nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

13.08.2018 “Crispr is echt geen hocus pocus”

In een opiniestuk in de krant De Standaard uiten onderzoekers van ILVO hun ongenoegen over de beslissing van het Europees Hof van Justitie over crispr of 'gene editing'. Plantenrassen ontwikkeld met een crispr-gewijzigde voorouder en alle ermee geproduceerde voeding en voeder vallen voortaan onder de bestaande loodzware en peperdure EU-procedure voor ggo-registratie. “Het is jammer om crispr in de plantenveredeling zo onbetaalbaar streng te reglementeren”, zeggen onderzoekers van ILVO.

De onderzoekers van het Vlaams Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) zijn zelf sterk betrokken bij de hele zaak. ILVO veredelt immers een aantal landbouwgewassen. “Ziekteresistentie, droogteresistentie, klimaatrobuustheid, niet-allergeniciteit, verteerbaarheid, smaak, opbrengst, groeikracht, nutriëntengebruik,… Dat zijn allemaal kenmerken die we met kennis van de genetica van het gewas - en met een arsenaal aan veredelingstechnieken - doelgericht proberen in te bouwen”, zegt Joris Relaes, administrateur-generaal van ILVO.

Veredelen - bepaalde kenmerken in volgende generaties verbeteren - is altijd mikken op precieze, gewenste veranderingen in het DNA en tegelijk de vele reeds aanwezige goede eigenschappen van de ouderlijnen behouden. “De hand van de veredelaar is lang niet de enige bron van wijzigingen”, legt onderzoekster Lieve Herman uit. “DNA is niet statisch. In elk levend wezen gebeuren er voortdurend 'mutaties'.”

Nu crispr het ggo-statuut gekregen heeft, zijn er een paar veranderingen op til. Veredeling zal zeker niet onmogelijk worden, ‘gene editing’ is nog steeds maar één manier van veredelen. “Voor de meeste doelstellingen zijn er alternatieve wegen”, zegt ILVO-onderzoeker Kristiaan Van Laecke. “Alleen zijn die minder precies en trefzeker en vergen ze meer tijd. Het is zoals je weg vinden met een landkaart. Je geraakt er ook, maar een GPS is makkelijker en wellicht sneller.”

“We belanden ook niet meer in een of ander ‘kamp’”, vult zijn collega Isabel Roldán-Ruiz aan. “Eerlijk gezegd, de vermeende tweespalt die in debatten wordt geponeerd, tussen biotechnologische aanhangers en zogenaamd 'klassieke' veredelaars bestaat in de praktijk niet. De professionele veredelaar gebruikt waar hij kan moleculaire analyses en complexe labtechnieken om cellen te verenigen of planten-DNA te verdubbelen.”

De onderzoekers maken zich wel zorgen over de controle op de markttoegang. Wat gebeurt aan de Europese grenzen? Wanneer iemand bijvoorbeeld een partij soja importeert zonder te vertellen dat er crispr is gebruikt, dan kunnen wetenschappers niet achterhalen of er effectief crispr aan te pas is gekomen. “In ggo's van vóór de crispr-generatie weten we precies naar welke merkers in het genoom we moeten zoeken”, legt onderzoeker Johan Van Huylenbroeck uit. “Crispr-ggo's zijn echter niet te onderscheiden. De mutaties in het DNA zien er hetzelfde uit, of ze via crispr, via een mutagenese techniek die niet onder ggo-statuut valt, of via natuurlijke evolutie hebben plaatsgevonden. De (voorlopige?) niet-opspoorbaarheid van crispr lijkt ons een groot probleem.”

Daarnaast waarschuwen de onderzoekers voor het fenomeen ‘oogkleppen’. Voor veredelaars is crispr een erg nuttige techniek om robuustere rassen te ontwikkelen. “We moeten tegelijk méér voedsel produceren, voor wereldwijd méér mensen, die zich méér plantaardig zullen voeden en méér diverse voedings- en gezondheidsbehoeften zullen hebben”, verzucht onderzoeker Marc De Loose. “En dat op minder ruimte aan landbouwareaal, met minder externe input (mest, pesticiden…) en in een extremer klimaat. Zonder aan bangmakerij te willen doen, denken we als ILVO dat we alle beschikbare tools in de veredeling zullen nodig hebben om dat te blijven realiseren.”

Bron: De Standaard

Volg VILT ook via