. In deze periode wordt de aanvraag onderzocht, wordt er bekeken welke onderdelen van het bedrijf worden opgenomen in het dossier en worden de vergoedingen en aankoopprijzen bepaald. Over deze zaken wordt er met de landbouwer en zijn adviesbureau overlegd. Na het aanbod heeft de landbouwer zes maanden de tijd om al dan niet in te gaan op het aanbod of om alsnog in beroep te gaan.

De meeste veehouders met code rood kopen tijd want ze kunnen hun bedrijf blijven uitbaten tot de einddatum van hun milieuvergunning. Bij zes op de tien rode bedrijven loopt de vergunning tot 2028 of later. Nog een reden om niet meteen in het flankerend beleid te stappen, is het verder inkrimpen van de zoekzones zodat een aantal bedrijven hun ongunstige kleurcode nog hopen te verliezen. Algemeen geldt dat de knoop doorhakken moeilijk is zodat bedrijfsleiders daar de nodige tijd voor nemen. De Vlaamse Landmaatschappij verwacht dit jaar nog een aantal nieuwe aanvragen van rode landbouwbedrijven.

Aanvragen van veehouders met code oranje zijn er voorlopig in het geheel niet. VLM verwacht dat hier de komende maanden verandering in komt. Het flankerend beleid is pas op 1 juli 2017 opgestart en een aanvraag kan niet meteen ingediend worden. Eerst moet een beoogde uitbreiding ongunstig beoordeeld zijn, en daarna moet een adviesdienst zich buigen over de beste toekomstopties voor een landbouwer. Andermaal een lastige beslissing zodat landbouwers hun tijd nemen.

Tot op heden is er 174.000 euro uitbetaald voor de reconversie van een gemengd melk- en pluimveebedrijf in West-Vlaanderen dat code rood kreeg. In dezelfde provincie zijn twee andere veehouders akkoord gegaan met een vergoeding voor bedrijfsstopzetting. Het ene varkensbedrijf zal daarvoor 649.000 euro ontvangen, het andere gemengde varkens- en melkveebedrijf ongeveer 294.000 euro. Voor de gedwongen aankoop van een varkensbedrijf in Vlaams-Brabant trekt de overheid ruim 1 miljoen euro uit. Een akkoord tussen overheid en landbouwer betekent niet dat die laatste reeds is uitbetaald. Dat gebeurt pas bij het verlijden van de aankoopakte, het effectief stopzetten van het landbouwbedrijf of de bedrijfstak, of het effectief uitvoeren van een investering bij reconversie of bedrijfsverplaarsing.

In 2017 werd 10 miljoen euro uitgetrokken voor het flankerend beleid voor de rode bedrijven. Met een deel van de middelen die niet gebruikt zijn voor het vergoeden van landbouwers is ruilgrond aangekocht. Als er in de toekomst natuur moet worden gerealiseerd op landbouwpercelen binnen speciale beschermingszones (SBZ) zullen een aantal landbouwers zo’n perceel kunnen ruilen met grond buiten SBZ. Over grondruil voert VLM verkennende gesprekken met een vijftal landbouwers, en is er in één dossier een ruilbelofte ondertekend. De grondenbank beschikt momenteel over 57 hectare potentiële ruilgrond, verspreid over de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant, Limburg en West-Vlaanderen.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via