nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

27.10.2017 De Landgenoten schrijft visie over landbouwgrond neer

De Landgenoten, een coöperatie die landbouwgronden koopt om te verhuren aan biolandbouwers, wil met een nieuwe visietekst de kwantitatieve en kwalitatieve uitholling van landbouwgronden op de politieke agenda zetten. Het grondfonds pleit onder meer voor een luxetaks op ‘oneigenlijk’ gebruik van landbouwgrond, een register met pachtgronden, de bekendmaking van de verkoopprijzen van landbouwgrond, een door de overheid opgelegde maximumprijs voor grond, een bodemherstelfonds en het gebruik van publieke gronden voor lokale voedselproductie.

De Landgenoten noemt zichzelf “beoefenaar van een vernieuwende vorm van gemeenschappelijk grondbeheer”. Met middelen van meer dan duizend burgers wil de organisatie landbouwgrond ter beschikking stellen van startende en gevestigde bioboeren. “Hiermee willen we de groei van biologische landbouw in Vlaanderen stimuleren, de continuïteit van landbouwbedrijven verzekeren en de opgebouwde bodemvruchtbaarheid beschermen en doorgeven aan de volgende generatie”, zo stelt De Landgenoten zich voor in zijn visietekst. Met die tekst wil het grondfonds het maatschappelijk debat over de toegang tot grond voor boeren en het ruimtelijk beleid daarrond aanzwengelen. 

Volgens De Landgenoten komt landbouw binnen de open ruimte in verdrukking door meerdere factoren. “Zo biedt de landbouwbestemming vandaag geen garantie dat grond effectief voor landbouw wordt gebruikt. Dat verhoogt de druk op de grondprijzen”, klinkt het.” Daarnaast is de grondprijs de laatste jaren fors gestegen, vooral doordat nieuwe, veelal kapitaalkrachtige spelers zich begeven op de grondmarkt, vaak met speculatieve doelstellingen.” Volgens de organisatie is voor deze investeerders de voedselproductie ondergeschikt aan de financiële waardeverhoging die ze willen realiseren. “Een ander probleem is dat grond vaak in handen blijft van gepensioneerde boeren.”

Ook de concurrentie van andere bestemmingen heeft naar verluidt een grote invloed. “Wanneer er bij infrastructuurwerken open ruimte met een belangrijke natuurwaarde wordt aangetast, moet dit gecompenseerd worden en dat gebeurt meestal in landbouwgebied. Daarnaast wordt via het ruimtelijk beleid ook gezocht naar ruimte voor andere sectoren en ook daar wordt naar landbouwgebied gekeken.” Het resultaat van dit alles is dat het voor de actieve boer steeds moeilijker wordt om aan een haalbare prijs land te verwerven en voor een startende boer is het al helemaal onbegonnen werk, zo meent de organisatie.

Om voldoende ruimte voor landbouw die in verbondenheid met de consument, de omgeving en de bodem werkt, over te houden, formuleert de coöperatie een aantal aanbevelingen. “Wanneer landbouwgrond bijvoorbeeld gebruikt wordt als tuin of hobbyweide, dan is dit luxegebruik. De gebruiker zou dit aan de maatschappij moeten vergoeden. Voor dit ‘oneigenlijk’ gebruik zou een soort luxetaks moeten geïnd worden. Met de opbrengst kunnen dan landbouwers die extra ecosysteemdiensten leveren, vergoed worden.”

Daarnaast vraagt De Landgenoten ook dat er transparantie op de grondenmarkt komt en dat de overheid op de grondenmarkt regulerend gaat optreden. Voor het eerste wil de organisatie dat er een register komt met alle soorten pachtgronden, de eigenaar en de voorziene einddatum van de pacht. De verkoopprijzen van landbouwgronden moeten ook bekendgemaakt worden. De overheid moet dan regulerend optreden door maximumprijzen op te leggen. “Hiermee verbeter je aanzienlijk de toegang tot de grondenmarkt voor minder kapitaalkrachtige actoren, zoals startende boeren.

Dergelijke regulering moet samengaan met andere, al dan niet fiscale, maatregelen die het verpachten interessant maken. De organisatie wijst erop dat er fiscale maatregelen zijn die nu al gebruikt worden ter bescherming van natuur en bos. “Je kan er ook eigenaars mee stimuleren om grond ter beschikking te stellen van actieve landbouwers, denk maar aan korting of vrijstelling van erfbelasting, onroerende voorheffing, schenkbelasting en registratierechten bij verkoop”, luidt het.

Wanneer landbouwgrond een herbestemming krijgt als industrie- of bouwgrond, dan treedt er planbaten op. Gebeurt het omgekeerde, dan krijgt de eigenaar een vergoeding voor planschade. “In geval van planbaten kan een deel van de meeropbrengst bestemd worden voor een Bodemherstelfonds dat actief kan ingezet worden voor het herstellen van de bodemkwaliteit en voor de herinrichting van landgebruik en open ruimte, bijvoorbeeld het afbreken van bedrijfsgebouwen die niet meer gebruikt worden als actieve landbouwbedrijven.”

De Landgenoten vraagt ook dat publieke gronden worden ingezet voor lokale voedselproductie. “Dit geldt zowel bij het verkopen van landbouwgrond als het in erfpacht geven. Het is de norm dat lokale overheden hun eigendom openbaar verkopen. In de plaats van het hoogste bod als doorslaggevende factor te nemen, kunnen zij kiezen voor criteria die verwijzen naar een beleidsplan of een ruimtelijk uitvoeringsplan. Ook bij klassieke verpachting kunnen andere criteria vastgelegd worden, zoals de grond bestemmen voor lokale voedselproductie.”

Tot slot pleit de organisatie er ook voor om meer verbondenheid te creëren tussen bodem-producent-consument. Via allerlei beleidsdomeinen moet daarvoor het maatschappelijk belang van actieve landbouw worden erkend: onderwijs, innovatiesteun, vergoeding van ecosysteemdiensten, steun vanuit het GLB, enz., meent De Landgenoten. Daarom vindt het grondfonds het belangrijk dat er werk wordt gemaakt van pensioenrechten voor boeren. “Een stoppende boer wordt vandaag vaak uit pure noodzaak aangezet tot oneigenlijk gebruik van grond of tot speculatief gedrag”, luidt het nog.

Meer informatie: Visietekst 'Ruimte voor de boeren van de toekomst'  

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via