nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

29.06.2015 "Dialoog is broodnodig voor sterke agrovoedingsketen"

Het Belgisch Ketenoverleg moet in niets onderdoen voor de bejubelde Britse toezichthouder op de faire relaties binnen de voedselketen. De jongste verwezenlijkingen binnen de dialoog tussen toelevering, landbouw, voedingsindustrie, handel en distributie trekken de aandacht van pers en politiek. Piet Vanthemsche, voorzitter van het ketenoverleg: “We versterken de bemiddelingsprocedure bij geschillen met de aanstelling van een onafhankelijk voorzitter en gaan bij de Economische inspectie van de FOD Economie op zoek naar een stok achter de deur voor onwillige bedrijven.” Met de lancering van www.supplychaininitiative.be mikken de partners van het ketenoverleg op een ruimere bekendheid voor de structuur die zij aan de dialoog geven, willen zij meer bedrijven er toe aanzetten de gedragscode te ondertekenen én maken zij de geschillenprocedure toegankelijker. Ambitie te over, je mag alleen niet verwachten dat de prijzen voor landbouwproducten omhoog gepraat kunnen worden door het ketenoverleg.

De aanwezigheid van zowel Vlaams minister-president Geert Bourgeois als federaal minister van Economische Zaken Kris Peeters verraadde dat de Belgische agrovoedingsketen groot nieuws te verkondigen had. Sinds 2009 zitten de verschillende schakels rond de tafel om gezamenlijke problemen en uitdagingen te bespreken. Reeds in 2010 werd een gedragscode voor faire relaties tussen aanbieders en kopers in de agrovoedingsketen opgesteld. Vandaag hebben 224 ondernemingen de gedragscode in eigen naam onderschreven: 42 uit de mengvoedersector, 166 uit de voedingssector en 16 distributiebedrijven. Duizenden anderen zijn collectief toegetreden via de ondertekening van de gedragscode door de voorzitters van hun beroepsfederaties ABS, Boerenbond, de Waalse landbouworganisatie FWA, UNIZO en diens Franstalige tegenhanger UCM.

Het ketenoverleg is zes jaar geleden van start gegaan tegen de achtergrond van een ernstige zuivelcrisis en in het besef dat de primaire producent een zwakke positie in de voedselketen bekleedt. Toen was het opzet van het ketenoverleg om weer als gelijken met elkaar te kunnen praten. Volgens Sonja De Becker, ondervoorzitter van Boerenbond, heeft het ketenoverleg het besef versterkt dat een crisis in één schakel van de agrovoedingsketen vroeg of laat de hele keten treft. “Boerenbond ziet het ketenoverleg als een forum waar de verschillende ketenpartners op een open en transparante manier in vertrouwen met elkaar praten en, indien nodig, hard met elkaar in discussie treden.”

“Vandaag is de situatie opnieuw bijzonder moeilijk in de melkvee- en varkenshouderij”, zegt Piet Vanthemsche. Als voorzitter van het Belgisch Ketenoverleg benadrukt hij dat je een onderscheid moet maken tussen de structuren die je – met het oog op verbeteringen op de lange termijn – opzet en de conjunctuur, die momenteel door een diep dal gaat. Hij wordt daarin bijgevallen door ABS-voorzitter Hendrik Vandamme, nochtans een kritisch deelnemer aan het ketenoverleg. Vandamme: “Het ketenoverleg kan de prijzen niet omhoog praten maar we kunnen wel de scherpe kantjes in de onderlinge relaties afvijlen.”

Het goed functioneren van het Belgisch ketenoverleg is gebaseerd op vertrouwen en open dialoog. Vertrouwen dat blijkbaar groot genoeg is om ook de regie van een betere afdwingbaarheid van de gedragscode in eigen handen te houden. In het publiek debat dat steevast volgde op elke crisis in de landbouwsector weerklonk vaak de suggestie om naar Brits model een door de overheid aangeduide ombudsman/arbiter te laten waken over de faire handelsrelaties. De Belgische aanpak is geraffineerder dan dat.

Vermeende inbreuken op de ‘goede handelspraktijken’ uit de Belgische gedragscode, die voortvloeien uit onevenwichtige marktrelaties, kunnen via de betrokken beroepsfederaties aangekaart worden bij de ‘governance groep’. In overleg wordt dan gezocht naar een passende oplossing voor alle betrokken partijen. Daarbij hanteert men het ook in Groot-Brittannië gehuldigde principe van ‘comply or explain’. Afwijkingen op de aanbevelingen van de gedragscode kunnen maar door de beugel mits toelichting van het beleid ter zake. Indien een geschil dat op sectorniveau wordt aangekaart zo niet opgelost zou geraken, kan op vraag van de governance groep een extern bemiddelaar gezocht worden. Dat is ofwel een professioneel in dat vakgebied ofwel zijn dat de experten van de dienst Bemiddeling van de FOD Economie.

