nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

“Dierenarts is een manier van leven”
14.04.2014  Danny Coomans (veearts) & Sarne De Vliegher (NGROD)

In het pakket succesfactoren dat van een veebedrijf een rendabele onderneming maakt, speelt de dierenarts een cruciale rol. Zonder gezonde dieren geen gezond bedrijf. Maar de problematiek van de antibioticaresistentie leert dat de verantwoordelijkheid van de veearts verder reikt dan inentingen en keizersneden. Tegelijkertijd is hij medehoeder van de volksgezondheid, bedrijfsadviseur, vertrouwenspersoon en dierenwelzijnstoezichter. VILT trok de boer op met dierenarts Danny Coomans en had een babbel met professor Sarne De Vliegher, voorzitter van de Nederlandstalige Gewestelijke Raad van de Orde der Dierenartsen (NGROD).

Rond de noodzaak van het terugdringen van het antibioticagebruik groeit de consensus, maar België behoort binnen Europa nog steeds tot de grootste gebruikers. Treft de dierenarts schuld? Is de ‘sense of urgency’ vandaag voldoende aanwezig? 

Danny Coomans: De meeste boeren weten intussen wel dat er iets moet en/of zal gebeuren, ze voelen dat er iets op komst is, maar wachten voorlopig nog af. Of ze allemaal weten waar dat resistentieverhaal nu precies om gaat, is een andere vraag. 

Sarne De Vliegher: Iedereen beseft dat het anders moet. En ik denk dat we het in België verstandig aanpakken; via een overlegplatform, stap per stap. Niet zoals in Nederland, waar het onder politieke druk enorm hard is gegaan.

Danny Coomans: Wat de uitkomst van de discussie ook is, het is belangrijk dat de dierenarts de antibiotica blijft verschaffen. De dierenarts moet de persoon zijn die verantwoording aflegt voor het gebruik. Hij moet het antibioticum kiezen en verantwoorden waarom een behandeling nodig is. Als je hem verbiedt nog antibiotica te verschaffen, dan zijn de veehouders aangewezen op de apotheker die niet aanwezig kan zijn op het bedrijf en de bedrijfsspecifieke problemen dus ook niet kent. Ik denk niet dat dat een wenselijk scenario is. Meer nog dan diegene die de geneesmiddelen tot op het bedrijf brengt, zijn dierenartsen diegenen die advies geven rond het specifieke gebruik ervan op het bedrijf. Geneesmiddelen moeten trouwens steeds voorgeschreven worden door een dierenarts.

vaccinatie-schaap-veearts_gevilt.jpg

Sarne De Vliegher: Vergeet ook niet dat het dan voor de boer een stuk duurder wordt. Het alternatief is met andere woorden omwille van verschillende redenen absoluut niet beter. Ik denk dat we vooral sterk moeten inzetten op preventie. Want elk dier dat niet ziek is, moet niet behandeld worden. Sommige boeren compenseren een gebrek aan bedrijfsmanagement met antibiotica. Dat kan omdat ze relatief goedkoop zijn, wat ons meteen bij de volgende vraag brengt: moeten antibiotica niet duurder zijn? Vanuit de Orde der Dierenartsen willen we trouwens ons steentje bijdragen in het antibioticaverhaal. In onze Code der plichtenleer wordt er momenteel nog met geen woord gerept over antibiotica, terwijl ik geloof dat we vanuit de Orde een belangrijke rol kunnen spelen. Sinds de oprichting van AMCRA (kenniscentrum rond verantwoord antibioticagebruik, red.) is er in de hoofden misschien al het een en het ander veranderd, maar de praktijk hinkt achter. Als individuele dierenarts is het ook moeilijk om initiatief te nemen, want dan zoekt de veehouder bij tegenslag simpelweg een andere. En ik denk dat we als sector maar beter proactief kunnen handelen, voor we van boven uit een zwaar pakket restrictieve maatregelen op ons hoofd krijgen.

