nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

“Dierenwelzijn is gedeelde verantwoordelijkheid”
15.02.2016  Dirk Lips (Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn) & Michel Vandenbosch (GAIA)

Van de verrijkte kooi voor leghennen, de groepshuisvesting voor kalveren en zeugen en het verbod op blokstaarten van trekpaarden tot koeborstels, zitstokjes voor kippen en speelgoed voor varkens. Er bestaat geen veehouder die nog niet over dierenwelzijn heeft nagedacht, al dan niet onder impuls van de wetgever of de kritische consument. Welke plaats krijgt het dier in ons landbouwsysteem? Welke plaats verdient het? En hoe ver liggen die twee vandaag uit elkaar? Komt de steeds strengere blik uit de maatschappij voort uit onwetendheid of zijn het de veehouders zelf die hun dieren niet voldoende kennen? We vroegen het aan Dirk Lips, voorzitter van de spiksplinternieuwe Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn, en aan Michel Vandenbosch, die als GAIA-voorzitter een stoel kreeg toegewezen in die Raad. Zowel voor de camera’s van VILT TeeVee als voor dit interview geven ze hun ongezouten mening. 

De installatie van de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn is de formalisering van de regionalisering van de dierenwelzijnsbevoegdheid. Komt er ook inhoudelijke vernieuwing?
Dirk Lips: "Dat denk ik niet. We zijn van plan om op dezelfde manier te werken als we dat gedaan hebben op federaal niveau. Dat wil zeggen dat we vertrekken van een wetenschappelijk rapport op basis van peer-reviewed artikels binnen het huidig wetenschappelijk paradigma, en van daaruit naar een consensus werken. Het is natuurlijk wel zo dat het een Raad voor Dierenwelzijn is, wat wil zeggen dat we het voordeel van de twijfel aan de dieren gunnen. Dat wil zeggen dat reële vooruitgang absoluut prioritair is. Biggencastratie is een goed voorbeeld: stel dat we morgen een wet maken die onverdoofde chirurgische biggencastratie verbiedt zonder een goed alternatief [onverdoofde castratie is vanaf 1 januari 2018 verboden, red.], dan maak je je eigen varkensboeren kapot én boek je geen vooruitgang op het vlak van dierenwelzijn, want het vlees dat dan gegeten wordt zal in een ander land onverdoofd chirurgisch gecastreerd zijn. Daarom hechten we veel belang aan het vinden van een compromis."

Michel Vandenbosch: "Ik wil toch onderstrepen dat er ook volgens ILVO twee goede alternatieven beschikbaar zijn: vaccinatie tegen berengeur en de beren intact laten. Verbied chirurgische biggencastratie en laat de varkenshouder de keuze tussen die twee alternatieven. Of er inhoudelijke vernieuwing komt, valt nog af te wachten. Ik hoop dat de tijd en energie die we steken in vergaderen en discussiëren niet vruchteloos zal blijken. Ik neem aan dat de voorzitter daar wel op zal toekijken. Bovendien heeft GAIA de reputatie om dat niet zomaar aan zich te laten voorbijgaan, dus wij zullen onze rol spelen, op een assertieve, maar constructieve en oplossingsgerichte manier. Ik sluit me verder ook aan bij Dirk: dierenwelzijn moet centraal staan."

dierenwelzijn-kalf-gevilt.jpg

In het verleden is gebleken dat slechts een handvol adviezen van de Raad in wetgeving is omgezet. Dan riskeer je al gauw de stempel praatbarak mee te krijgen. Hoe moeten we het gewicht van de Raad inschatten?
Dirk Lips: "Ik denk niet dat wij een praatbarak zijn. Met een tafel vol mensen die pro Deo tijd vrijmaken zorgen we voor adviezen die wetenschappelijk correct en maatschappelijk getoetst zijn. Als die adviezen niet in wet worden omgezet dan ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij de politiek of spelen er achter de schermen andere belangen. De vraag luidt dus: nemen de verantwoordelijken hun verantwoordelijkheid op?" 

