nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

16.01.2019 De twee-eenheid van de landbouwer en zijn tractor

“Het einde van de Tweede Wereldoorlog was een tijd van buitengewone ontwikkelingen en vooruitgang in de geschiedenis van de tractor, omdat zwaarden opnieuw tot ploegscharen werden omgesmeed en een hongerige wereld erover nadacht hoe zichzelf te voeden. Zoals bekend, is succesvolle landbouw de enige hoop voor de menselijke soort en daarin is voor tractoren een centrale rol weggelegd.” Het Centrum Agrarische Geschiedenis (CAG) start zijn boek over tractoren met een quote uit een roman. Het verraadt dat dit geen doorsnee tractorboek is, maar heel origineel belicht hoe een tractor tegelijk het nieuwe werkpaard werd als een drukkingsmiddel tijdens boerenprotesten.

Het boek van CAG vertelt de geschiedenis van de landbouwtractor in België. Pas na de Tweede Wereldoorlog brak de tractor echt door, wereldwijd en ook in België. In eerste instantie waren het nog steeds de grotere bedrijven die een tractor kochten, alsook de loonwerkers. De bijdrage van voorlichters in de doorbraak van de tractor mag niet onderschat worden. Zij besteedden vanaf de late jaren 1940 in toenemende mate aandacht aan de mogelijkheden van de tractor voor de Belgische boeren. Op goed 10 à 15 jaar tijd evolueerde hun mening van aarzelend tot overwegend positief. CAG publiceert enkele mooie reclameprenten want ook dat effect was groot.

De introductie en verspreiding van de tractor betekende het einde van het trekpaard als trouwe en dagelijkse gezel van de landbouwer. Paarden waren vroeger de ‘koningen’ van het landbouwbedrijf. Zij konden veel werk verzetten, werden goed verzorgd en gehuisvest in de betere stallen van de hoeve. Een boerenpaard was dan ook een kapitaal waard. Het volgende gezegde spreekt boekdelen: ‘Vrouw verloren, iet verloren. Koe verloren, veel verloren. Paard verloren, al verloren.’

De tractor moest dan ook van goeden huize zijn om het paard, eeuwenlang de trouwe bondgenoot van vele boeren, te vervangen. Tussen 1929 en 1950 daalde het aantal boerenpaarden slechts beperkt, van circa 270.000 naar 241.000. Vanaf dan liep de neergang krachtig: België telde in 1959 nog 170.000 boerenpaarden en in 1970 niet meer dan 74.000. Opvallend daarbij, maar zeker niet verwonderlijk, was de strategie van tractorbouwers om de prestaties en mogelijkheden van tractoren te vergelijken met de troeven en beperkingen van trekpaarden.

‘Tractor. Een geschiedenis’ is beschikbaar in de boekhandel

Bron: Tractor. Een geschiedenis

Beeld: CAG

Volg VILT ook via