“De discussie over antibiotica gaat over volksgezondheid, over geneesmiddelen die plots niet meer werken”

Er zullen keuzes moeten gemaakt worden die misschien economisch niet de meest interessante zijn. We moeten onze verantwoordelijkheid nemen. Wij allemaal, ook de boer. Hij moet zijn boterham verdienen, maar er is meer dan dat. De discussie over antibioticagebruik gaat over volksgezondheid, en belangt dus iedereen aan. Stel je voor, morgen ligt je kind in het ziekenhuis en werkt de antibiotica die hij of zij nodig heeft niet meer. Dat is niet enkel de schuld van de veehouderij, maar ze draagt een deel van de verantwoordelijkheid. De sector moet daarom meer proactief te werk gaan. Ook binnen het dierenartsenkorps is er trouwens een mentaliteitswijziging nodig.

In verschillende Europese landen wordt er volop gediscussieerd over de vraag of een dierenarts die antibiotica en andere geneesmiddelen verkoopt wel objectief advies kan geven. Een terechte vraag?

Sarne De Vliegher: Potentieel vloeken die twee belangen, dat kunnen we niet ontkennen. Maar een dierenarts verkoopt niet echt geneesmiddelen, hij verschaft ze in het kader van een diagnose bij dieren die onder zijn toezicht staan. Wij zijn met andere woorden geen apothekers. Een deel van de inkomsten van een dierenarts wordt inderdaad uit geneesmiddelen gehaald, maar dat is meer dan enkel antibiotica. Denk aan vaccins, pijnstillers,… Voor dierenartsen actief in gezelschapsdieren is het verhaal helemaal anders. Zij halen slechts weinig omzet uit het verschaffen van diergeneesmiddelen.

sarne-de-vliegher_gevilt_colijn van noort.jpg

Foto: Sarne De Vliegher door Colijn van Noort

Danny Coomans: Dierenartsen zijn vandaag omzet uit antibiotica aan het verliezen. Mogelijks wordt dit gecompenseerd door meer gebruik van preventieve middelen, maar als het niet langer houdbaar blijft, moet er zeker nagedacht worden over oplossingen. Voor bedrijfsbegeleiding is werken met een uurtarief een mogelijke piste. Maar als je vandaag de inkomsten uit de verkoop van medicamenten zonder meer zou wegnemen, dan kunnen we ons boeltje sluiten. Dan zou geen enkele zelfstandige dierenarts in de nutsdierensector overleven.

Sarne De Vliegher: Belangrijk is dat je als dierenarts over onafhankelijkheid beschikt. Je komt op heel wat bedrijven en je hebt de plicht om mogelijke gevaren voor volksgezondheid en diergezondheid te melden. En dat is geen evidente rol: je moet soms slecht nieuws brengen aan je klant. Daarvoor heb je sociale vaardigheden nodig, maar er moet ook vanuit de overheid en de maatschappij voldoende steun en respect zijn voor die moeilijke taak.

Danny Coomans: In de varkenssector heb je bijvoorbeeld heel wat dierenartsen die in loondienst van een voederfirma werken. Dat is geen probleem, indien het zogenaamde tweede lijn-dierenartsen zijn, in aanvulling op de bedrijfsdierenarts. Maar kan je neutrale beslissingen verwachten als zo’n dierenarts in een context werkt waar de varkens gevoederd worden door, of zelfs eigendom zijn van die voederfirma? Je kan je de vraag stellen hoe onafhankelijk de beslissingen op dat moment zijn.

“Er wordt aan het takenpakket van de dierenarts geknabbeld en ik maak me daar zorgen om”

Sarne De Vliegher: Ik zou er ook nog aan willen toevoegen dat ik in het algemeen het gevoel heb dat er steeds meer aan de taken van de dierenarts wordt geknabbeld. Ik maak me daar zorgen om. Sommige handelingen, zoals een vaccinatie bijvoorbeeld, mogen eigenlijk enkel door een dierenarts worden uitgevoerd. Niet veel meer dan een spuitje zetten, zou je denken, maar het is meer dan dat. Je moet de ziekte kennen, weten welk vaccin je geeft, je moet weten hoe je zo’n vaccin bewaart, wanneer je het moet toedienen, enzovoort. Ik denk dat we dat soort dingen iets te gemakkelijk aan de boer hebben overgelaten, zeker als het gaat over gereglementeerde dierziekten waarbij sluitende garanties geëist worden door Europa en de handelspartners. Ook de landbouworganisaties mogen daarin niet te ver gaan, vind ik, want dat kan hen zuur opbreken op het vlak van handelsakkoorden.