Michel Vandenbosch: "Ik kan alleen maar hopen dat ook de landbouworganisaties een constructievere houding zullen aannemen in functie van de verbetering van de levenskwaliteit van de dieren. In het verleden heb ik helaas al te vaak moeten vaststellen dat er op de rem wordt gestaan in de sector. De tactiek is meestal eerst ontkennen dat er een probleem is, of het probleem minimaliseren. Als het probleem dan toch erkend wordt, dan wordt verandering voorgesteld als onmogelijk of zeer moeilijk te realiseren. Daarna wordt dan vaak nog eens de paraplu opengetrokken en wordt er geschermd met het feit dat een lidstaat alleen geen maatregelen kan nemen en dat de beslissing op Europees niveau moet worden genomen. Terwijl we natuurlijk allemaal weten dat als er al iets beslist wordt door Europa, dat het dan gaat over de laagste gemene deler. Door die houding verplicht men ons als GAIA om onze stem te verheffen. Laat me trouwens ook duidelijk zijn dat ik het niet over de individuele boer heb, maar eerder richting de sectororganisaties kijk. In die middens wordt dierenwelzijn nog altijd bijna uitsluitend als een bedreiging gezien, en niet als een uitdaging die opportuniteiten kan bieden. "Njet" tegen verandering blijkt nog te zeer het ordewoord." 

Wat mag de landbouwsector verwachten van de nieuwe Raad? Zal de nieuwe samenstelling voor nieuwe evenwichten zorgen of hoeft de sector niet te vrezen in het nauw gedrongen te worden?
Dirk Lips: "Het klopt dat het evenwicht veranderd is, en ik ben geneigd te zeggen dat de samenstelling meer aangepast is aan de realiteit waarin we leven. Steeds meer mensen hebben een andere mens-dierrelatie. Van de landbouworganisaties hoop ik dat ze aan tafel komen zitten met een constructieve houding. Men moet beseffen dat dierenwelzijn iets reëel is, dat het geen discussie is over de sferen rond Mars. Het belangrijkste argument vanuit de landbouwsector is vaak het economische argument. Wel, dat gaat niet op: het is niet omdat het economisch niet kan dat dieren geen welzijn moeten hebben. Versta me niet verkeerd: het kan ook niet dat boeren geen geld krijgen voor wat ze doen, maar men moet er als sector wel van overtuigd zijn dat het onze verantwoordelijkheid is. Er is toch ook niemand die zegt dat als het economisch slecht gaat, je niet meer naar het milieu moet kijken of dat je niet meer naar de sociale veiligheid moet kijken? Als onze veehouders volgens alle regels produceren zou dat voor hen een valorisatie in de markt moeten betekenen. Dat moet het doel zijn. Je kan uiteraard niet zomaar zeggen tegen de sector: je moet je kosten opdrijven en opboksen tegen buitenlandse concurrentie. Dat weet men trouwens ook in de Raad, maar als de sector meer verantwoordelijkheidszin zou tonen, dan zou het makkelijker zijn om er begrip voor op te brengen als het niet lukt, of niet meteen. En we hoeven niet te wachten op Europa. Het is toch niet zo dat we niet slim genoeg zijn om zelf systemen uit te denken die het dierenwelzijn verbeteren zonder dat het inkomen van de boer daalt? Waarom installeren steeds meer melkveehouders koeborstels terwijl dat wettelijk niet verplicht is? Het verhoogt het dierenwelzijn. Dat hun dieren zich beter gaan voelen en meer melk geven, is de win-win die eruit volgt." 

Michel Vandenbosch: "Ik hoop vooral dat de sector werk maakt van thema’s die al zo lang aanslepen. Ik denk bijvoorbeeld aan biggencastratie, een dossier waarin we al sinds 2000 vooruitgang proberen te boeken, maar waar de sector zijn beloftes niet is nagekomen. In 2018 zal het moeten, dan is er geen keuze meer. Om eerlijk te zijn ben ik het meer dan beu om al 15 jaar te horen dat het geen pijn doet. Die pijn is onomstotelijk wetenschappelijk bewezen. Ik vrees dat de landbouworganisaties tekortschieten in de vorming van hun varkensboeren om met die uitdagingen om te gaan. Dierenwelzijn is meer dan een imagomiddel." 

kippen-vrije-uitloop-gevilt.jpg

Met Ben Weyts beschikt Vlaanderen over de eerste minister voor Dierenwelzijn ooit. Vormt de creatie van zijn ministerportefeuille het voorlopige hoogtepunt van de sterke opgang die dierenwelzijn als maatschappelijk thema heeft gemaakt?
Dirk Lips: "Dat kan je inderdaad zo stellen. En die evolutie is eigenlijk simpel te verklaren: de bevoegdheden in de ministerportefeuilles hangen af van wat de maatschappij belangrijk vindt. In Nederland bestaat er bijvoorbeeld geen apart ministerie van Landbouw meer, maar is de bevoegdheid ondergebracht bij de ministerportefeuille Economie. Ergens is dat ook logisch: als de sector zodanig klein wordt, dan gaat de overheid daar minder aandacht aan besteden."

