nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

11.02.2019 “De boeren kapot, is dat wat we willen?”

Eerst dreven de groene jongens de boeren tot wanhoop. Nu zijn het de klimaatbetogers. De krant De Standaard ging het gesprek aan met Guy Depraetere, bioboer en algemeen secretaris van het Algemeen Boerensyndicaat, en biologisch veehouder en BioForum-voorzitter Kurt Sannen. “Ik heb schrik dat de jongeren massaal stoppen met vlees eten”, zegt Guy Depraetere. “Dat doen ze niet”, reageert Kurt Sannen. “Maar met de grootschalige landbouw halen we de klimaatdoelen nooit. We staan op een cruciaal kruispunt. De roep om eerlijke en duurzame landbouw, de aandacht voor het klimaat en voor ongelijkheid: het kan allemaal helpen om het accent voorgoed te veranderen.”

Joke Schauvliege had zich vier jaar geleden voorgenomen natuur en landbouw te verzoenen. Maar vorig weekend viel het masker af: uit het filmpje van haar beruchte nieuwjaarsspeech bij het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) bleek dat de minister zich toch meer op haar gemak voelt bij de landbouwers dan bij de natuurbeschermers. Guy Depraetere voelt er zich vijf dagen later nog ongemakkelijk bij. Hij was het die de minister voor de receptie had gestrikt, als algemeen secretaris van ABS. Maar als bioboer voelt hij zich net zo ongemakkelijk bij de tegenstelling tussen natuur en landbouw, die naar aanleiding van haar ontslag weer wordt uitvergroot. “Wij boeren waren groen voor Groen bestond”, provoceert hij.

Naast hem aan tafel knikt Kurt Sannen. “Ik heb de liefde voor de natuur opgedaan op de rug van een boerenpaard bij mijn grootvader.” Nochtans konden verschillende van zijn natuurvrienden niet begrijpen dat uitgerekend hij, die eerst bij Natuurpunt werkte en later op de groene kabinetten van Vera Dua, Ludo Sannen en Jef Tavernier, ervoor koos om fulltime biologisch veeboer te worden. “Zie je wel”, reageert Depraetere. “Vanuit de natuurbeweging wordt gepolariseerd. Ze hebben zich altijd afgezet tegen boeren.”

De strijd tussen landbouw en natuur dateert van de jaren zestig en zeventig. Het was toen vooral een gevecht om ruimte. “De natuurbewegingen focusten zich vooral op de graslanden. In het dichtbebouwde Vlaanderen leidde dat tot het idee dat landbouw en natuur niet kunnen samengaan. De natuurverenigingen wilden daarom aparte gebieden reserveren voor natuur. Er werden kaarten getekend door wetenschappers, de boeren zaten in de weg. Tegelijk werd het eerste mestactieplan uitgetekend. Het legde boeren beperkingen op voor de bemesting van hun gronden om de vervuiling van de rivieren tegen te gaan.”

“Veel boeren moesten stoppen”, herinnert Guy Depraetere zich. “Dat waren sociale drama's. Wij hadden het gevoel dat die groene jongens onze boterham afnamen. Er was ook een gebrek aan respect door die mannen. Toen zijn veel boeren wakker geschud. Ze zagen de groene jongens als een bedreiging.” Volgens Kurt Sannen is het ruimtelijk denken bij de natuurverenigingen de laatste jaren veranderd, landbouw en natuur kunnen weer deels samengaan. Maar Guy Depraetere is het daar niet helemaal mee eens. “Niet iedereen van Natuurpunt denkt zo. De polarisering zit er nog altijd in. De natuurjongens willen alles dirigeren, eenzijdig hun visie opleggen. Ze willen een groene biotoop creëren en verwachten dan dat er vanzelf orchideeën en veldleeuweriken komen. Zo werkt dat niet.”

Het conflict om ruimte is zo ongeveer het beslecht, nu gaat het over het klimaat. “Ik lees in de kranten: ‘Red het klimaat, eet geen koeien’”, verzucht Guy Depraetere. “Weer eens wordt onze boterham bedreigd. Maar geen vlees eten is de oplossing niet. 38 procent van de landbouwgrond in Vlaanderen is gras. Alleen herkauwers kunnen gras omzetten in iets nuttigs: melk en vlees.” Kurt Sannen is voorzichtiger. “Vlees zal niet verdwijnen, omdat bedrijven als het onze een goed verhaal hebben. Als kleinere landbouwbedrijven in de toekomst weer dichter bij de consumenten werken, zien de mensen waarmee je bezig bent.”

“Het is ook niet het ene of het andere”, aldus Kurt Sannen. “De toekomst zal gemengd zijn, met grote bedrijven die samenwerken en kleine boerderijen, ook in de steden, die heel dicht bij de mensen komen. Er zijn modellen die uitgaan van 24.000 boeren die voedsel produceren voor alle Vlamingen. Het zou goed zijn mochten alle boerenorganisaties dat idee als een kans zien, en niet langer als een bedreiginging.”

En om te eindigen waar we begonnen: de klimaatmarsen. “De boeren meelopen in de marsen? Dat zie ik alleen gebeuren als de boodschap op die marsen wat minder extreem wordt. Als het is om dat andere model te promoten: eet minder maar beter en lokaal vlees. En gevarieerd met groenten van bij ons, met een kleine voetafdruk.” “Als we het klimaat willen redden, moeten we het geliberaliseerde groeimodel van de landbouw in vraag stellen”, beaamt ook Kurt Sannen. “Als we daar mordicus aan vasthouden en alleen aan het einde van de keten wat morrelen, gaat het niet lukken.”

Bron: De Standaard

Beeld: Jan Van Bostraeten

Volg VILT ook via