veearts-kuiken_gevilt_WUR.jpg

Danny Coomans: Neem nu dat je de boeren zelf de verantwoordelijkheid geeft om te vaccineren tegen blauwtong. De overgrote meerderheid zou dat goed doen, maar er zijn er altijd die niet doen wat van hen wordt verwacht. En precies daar gaat het virus zich onderhouden. Ik zeg niet dat dierenartsen onfeilbaar zijn, maar wij worden wel gecontroleerd door vier instanties: de Orde der dierenartsen, het Voedselagentschap, het Federaal geneesmiddelenagentschap (FAGG) en binnenkort ook nog de geneesmiddelencommissie voor antibioticagebruik.

Sarne De Vliegher: Dat is een essentieel verschil. Wij hebben bepaalde taken als dierenarts, en als we iets mispeuteren dan krijgen we van één of meerdere instanties onder onze voeten. En dat is goed, want wij moeten garanties bieden! Maar als de boer diezelfde taak zelf in handen neemt, dan zegt de overheid: het zal wel in orde zijn. Wel, dat vind ik onbegrijpelijk. En het argument dat dierenartsen duur zijn, klopt niet. Gemiddeld maken de kosten voor een dierenarts 4 procent van de variabele kost uit. Ter vergelijking: voeder is goed voor minstens een vijftienvoud.

“Het argument dat dierenartsen duur zijn, klopt niet. Gemiddeld maken de kosten voor een dierenarts 4 procent van de variabele kost uit”

Is er tegelijk geen mentaliteitsswitch nodig bij de Vlaamse veehouders opdat een dierenarts meer preventief zou kunnen optreden en betaald wordt voor zijn advies?

Sarne De Vliegher: Veel adviseurs van voederbedrijven leveren zogezegd gratis advies, maar dat is natuurlijk onzin. De veehouder betaalt gewoon iets meer voor zijn voeder. Dierenartsen hebben een gelijkaardig model opgebouwd: in ruil voor hun advies nemen ze een beetje marge op de geneesmiddelen. Maar voor alle duidelijkheid: het zou voor iedereen makkelijker zijn als er aan de geneesmiddelen niets meer verdiend zou worden en dat een veearts per uur zou worden betaald. Daar zou ook de dierenarts zich trouwens een stuk comfortabeler bij voelen. Wat het advies betreft, daar moet we echt op inzetten. Vandaag is bedrijfsbegeleiding nog te weinig ingeburgerd. Nochtans ga je door preventie automatisch minder antibiotica gebruiken. En ook voor de dierenarts is deze omgekeerde aanpak een stuk aangenamer: voorkomen in plaats van brandjes te blussen. Er is dus veel te winnen voor beide partijen.

big-veearts_gevilt_inagro.jpg

Danny Coomans: Als je bijvoorbeeld een melkkoe goed wil laten presteren, dan moet je met een hele resem factoren rekening houden. Een goed bedrijfsresultaat is een totaalpakket: de stal, de voeding, de diergezondheid, enzovoort. Als dat allemaal goed zit, dan volgen de prestaties van je koe.

Sarne De Vliegher: Bedrijfsbegeleiding door een veearts kan voor de boer een soort verzekering zijn. Om de zes weken ziet een dierenarts hoe het met je dieren gesteld is. Het draait eigenlijk om risicobeheersing: je weet dat je gemiddeld minder uitbraken van ziekten zal hebben, maar zonder kan het ook goed gaan. Vergelijk het gerust met een omniumverzekering van een auto.

“De bedrijfsbegeleiding door een dierenarts is als de omniumverzekering van je auto”

Is er in de sector een evolutie naar meer gespecialiseerde dierenartsen of blijven de meeste dierenartsen generalisten?

Sarne De Vliegher: In de opleiding is het zo dat je na 4,5 jaar kan kiezen of je verder wil met nutsdieren of niet. In het laatste jaar kies je een optievak: gezelschapsdieren, paarden, industrie (varken, pluimvee, konijn), rund of onderzoek. Er wordt dus gediversifieerd, maar bij het afstuderen hebben ze allemaal wel hetzelfde diploma. Iemand die rund als optie heeft gekozen kan daarna dus nog perfect overschakelen naar kleine huisdieren. Al moet ik er wel aan toevoegen dat dierenartsen die alle soorten op een hoog niveau combineren zeldzaam zijn. Het is niet evident om voor al die soorten op de hoogte te blijven van nieuwe ontwikkelingen.