Michel Vandenbosch: "De prijzen worden aan de meet uitgedeeld, maar het is wel zo dat er een andere mentaliteit bestaat. De focus ligt op dierenwelzijn, maar laten we eerlijk zijn, dat is ook zijn plicht! Wij vragen dat de wetten niet alleen worden nageleefd, maar dat ze ook worden verbeterd. De minister heeft al enkele keren aangekondigd dat hij van Vlaanderen een voortrekker wil maken in Europa. Wel, we hopen dat het niet bij mooie woorden blijft. En je moet ook realistisch zijn: de minister opereert in een coalitie en moet zijn beslissingen aftoetsen bij zijn coalitiepartners. Helaas blinken die niet altijd uit in een constructieve houding als het over dierenwelzijn gaat." 

Diezelfde minister heeft zich in dossiers als het onverdoofd slachten van schapen tamelijk onverzettelijk opgesteld en laat ook in andere dossiers blijken dat het thema hem zeer dierbaar is. Hebben dierenwelzijnsorganisaties bij hem een streepje voor?
Dirk Lips: "Dat denk ik niet. Het gaat niet om de organisaties, maar om de bevoegdheid. Ik betreur de reactie van de landbouwsector in het schapendossier: meteen werd er gewezen op het feit dat schapenboeren met hun dieren blijven zitten. Daar gaat het niet om. De juiste vraag is: pakt de minister voor Dierenwelzijn hier effectief een dierenwelzijnsprobleem aan? Of zeggen de landbouwers: als wij meer verdienen, snij ze dan maar levend de keel over? Bovendien gaat het niet zozeer over de landbouwers in dit dossier, het gaat over de tussenschakels die proberen de boer zo weinig mogelijk te geven en tegelijkertijd ook misbruik maken van de kopers, de moslims dus. En het is overigens niet zo dat we nu aan de kop van het Europees peloton zitten. We hebben eigenlijk niet meer gedaan dan het implementeren van een Europese richtlijn." 

Michel Vandenbosch: "Het is de enige juiste beslissing en we zijn blij dat de minister niet bezweken is onder de druk die er toch was van buitenaf. We kunnen vandaag zeggen dat het een principiële maatschappelijke verworvenheid is dat een dier dat gekweekt wordt voor vleesproductie niet mag afzien als het sterft. Een stap verder is dat het onethisch zou zijn om dieren te doden. Daar is onze maatschappij het nog niet over eens, maar over dat eerste principe dus wel. En ik denk dat ook de overgrote meerderheid van de boeren hiermee akkoord is. Als het over rituele slachtingen gaat, dan is het ook belangrijk om op te merken dat het gaat om een niet-uniforme overtuiging. Vele moslims zeggen namelijk dat het onverdoofd moet, andere staan open voor verdoving. Ze zijn gelukkig niet allemaal even fanatiek anti-verdoving. Maar het zijn de meest conservatieve vertegenwoordigers van de moslimgemeenschap die het hardst en helaas het meest irrationeel roepen, tegen alle wetenschappelijke kennis in. Wel, het feit dat er verschillende scholen bestaan geeft de seculiere wetgever het recht om dierenleed te voorkomen. Voor een dier zelf maakt het niet uit of het nu sterft voor een religie of voor consumptie. De essentie is: het mag niet afzien, want onverdoofd slachten is één van de grootste mishandelingen die je een dier kan aandoen, en dat vinden ook alle Vlaamse dierenartsenverenigingen." 

