nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

20.12.2016 DNA van zeldzame hommels blijft gezond

Het gaat dan wel niet best met wilde bijen en hommels in ons land, maar een vergelijking van genetisch materiaal toont dat zeldzame hommels in België even gezond zijn als 100 jaar geleden, toen ze nog veel algemener voorkwamen. Dat blijkt uit het federaal onderzoeksproject BELBEES. Een eventueel herstel van deze hommels zal met andere woorden niet gedwarsboomd worden door een doorgedreven genetische verarming, zo klinkt het opgelucht bij Natuurpunt. 

Hommels leven in kolonies met een koningin en werksters en hebben een erg actieve levenswijze waardoor ze een grote behoefte hebben aan geschikte bloemen. Onder meer de intensivering van de landbouw – waardoor onder meer ontelbare hectare bloemenrijke graslanden verdwenen – en de teloorgang van de klaverteelt, bracht de hommelpopulatie zware klappen toe. Vandaag telt de hommelfauna in België 30 soorten, waarvan er zeven uitgestorven zijn en twee soorten nauwelijks nog waargenomen worden.

Van de meeste zeldzaam geworden soorten laat de genetische diversiteit te wensen over aangezien ze geleidelijk verloren gaat in kleine populaties. Gekende voorbeelden zijn de laatste wilde hamsters in Nederland, de laatste wolven in Noorwegen en een kleine geïsoleerde populatie adders in het zuiden van Zweden. Deze hadden allemaal te lijden onder inteelt en daardoor ook een verminderd vermogen om zich voort te planten, wat hun voortbestaan in gevaar brengt. Bovendien kunnen genetisch verarmde populaties zich ook minder goed aanpassen aan nieuwe omstandigheden. 

Via het onderzoeksproject BELBEES werd onderzocht of dat ook het geval is voor zeldzaam geworden hommelpopulaties. In het project vergeleken Belgische onderzoekers de historische en huidige genetische diversiteit van hommels bij vier uiterst zeldzame en vier nog steeds algemeen voorkomende hommels op vijf verschillende locaties in België: de grashommel, de late hommel, de heidehommel en boshommel voor de eerste groep en tuinhommel, akkerhommel, weidehommel en steenhommel voor de tweede. De collectie-exemplaren van dezelfde hommelsoorten uit de periode 1913-1915 liet de onderzoekers toe een vergelijking te maken tussen de genetische diversiteit van de hommels vandaag en 100 jaar geleden.

De genetische diversiteit bleek wel lager te zijn bij de zeldzame hommels dan bij de hommels die vandaag de dag nog algemeen zijn, maar verrassend genoeg bleek dit 100 jaar geleden ook al het geval. Een afname in genetische diversiteit kon niet aangetoond worden. Bovendien bleken hun effectieve populaties nog relatief hoog te zijn. Het is dus hoopvol vast te stellen dat op de paar locaties waar de onderzochte zeldzame hommelsoorten nog standhouden hun genetische diversiteit niet sterk is aangetast vergeleken met 100 jaar geleden toen ze nog veel algemener waren.

“Een eventueel herstel van deze hommels zal niet gedwarsboomd wordt door een doorgedreven genetische verarming”, zo klinkt het. Onderzoekers van de UGent organiseren momenteel een Europese staalname om te achterhalen of de lagere diversiteit van de zeldzame hommels, soorteigen dan wel locatiegebonden is. 

Bron: Natuurpunt.be/Belga

Volg VILT ook via