Er komt een onafhankelijk voorzitter van de governance groep die zal fungeren als aanspreekpunt voor bedrijven die de gedragscode onderschreven en niet aangesloten zijn bij één van de deelnemende beroepsfederaties. Dat moet drempelverlagend werken. Verder bewaakt de voorzitter het proces en de goede gang van zaken in de geschillenregeling, waarbij hij zich er van vergewist dat in individuele geschillen elke commerciële optie is uitgeput. Zelf neemt hij geen rol op als bemiddelaar, noch als arbiter. Zijn aanstelling en taak zijn duidelijk beschreven, rest nog de vraag wie deze complexe taak in de toekomst met de nodige flair kan vervullen.

Hoewel de governance groep in principe niet tussenkomt in individuele geschillen staat de groep er voor open om met zijn breder perspectief en sectorexpertise een uitweg te bieden indien de commerciële onderhandelingen tussen twee partijen, de contractuele opties en de interne geschillenregeling tot niets geleid hebben. Met toestemming van beide partijen kan zo gekozen worden voor voorafgaande bemiddeling in de governance groep of kan door partijen alsnog onmiddellijk de stap gezet worden naar externe bemiddeling door een derde of door de FOD Economie.

Waar de samenwerkingsovereenkomst met de federale overheidsdienst vandaag slechts impliciet in voorziet, is een rol voor de FOD Economie als ‘stok achter de deur’ indien bemiddeling in de schoot van het ketenoverleg niets oplevert maar partijen hun geschil (nog) niet via juridische weg willen uitvechten. Discussiepunten die maar niet opgelost geraken, zoals de toepassing van de regels rond karkasclassificatie, zouden dan aan de overheid voorgelegd kunnen worden. Bij de partners van het ketenoverleg is het draagvlak voor zo’n verregaande rol van de FOD Economie als scheidsrechter gegroeid zodat men hierover het gesprek wil aangaan met minister Kris Peeters en diens federale overheidsdienst.

De samenwerkingsovereenkomst van recente datum tussen het Belgisch Ketenoverleg en de FOD Economie versterkt de slagkracht van dit privé-initiatief, net zoals de versterking van de geschillenregeling, de komst van een onafhankelijk voorzitter van de governance groep en de mogelijk bijkomende rol van de FOD Economie dat doen. Ook de lancering van www.supplychaininitiative.be wil daartoe bijdragen door informatie over het ketenoverleg beter toegankelijk te maken, bedrijven te motiveren om in te tekenen op de gedragscode en grote bedrijven de tools te geven om aan zelfcontrole te doen. Piet Vanthemsche kondigt aan dat er ook enquêtes zullen komen om het stilzwijgen te doorbreken en wanpraktijken aan het licht te brengen. De geschillenprocedure staat er vervolgens garant voor dat de ‘echte’ problemen boven water komen en de klachten met een hoog Calimero-gehalte niet opgeklopt worden.

De reacties uit politieke hoek komen niet van de minsten. Federaal vicepremier en minister van Economische Zaken Kris Peeters gaat dieper in op de expertise die de FOD Economie ter beschikking stelt van het ketenoverleg. “De FOD Economie zal fungeren als officieel kenniscentrum, juridische steun bieden en garant staan voor actief toezicht op de toepassing van de regelgeving.” Peeters richtte zich specifiek tot de landbouwsector door te benadrukken dat de federale overheid ondanks de sterk geregionaliseerde bevoegdheid een belangrijke partner blijft. Denk aan de bewaking van de voedselveiligheid, de rol van de mededingingsautoriteiten, het Prijzenobservatorium dat zijn werking uitbreidde en de hierboven uiteengezette ondersteuning van het ketenoverleg. Volgens minister Peeters toont het ketenoverleg dat het loont om te geloven in de wijsheid van een sector om tot oplossingen te komen. “Dat zij daartoe in staat zijn, is een signaal naar de politiek om terug te treden, het ketenoverleg alle succes toe te wensen en ondersteuning te bieden waar nodig.”

Ook Vlaams minister-president Geert Bourgeois is in zijn nopjes met de heel concrete bijkomende initiatieven van het ketenoverleg na een overleg op zijn kabinet. Hij vindt het evident dat de schakels stroomafwaarts in de voedselketen het maar goed kunnen stellen als de eerste schakel – de landbouw – goede zaken doet. Gelet op de huidige malaise in diverse deelsectoren van de landbouw toont de minister-president zich erg bezorgd: “Er is geen enkele andere schakel van de voedselketen die zijn inkomen het afgelopen jaar gemiddeld met 15 procent zag dalen.” Verder heeft hij oog voor het niet altijd gelijke speelveld in de keten. Zorgen voor een betere verstandhouding tussen de ketenpartners is volgens Bourgeois een moeilijke evenwichtsoefening gelet op de mededingingsregels en Europese wetgeving daaromtrent. Van de aanstelling van een onafhankelijk voorzitter voor de geschillenregeling verwacht de minister-president behoorlijk veel, wat niet hoeft te verbazen gelet op zijn uitspraken dit voorjaar over de nood aan een toezichthouder voor de voedselketen.

Hou de komende dagen VILT.be in de gaten voor meer info over het functioneren van het Belgisch Ketenoverleg, de gedragscode en de bijbehorende geschillenregeling. In de op stapel staande artikels besteden we aandacht aan de reacties van de verschillende partners van het ketenoverleg.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via