dierenwelzijn-biggenstal-gevilt.jpg

Dierenwelzijn in de landbouwsector stond enkele decennia geleden nauwelijks op de agenda. Vandaag is het niet meer weg te denken uit het maatschappelijk debat rond veehouderij. Zijn landbouwdieren vandaag beter af dan pakweg 30 jaar geleden? Of bieden de grote stallen van vandaag minder comfort dan de kleinere stallen van vroeger?
Dirk Lips: "Je moet een onderscheid maken tussen het systeem enerzijds en de veehouder anderzijds. Je kan niet zomaar zeggen: dit is een beter systeem, want een beter systeem bediend door een slechte veehouder is een slechter systeem dan een slecht systeem bediend door een bezorgde veehouder. En eigenlijk moet je 50 jaar teruggaan in de tijd, namelijk naar de grote industrialisering van de landbouwsector na de Tweede Wereldoorlog: vanaf dan beschikten we over antibiotica, we kregen inzicht in genetica, we konden krachtvoer ontwikkelen, kunstmest maken, en we konden mechaniseren. Het belang van antibiotica valt nauwelijks te overschatten, want wat was de beperking voor WOII om grote aantallen van dezelfde diersoort onder één dak te houden? Als er een ziekte uitbrak, dan was je alles kwijt. Dat gaf je dus een economische motivatie om je risico te spreiden over verschillende activiteiten. Antibiotica en mechanisatie samen hebben voor een stroomversnelling gezorgd. En precies op dat moment werd er eigenlijk nauwelijks belang gehecht aan dierenwelzijn. Niet verwonderlijk dus dat er vanuit de maatschappij een reactie is gekomen op die nieuwe vorm van veehouderij. Vandaag zijn landbouwhuisdieren algemeen genomen beter af denk ik. Trouwens, mechanisatie heeft nog op een andere manier het maatschappelijk draagvlak voor landbouw aangevreten: mechanisatie heeft ervoor gezorgd dat je met steeds minder arbeidskrachten voldoende kan produceren. Dat heeft als gevolg dat steeds minder mensen een nutsdierrelatie kennen. Er zijn nog wel steeds mensen die dagdagelijks contact hebben met dieren, maar in een hobbydierrelatie waar veel meer waarde wordt gehecht aan het individuele dier, en dan spelen er andere normen en waarden." 

Michel Vandenbosch: "Ik vind dat ons intensief veehouderijmodel van vandaag nog altijd niet diergericht genoeg is. Er zijn al dingen veranderd door druk vanuit de maatschappij en door wetenschappelijk onderzoek dat in wetteksten is terechtgekomen, maar wat mij betreft is er nog heel wat marge. En let op, GAIA gaat daarbij niet resoluut voor zijn principes. We proberen wel degelijk onze overtuigingen te matchen met bedrijfseconomische systemen. Maar als het over varkens gaat dan zien we dat ondanks EU-wetgeving die routinematige verminkende ingrepen verbiedt, nog steeds te veel onnodige verminkingen als snavelkappen bij leghennen en staartknippen en castratie bij biggen, en beantwoordt de huisvesting nog steeds niet aan de essentiële gedragsnoden van de dieren. We pleiten voor een transparante wetgeving die daar maximaal aan beantwoordt en ook voor de boer duidelijk is. Met melkveehouders kan ik het doorgaans best wel goed vinden, en dat komt doordat melkveehouders in vergelijking met andere veehouderijtakken duidelijk meer oog hebben voor hun dieren als individuen, die ze soms zelfs een naam geven. Hoe meer een dier als individu wordt gezien, hoe meer het respect ervoor zal groeien. Daarom vrees ik dat de tendens om bedrijven alsmaar groter te laten worden het dierenwelzijn niet ten goede zal komen. En nogmaals, ik zeg dit niet alleen vanuit het dierenwelzijnsperspectief, volgens mij getuigt het ook landbouweconomisch van een gebrek aan visie binnen een geglobaliseerd systeem." 

Op welke verwezenlijkingen inzake dierenwelzijn mag de landbouwsector terecht fier zijn en in welke concrete dossiers is er nog werk aan de winkel?
Dirk Lips: "De groepshuisvesting voor kalveren en de verrijkte kooien voor leghennen ten opzichte van batterijkooien zijn twee voorbeelden waar er echt vooruitgang is geboekt. In de melkveehouderij is er wat mij betreft dan weer werk aan de winkel. Dieren lopen steeds minder buiten en onder meer daardoor stijgt het percentage manke dieren. Daarnaast zou ik toch vooral de varkenshouderij aanpakken. De verveling en het leven van vleesvarkens die dag in dag uit in het duister zitten, zonder enige hokverrijking in de stal… Ok, ze zullen geen pijn hebben, maar daarmee is ongeveer alles gezegd. Dat ze nu meer biggen krijgen dan vroeger, dat heeft volgens mij dan weer geen of weinig invloed op het dierenwelzijn. Dat heeft met veredeling te maken, en daar geldt: hoe minder doelstellingen, hoe sneller je vooruitgaat. Kijk bijvoorbeeld naar snelgroeiende kippenrassen. Die zijn er voor een groot stuk gekomen omdat de consument goedkope kippenfilet wilde, en steeds minder geïnteresseerd was in kippenbillen. Daarom is dierenwelzijn – ik herhaal het nog eens – een gedeelde verantwoordelijkheid van heel de maatschappij." 

