nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

14.02.2018 "Controles importvlees lang niet waterdicht"

Dagblad De Morgen zoekt in de marge van het El Pozo-schandaal uit hoe het met het dierenwelzijn van importvlees is gesteld en hoe we daar überhaupt zicht op kunnen krijgen. Hoe kan je honderdduizenden ton vlees controleren op dierenwelzijn? Het antwoord is vrij eenvoudig: niet, zo luidt de conclusie. Op Europees niveau zijn heel wat regels inzake dierenwelzijn van kracht, maar de controle ervan ligt vaak bij het land van productie.

Zowel in eigen land als in het buitenland blijkt het niet evident om te garanderen dat er bij de productie van vlees voldoende aandacht is besteed aan dierenwelzijn. Hoe kun je daar als consument zeker van zijn? Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts verhoogde het aantal inspecteurs, maar het spreekt voor zich dat een handvol inspecteurs niet permanent de hele sector in het oog kan houden, laat staan voor buitenlands vlees.

"Wij zijn niet betrokken bij de controles van slachthuizen in het buitenland", zegt Brigitte Borgmans daarover, woordvoerder van het Departement Omgeving. "De Inspectie Dierenwelzijn heeft de handen al vol met de inspecties die hier in Vlaanderen moeten gebeuren." Op Europees niveau zijn er heel wat regels inzake voedselveiligheid en dierenwelzijn. "Maar de controle ervan ligt bij het land van productie", legt Europarlementslid Bart Staes (Groen) uit.

"We merken dat het ene land hier strikter op toeziet dan het andere", aldus Staes. "Wat daarom niet betekent dat alles zomaar kan. Elke lidstaat heeft een instituut dat moet controleren of het dierenwelzijn wordt gerespecteerd. Blijkt dat niet, of onvoldoende te werken, dan zal Europa wel degelijk optreden. Nu ook zullen we Spanje op het matje roepen en de overheid om uitleg vragen over het El Pozo-schandaal." Weigert een lidstaat om maatregelen te nemen, dan kan die in extreme gevallen voor het Europees Hof van Justitie worden gedaagd.

Bij vlees dat van buiten Europa komt, wordt er meteen aan de poort gecontroleerd. Komt er een lading uit China, Brazilië of Argentinië, dan gaat het FAVV naar een grensinspectiepost om dat te controleren. Al zegt dat uiteraard weinig over de omstandigheden in de slachthuizen ter plaatse. "Daarvoor bestaat het Europese Directoraat-generaal Gezondheid en Voedselveiligheid", legt Staes uit. "Zij voeren overal audits uit, zowel in Europese lidstaten als in 'derde landen' die vlees naar ons willen uitvoeren. Zij gaan echt ter plaatse kijken of de regelgeving wordt gerespecteerd. En die rapporten zijn best uitvoerig."

Het nadeel: willen die inspecteurs een vleesproducent buiten Europa bezoeken, dan moeten ze daarvoor de medewerking hebben van de betrokken overheid. "Zij mogen daar niet zomaar een slachthuis binnenvallen", zegt Staes. "Het gaat in de praktijk dus steeds om aangekondigde controles." Helemaal waterdicht is het systeem dan ook geenszins. "Dat is onmogelijk", legt de Europarlementariër uit. "Het Europese Directoraat heeft pakweg 400 inspecteurs ter beschikking. Die kunnen niet alle miljoenen plaatsen bezoeken waar voedsel wordt geproduceerd. Je kunt niet naast elke stroper een boswachter zetten."

Bron: De Morgen

Volg VILT ook via