Danny Coomans: Klopt. Ik kom de laatste vijf jaar steeds minder bij varkensboeren bijvoorbeeld, en voel dat ik daardoor al eens raad moet vragen aan een meer gespecialiseerde collega. Ik heb nochtans jarenlang varkensbedrijven opgevolgd. Zo zie je maar dat je als dierenarts naast je dagtaak ook tijd zou moeten vrijmaken voor bijscholing. Je merkt trouwens ook dat grote boeren steeds nadrukkelijker op zoek zijn naar specialisten; de markt evolueert duidelijk in die richting.

paarden_gevilt.jpg


Welke raad zou je geven aan jonge mensen die dierenartsstudies overwegen?

Danny Coomans: Ze moeten goed weten waar ze aan beginnen! Tijdens de drukste periodes uit mijn loopbaan als dierenarts zag ik mijn kinderen amper. Daar moet je rekening mee houden. Als vrouw met kinderen en ambities in de rundveesector moet je dus bijna zeker in een groepspraktijk aan de slag. In de sector van de gezelschapsdieren is het beroep bovendien oververzadigd. Gelukkig worden dierenartsen ook graag gezien in de industrie en de wetenschapssectoren. Dat kan misschien een troost zijn.

Sarne De Vliegher: Je moet doen wat je graag doet, maar je moet je realiseren dat je waarschijnlijk geen praktijk onder de kerktoren zal kunnen beginnen. Je zal wel naar het buitenland kunnen, of je specialiseren in een niche. Of wetenschappelijk onderzoek is ook een optie, maar ik merk dat mensen die aan de studie beginnen ergens toch een idyllisch beeld in hun hoofd hebben en denken aan een dierenarts met een eigen praktijk die in een jeep rondrijdt.

“De assertiviteit van de jonge generatie zou wel eens de redding van ons beroep kunnen zijn”

Jonge dierenartsen moeten vandaag behoorlijk knokken voor hun plaats en klagen over een te hoge werkdruk. Een structureel probleem? Hoe vaak verstoort de keizersnede bij een Belgisch witblauwe koe uw nachtrust?

Danny Coomans: Er zijn te veel dierenartsen, daar kunnen we niet rond. En het wordt alsmaar erger. Vooral bij de kleine huisdieren is het een ramp. Ook wat de paarden betreft, is er een overschot. Die oververzadiging leidt jammer genoeg tot scheve situaties: jonge dierenartsen die te veel werken voor te weinig geld. 60 tot 65 uren per week werken met soms 6 keizersneden per nacht aan een tarief dat niet om over naar huis te schrijven is. En als ze op zichzelf beginnen, is het ook zeer moeilijk. Een derde van de dierenartsen verlaat na minder dan vijf jaar het beroep. Dat is hoogst problematisch. De werkdruk is extreem hoog. Dierenarts is eerder een manier van leven dan een job.

Danny-Coomans-gevilt.jpg

Foto: Danny Coomans

Sarne De Vliegher: Als je vergelijkt met Nederland besef je hoe extreem de situatie in België is. Daar werken dierenartsen van 8u30 tot 17u. Een verklaring? De keizersnede zit er voor een heel groot deel tussen. Neem de dikbillen weg uit België, en ons beroep zou er volledig anders uitzien. Tijdens de drukste periodes doen sommige dierenartsen niets anders dan keizersneden. Geen tijd dus voor bijscholing, voor het opstarten van bedrijfsbegeleiding, enzovoort. En ook geen tijd voor de dierenarts zelf. Als je 14 keizersneden op een dag doet, dan heb je wel wat geld verdiend, maar tegen welke mentale en lichamelijke kost? Het is met andere woorden enorm belastend. Daarom denk ik dat het een zegen is dat studenten assertiever zijn geworden en dat soort dingen niet zomaar zullen blijven doen. Dat zou wel eens de redding van ons beroep kunnen zijn.

