nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

19.05.2017 "Dicht kloof landbouw en reguliere hulpverlening"

Het LEADER-project Zot van (‘t) Boeren organiseerde een rondetafelgesprek met dienstverleners en beleidsverantwoordelijken uit 24 West-Vlaamse gemeenten om samen na te denken over hoe de kloof gedicht kan worden tussen de reguliere hulpverlening en de land- en tuinbouwers in de eigen gemeente. Daaruit bleek dat het water vaak nog diep is. Zot van (‘t) Boeren wil de drempel verlagen en de gemeentelijke hulpverlening de wereld van de land- en tuinbouw beter leren kennen.

Ondanks laagdrempelige initiatieven als Boeren op een Kruispunt wil het cliché dat land- en tuinbouwers het niet makkelijk zullen toegeven als ze met iets worstelen. Nog minder snel zullen ze hun toevlucht zoeken bij hulpverleners. Het West-Vlaamse LEADER-project Zot van (‘t) Boeren wil de uitdaging aangaan om de kloof te helpen dichten tussen de reguliere hulpverlening en de land- en tuinbouw. “Landbouworganisaties, erfbetreders (vertrouwelingen die regelmatig op het landbouwbedrijf komen), collega’s en concullega’s spelen een grote rol”, zo klinkt het, “maar ook medewerkers in de gemeentelijke hulpverlening uit landbouw-, milieu-, en sociale diensten kunnen helpen. Het luisterend oor is dichter bij dan gedacht.”

Daarom werd een eerste rondetafelgesprek georganiseerd waarbij 24 medewerkers uit de gemeentelijke dienstverlening (Sociaal Huis, OCMW, landbouwdienst, lokale economie, milieu) en zeven beleidsverantwoordelijken (6 schepenen en 1 burgemeester) uit 24 van de 32 gemeenten uit de Leadergebieden Westhoek en Midden-West-Vlaanderen aanschoven. Belangrijkste doelstelling: de kloof dichten tussen de reguliere dienstverlening en de land- en tuinbouwsector in de eigen gemeente.

Het gezelschap formuleerde drie besluiten. In de eerste plaats blijkt dat er nog te weinig affiniteit is met de land- en tuinbouw. “Een “apart ras” is het wel niet, die land- en tuinbouw, maar net als de visserijwereld scheelt het niet veel”, zo klinkt het. Als er problemen zichtbaar worden voor de buitenwereld, dan is het dikwijls bijna te laat om ze op te lossen. Ze zijn bijzonder vervlochten met de toekomst van het bedrijf, met de relaties in een beperkt netwerk en met verregaande passie voor de stiel. Het eerste dat we kunnen doen is luisteren en begrip tonen. Maar hoe zit die leefwereld in elkaar? Hoe gaan werk, gezin en ontspanning op eenzelfde plaats samen? Welke beperkingen zijn er? Welke reglementeringen zijn er? Waar ligt de ondergrens van de sociale bescherming van boer en tuinder?”

Daarnaast moet meer werk gemaakt worden van het detecteren en lezen van signalen: “Land- en tuinbouwers staan bekend als introvert. Tijdig problemen zien verhoogt de kans op een goeie oplossing. Als de boer of de boerin zelf niet naar buiten komt met hun vragen, dan zijn er altijd wel signalen die aantonen dat er iets scheelt. Dan kunnen hulpverleners “de boer op”. Welke signalen vragen naar de eerste stap? Pure landbouwdossiers, zoals rampenfonds, vergunningsaanvragen en afvalverwijdering kunnen een goede aanleiding zijn om de financiële, de relationele en persoonlijke problemen bespreekbaar te maken.”

Tenslotte werd ook nagedacht over welke doorverwijsmogelijkheden er bestaan. “De gemeentelijke hulpverlener kan geen specialist worden in de land- en tuinbouw, tenzij in begrip en in communicatie”, zo klinkt het. “Wie spreken we aan om mee te helpen op de weg naar een oplossing? Wie is de juiste man/vrouw op de juiste plaats én bovendien… op het juiste moment?” Daarmee gaat de stuurgroep van Zot van (‘t) Boeren nu aan de slag, om zo gericht tips te kunnen geven aan de aanspreekpunten. In het najaar staat een tweede rondetafelgesprek op stapel.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via