nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

26.10.2017 DGZ en MCC investeren in de toekomst te Lier en Torhout

Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) en Melkcontrolecentrum Vlaanderen (MCC) waken voortaan vanuit een vernieuwd gebouw in Lier over de diergezondheid en melkkwaliteit. DGZ heeft nog een tweede site in het West-Vlaamse Torhout, die ook een totale make-over kreeg. Samen hebben beide renovaties ruim 5,7 miljoen euro gekost, maar het resultaat mag er wezen. De oude, versleten gebouwen en het doolhof van kleine kantoren en vergaderruimten waren voordien geen goede weerspiegeling van bedrijfswaarden als professionaliteit en transparantie. De nieuwe gebouwen zijn dat des te meer, en verhogen de efficiëntie aanzienlijk door gebruik van moderne technologie in de labo’s maar ook in de vergaderruimten. Videomeetings overbruggen de afstand tussen Lier en Torhout veel sneller dan een auto dat kan doen.

Dinsdag openden DGZ en MCC officieel de deuren van hun vernieuwde gebouwen in Torhout en Lier. Dat gebeurde tezelfdertijd, en toch hoefden de genodigden op de ene plek niets te missen van wat er aan de andere kant van het land gebeurde. Het systeem van videomeetings dat vooral voor Dierengezondheidszorg Vlaanderen zijn nut bewijst om de afstand te overbruggen tussen Lier en Torhout, gaf extra cachet aan de officiële inhuldiging. VILT trok naar Lier, hoorde daar een erg fiere burgemeester maar zag op de video ook de waarnemend burgemeester van Torhout glimmen van trots.

“De vier miljoen euro is goed geïnvesteerd. Het nieuwe gebouw zal een zegen zijn voor het personeel”, sprak waarnemend burgemeester Kristof Audenaert in Torhout, blij met de vele landbouw- en aanverwante activiteiten op het grondgebied van zijn gemeente. Zijn collega-burgemeester van Lier, Frank Boogaerts, wees op de historische verankering in Lier van de melkkwaliteitsbewaking. “Met de nieuwe gebouwen zijn MCC en DGZ klaar om een nieuw hoofdstuk te schrijven in de ondersteuning van veehouders bij de productie van veilig en kwaliteitsvol voedsel. Beide organisaties zijn belangrijk voor de volksgezondheid, doch onbekend bij het grote publiek. Hopelijk brengt deze plechtige inhuldiging daar verandering in. Als stad Lier zijn we fier dat zulke bedrijvigheid hier gevestigd blijft.”

Gedelegeerd bestuurder van het Voedselagentschap Herman Diericks onderstreepte dat DGZ en MCC belangrijke partners zijn voor het FAVV. “Zij zijn een cruciale schakel tussen overheid en veehouder. Diericks verwacht van hun samenwerking een meerwaarde voor de overheid, en voegt er aan toe dat de nieuwe open bouwstijl staat voor een transparante werking naar overheid en producenten toe. “Allemaal dienen we rekening te houden met sterk verminderde budgetten, maar door dialoog kunnen we onze kernopdrachten goed blijven vervullen. In de toekomst ligt er, onder andere door de opmars van nieuwe dierziekten, nog genoeg werk op de plank.” Vlaams landbouwminister Joke Schauvliege voegde daar in een videoboodschap aan toe dat de Vlaamse overheid “trots is dat we al jaren kunnen rekenen op de expertise en ondersteuning van DGZ en MCC, en overtuigd is dat beide organisaties sterker uit de samenwerking zullen komen.”

Architectenbureau ar.2 heeft de bestaande en verouderde gebouwen omgetoverd tot moderne bedrijfsruimtes. De gebouwen in Lier en Torhout ademen dezelfde look-and-feel uit dankzij gelijksoortig materialengebruik. Aan de buitenkant zorgt het contrast tussen zwarte en felgekleurde gevelpanelen voor een moderne uitstraling. Binnenin is de verandering het grootst op de administratieve verdieping. Veel te kleine kantoren en vergaderruimten maakten het voorheen in Lier tot een doolhof waar menig bezoeker het spoor bijster raakte. De binnenmuren gingen er grotendeels uit zodat er landschapsbureaus zijn ontstaan waar het aangenaam werken is. DGZ trok de bedrijfswaarden (transparant, ondersteunend, professioneel en betrouwbaar) door in de plannen voor de renovaties. Dit vertaalde zich in open ruimte met veel glas, licht en ruimte, wat de samenwerking tussen mensen bevordert.