Danny Coomans: Die scheefgetrokken situatie hebben we een stuk aan onszelf te danken. Onlangs omschreef een collega het treffend: “We zijn allemaal als gekken op de markt gevlogen en hebben elkaar eigenlijk kapot geconcurreerd.” Vergeet niet dat je vroeger heel veel boerenzonen had aan de faculteit Diergeneeskunde, die dan na het afstuderen allemaal hetzelfde gingen doen: koeien en varkens. Gevolg was een bikkelharde concurrentie: wie kan er het meeste keizersneden doen voor de laagste prijs?

“Neem de dikbillen weg uit België, en ons beroep zou er volledig anders uitzien”

Wat denk je als tegenstanders het ras ‘genetisch defect’ noemen vanwege de keizersneden en de hoge sterftegraad bij de kalveren? 

Danny Coomans: Die kritiek moet je toch met een korrel zout nemen, vind ik. Je moet eens naar een koe gaan kijken enkele dagen na de keizersnede en een koe die een zware natuurlijke bevalling heeft gehad. Ik ben er zeker van dat de koe met een zware bevalling veel meer zal afgezien hebben dan de andere. Sommige koeien staan zelfs te herkauwen tijdens een keizersnede! Wat dierenwelzijn betreft, zijn ze dus zeker niet slechter af. Maar het klopt dat het een artificiële ingreep is en dat het ras zonder de keizersnede simpelweg niet zou bestaan.

Sarne De Vliegher: Je kan die keizersnede niet los zien van een koe die 50 liter melk geeft, een zeug die 30 biggen per jaar werpt of een braadkip die op zes weken bijna drie kilo weegt. De keizersnede is met andere woorden een onderdeel van de manier waarop er vandaag aan veeteelt wordt gedaan. Je zou kunnen stoppen met de keizersnede, maar dan ga je 40 jaar terug in de tijd en geven de koeien opnieuw 15 liter melk. Ze zouden minder ziektegevoelig zijn en dus minder antibiotica nodig hebben, maar als je de mensen wil voeden, dan moet je vooruit. Als je efficiënt wil werken en je ecologische voetafdruk wil beperken, dan moet je werken met zo weinig mogelijk dieren die veel produceren.

belgisch-witblauw_gevilt.jpg

Danny Coomans: Vergeet ook niet dat er hier in België heel wat expertise aanwezig is. Als je jaarlijks 500 keizersneden doet, dan weet je wel hoe het moet. Door de concurrentie leer je bovendien om het zo goed en zo proper mogelijk te doen, en zorg je ervoor dat de dieren niets mankeren, want anders ben je je klant kwijt. Dat wil niet zeggen dat we als dierenartsen niet openstaan voor bekkenmetingen, selectie naar kalfjes met een lager geboortegewicht, enzovoort. Maar dat vraagt een mentaliteitswijziging in de veehouderij, en dat gebeurt niet zomaar van vandaag op morgen. 

In een geglobaliseerde wereld kunnen dieren zomaar besmet worden met nieuwe ziektes. Hoe bang moeten we hiervoor zijn?

Danny Coomans: We hebben ondertussen toch al enkele duidelijke voorbeelden gehad: blauwtong, Q-koorts, chlamydia, het West-Nijlvirus bij de paarden, infectieuze anemie,…

Sarne De Vliegher: We kunnen niet naast de opwarming van het klimaat. Ik denk dat ziektes die nu in het Zuiden van Europa zitten straks ook standaard bij ons aanwezig zullen zijn. Mugjes die gedijen in regio’s waar ze vroeger de winter niet overleefden. Deze winter heeft het amper gevroren! En dat heeft sowieso een impact op bepaalde microben die de winter zullen overleven.

Danny Coomans: Ik zie twee trends: enerzijds zijn er oude ziektes die terugkomen omdat bepaalde medicijnen – terecht – niet meer mogen gebruikt worden als voederadditief. Coccidiose is een goed voorbeeld. Anderzijds heb je voortdurend nieuwe ziekten die de kop opsteken, zoals Q-koorts en neospora.

Sarne De Vliegher: En de dierenarts speelt in dat verhaal uiteraard een cruciale rol. Hij loopt dag in dag uit tussen de dieren, hij vormt de ogen van de overheid die over de diergezondheid moet waken.  

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Uberprutser - Wikicommons/archief Coomans en De Vliegher/Wageningen Universiteit/Inagro

Volg VILT ook via