Michel Vandenbosch: "Ik denk spontaan aan de konijnenhouderij, waar we in samenwerking met de sector tot een nieuw huisvestingssysteem zijn gekomen dat een stuk diervriendelijker is dan de oude konijnenbatterijkooien, naar analogie met de batterijkooien voor leghennen. We zijn met de sector tot een stappenplan gekomen dat in wetgeving is omgezet. Dat verliep vrij moeizaam, maar het resultaat mag gezien worden. Het hele konijnendossier staat voor mij in die zin symbool voor wat we als middenveldorganisatie met een pragmatische aanpak kunnen bereiken. Anderzijds kan er in zowat elke tak van de veehouderij nog veel vooruitgang worden geboekt. Of onze overheid dan tussenbeide moet komen? Wel, als de retail niet bereid blijkt om een correcte prijs te betalen aan onze boeren, dan heb ik geen moeite met overheidssteun in welke vorm dan ook, als die voor meer dierenwelzijn gebruikt wordt." 

dierenwelzijn-kalveren-gevilt.jpg

Tot slot. Omschakelen naar diervriendelijkere huisvestingssystemen doe je als veehouder niet van de ene op de andere dag. De bouw van een nieuwe stal of de renovatie van een bestaande kost de boer handenvol geld, terwijl hij lang niet zeker is of hij zijn hogere productiekost omgezet zal zien in een hogere verkoopprijs. Hoeveel mag dierenwelzijn kosten en wat met het contradictorisch aankoopgedrag van de consument (prijs versus kwaliteits- en andere eisen)?
Dirk Lips: "We hebben een andere coalitie nodig. De meeste mensen in onze streken eten gewoon veel te veel vlees, omdat het zo goedkoop geworden is. Het zou beter zijn voor zowel de boer als de consument als er wat minder vlees zou worden geconsumeerd van een betere kwaliteit met hetzelfde budget dat men vandaag aan vlees spendeert. Dat moet het doel zijn, daar zit ook de win-win. Maar langs de kant van de landbouwers lijken de geesten mij daarvoor nog niet helemaal rijp. Wat we goed moeten beseffen is dat we als landbouwsector zorgen voor de primaire behoeften van de maatschappij. De maatschappij vergeet dat, maar wij soms ook. Wat we als sector produceren moet gezond zijn voor de maatschappij, en daarom moeten we stoppen met te zeggen dat de consument meer dierlijke producten moet consumeren. Die zorgende functie is trouwens altijd een basisfunctie geweest van de landbouwsector, en boeren hebben daar ook steeds waardering voor gekregen. Vandaag krijgt de boer minder waardering, en dat is voor een stuk omdat hij die zorgende rol teveel gelost heeft. Boeren moesten plots allemaal CEO van hun bedrijf worden. Dat is goed, maar wel zonder de maatschappelijke verantwoordelijkheid van een CEO uit het oog te verliezen." 

Michel Vandenbosch: "Wel, als ik gastcolleges ga geven op hogescholen waar toekomstige landbouwers studeren, dan voel ik dat men zich meer bewust is van het belang van dierenwelzijn. Dat vind ik hoopvol. De vraag voor boeren is: hoe kan ik er niet alleen voor zorgen dat ik aanvaard word door de maatschappij, maar er ook voor gewaardeerd word? De landbouwsector moet af van die bulkgerichte focus. Ik heb soms de indruk dat men nog in de illusie leeft dat de Vlaamse landbouw kan wedijveren met de grote wereldspelers als het gaat over de export van bulkproducten. Ik geloof niet dat men daar de problemen van de gemiddelde veehouder mee gaat oplossen. Op de export gerichte bulkproductie zal de problemen nog doen toenemen. Ik vind dat er moet ingezet worden op nichemarkten. En als boeren daarbij rekening houden met dierenwelzijn, wel, dan moet daar een rechtvaardige prijs tegenover staan. Ik denk dat binnen de sector het besef nog veel te weinig aanwezig is dat dierenwelzijn ook landbouweconomisch belangrijk kan zijn voor een veehouder. Ik vind het dan ook opmerkelijk dat er bijvoorbeeld binnen het Ketenoverleg niet of nauwelijks over dierenwelzijn wordt gepraat, alsof dat op geen enkele manier te valoriseren is. Vanuit GAIA zijn we alvast bereid dat proces te ondersteunen." 

Bekijk de reportage met Dirk Lips en Michel Vandenbosch op VILT TeeVee.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via