De muren tussen mensen en organisaties neerhalen, is een proces dat letterlijk volbracht is door de renovatie maar ongeveer gelijktijdig ook figuurlijk plaatsvond. “Als je dit DGZ en MCC vergelijkt met pakweg vijf jaar geleden, dan gaat het om een ander bedrijf”, aldus DGZ-directeur Denis Volckaert. “In moeilijke tijden hebben de bestuursleden (allen veehouders in het geval van DGZ en een paritaire samenstelling van melkveehouders en vertegenwoordigers van de zuivelindustrie bij MCC, nvdr.) het aangedurfd om grote investeringen te doen in de overtuiging dat MCC en DGZ onmisbare schakels zijn in de keten die de producten van landbouwers tot meerwaarde brengt.”

DGZ-voorzitter Marcel Heylen, actief als melkveehouder in Geel, geeft uitleg bij het traject dat is afgelegd: “Na de fusie van de vijf provinciale Verbonden voor Dierenziektebestrijding tot DGZ Vlaanderen werden achtereenvolgens de site Leefdaal en de site Alken gesloten en verkocht. Drie locaties bleven over, met name Lier, Drongen en Torhout. Een gedeelte van de gebouwen begon serieuze ouderdomsgebreken te vertonen zodat het de meest logische optie leek om alle activiteiten op één locatie samen te brengen.”

Inmiddels weten we dat de locatie in Drongen vorig jaar afgestoten is, maar Dierengezondheidszorg Vlaanderen niet met één maar met twee uitvalsbasissen werkt. “Doorslaggevend daarbij was de wens van de bestuurders om aan onze klanten, veehouders en dierenartsen, het signaal te geven: we zijn ook in jouw regio zichtbaar en voelbaar aanwezig”, aldus Heylen. De gebouwen zijn in de eerste plaats de uitvalsbasis van de buitendienstmedewerkers die alle dagen op de baan zijn ten dienste van de Vlaamse veehouders. Hun werk werd tijdens de inhuldiging aan de hand van een video in de kijker gezet. Zij begeleiden bij dierziektebestrijding en -monitoring en ondersteunen bij identificatie en registratie van de veestapel. Zowel DGZ als MCC beschikken over een koerierdienst die er voor zorgt dat abortussen, kadavers, bloed- en melkstalen opgehaald worden en tijdig in de labo’s geraken.

De vermelding “tijdig” is in deze niet onbelangrijk want de fileproblematiek wordt er in Vlaanderen alleen maar erger op. Door te opereren vanuit het oosten en het westen van het land hoeft de moeilijk overbrugbare as Antwerpen-Mechelen-Brussel niet vaker dan nodig overgestoken te worden. Heylen prijst de videotechnologie in de vergaderzalen te Lier en Torhout, die hem en alle andere bestuursleden en medewerkers toelaat om veel tijd uit te sparen. De beslissing om op twee sites actief te blijven, is ook ingegeven vanuit de bekommernis om al het personeel aan boord te houden. De voorzitter toont een kaartje waarop de woonplaats van de DGZ-medewerkers te zien is. Alles op één locatie concentreren, zou de woon-werk-afstand voor velen te groot maken. “We wilden niet het risico lopen op een grote uitstroom van voor de organisatie essentiële kennis en kunde.”

In Torhout werden extra werkplekken gecreëerd voor de medewerkers die voorheen in Drongen actief waren. In Lier gebeurde de renovatie in nauw overleg tussen Dierengezondheidszorg Vlaanderen en het Melkcontrolecentrum Vlaanderen.Parallel met het traject bouwen en verbouwen, werden er gesprekken gevoerd tussen MCC en DGZ om een aantal gelijklopende activiteiten samen te brengen. In eerste instantie betrof dit logistiek, ICT en bedrijfsadvisering. Heylen: “Dat gebeurde altijd vanuit het oogpunt om de efficiëntie te verbeteren, de kostprijs in de hand te houden en door het koppelen van data van de twee organisaties, kenniswinst te realiseren die de veehouder ten goede komt.” Ook MCC-voorzitter François Achten is trots dat zijn organisatie in een toekomstgerichte omgeving kan werken. “De samenwerking wordt er alleen maar sterker door”, aldus Achten.

Bij het begin van de zomer werd besloten tot de oprichting van een nieuwe coöperatieve organisatie, waarin de gezamenlijke activiteiten zoveel mogelijk ondergebracht zullen worden. Daarover lees je later meer op VILT.be.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: DGZ

Volg VILT ook via