nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

02.11.2017 "Doelstellingen van klimaatakkoord Parijs nog veraf"

De inwoners van lage- en middeninkomenslanden lopen vijf keer meer risico om te moeten vluchten door plotselinge klimaatrampen, zoals overstromingen en stormen, dan mensen in rijkere landen. Dat blijkt uit een rapport dat Oxfam uitbrengt aan de vooravond van de 23ste internationale klimaatconferentie in Bonn. Uit een ander rapport blijkt dat ondervoeding vandaag de grootste impact is die klimaatverandering heeft op de volksgezondheid. Volgens de milieuorganisatie van de VN zijn de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs nog veraf.

Nu de klimaatconferentie van de Verenigde Naties, COP23, van start gaat op maandag 6 november in het Duitse Bonn, verschijnen er her en der rapporten over het thema om er aandacht op te vestigen. Zo illustreert Oxfam in het rapport ‘Uprooted by Climate Change’ de ongelijkheid van de klimaatverandering. De CO2-uitstoot van armere landen is in verhouding met die van de rijke landen verwaarloosbaar. Toch lopen de mensen daar een veel hoger risico om te moeten vluchten dan degenen die het meeste schade aanrichten aan het milieu.

Cijfers van 2008 tot 2016 tonen aan dat gemiddeld 14 miljoen mensen in armere landen op de vlucht zijn geslagen door extreme weersomstandigheden. In hoge inkomenslanden ging dat over één miljoen mensen. In totaal werden er vorig jaar 23,5 miljoen nieuwe klimaatvluchtelingen geteld. Dat cijfer is volgens Oxfam wellicht een onderschatting: mensen die vluchten voor weerfenomenen als droogte en een stijgende zeespiegel werden niet meegeteld.

"Hoeveel orkanen moeten er nog komen vooraleer onze politici inzien wat er aan de hand is en actie ondernemen?", vraagt Brigitte Gloire, klimaatexperte van Oxfam Solidariteit, zich af. "Kustlijnen lopen onder, huizen spoelen weg en landbouwgronden drogen uit. De levens van miljoenen mensen, die zelf amper een inbreng hadden in de klimaatverandering, worden verwoest." Oxfam roept politici op om zich in te zetten voor onder meer hogere emissiereducties. "Landen moeten er alles aan doen om hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen en zo de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius. België moet haar beloften nakomen en hier dringend werk van maken", aldus Gloire.

Politici moeten volgens Oxfam ook meer werk maken van financiële steun voor de bestrijding van en aanpassing aan klimaatverandering. "Rijkere landen hebben de financiële doelstellingen uit het klimaatakkoord van Parijs nog lang niet bereikt. Ze moeten aantonen hoe ze hun doel willen bereiken. België is zijn beloften niet nagekomen en moet zo snel mogelijk zijn internationale financiële klimaatbijdrage leveren voor ontwikkelingslanden."

Uit cijfers die het Britse tijdschrift ‘The Lancet’ publiceerde, blijkt dat de uitdagingen die de klimaatverandering heeft voor de volksgezondheid, groter zijn dan gedacht. Tussen 2000 en 2016 alleen al werden jaarlijks 125 miljoen mensen getroffen door hittegolven. In het hittegolfjaar bij uitstek, 2015, waren dat zelfs 175 miljoen mensen. “Meer nog, gemeenschappen die het minst verantwoordelijk zijn voor de klimaatverandering, worden het hardst getroffen”, luidt het.

Ondervoeding is momenteel de grootste impact die de klimaatverandering heeft op de volksgezondheid. Elke graad die de temperatuur stijgt, zorgt er bijvoorbeeld voor dat zes procent minder tarwe of tien procent minder rijst kan geoogst worden. Ook de verspreiding van knokkelkoorts of dengue wordt in de hand gewerkt door klimaatverandering. Ieder jaar raken al tot 100 miljoen mensen besmet met de ziekte. Maar nu blijkt dat twee soorten muggen, alweer door de klimaatverandering, de overdracht op mensen met nog zes procent verhogen. Dat versnelt de verspreiding van de ziekte.

“De klimaatverandering veroorzaakt een gezondheidsprobleem voor miljoenen mensen wereldwijd”, duidt professor Anthony Costello, directeur van de Wereldgezondheidsorganisatie. “Het wordt een uitdaging, maar we hebben nog kans om het tij te keren voor dit sluimerend medisch noodgeval. We gaan in de juiste richting. Overheden moeten nu stap voor stap veranderingen blijven doorvoeren.”

Hoewel volgens onderzoekers in The Lancet al op een aantal terreinen resultaat wordt geboekt, is er toch dringend meer inspanning nodig om de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen, meent de UNEP, de milieuorganisatie van de VN. “De huidige inspanningen dringen de uitstoot van vervuilende stoffen terug met amper een derde van de doelstellingen die in Parijs zijn afgesproken. En als de VS zich terugtrekken uit het akkoord, dan ziet het er nog slechter uit”, stelt UNEP. “Aan het huidig tempo zijn de doelstellingen niet haalbaar.”

Concreet spraken de ondertekenaars af om de klimaatopwarming wereldwijd onder de twee graden celsius te houden. Tegen 2030 moest de uitstoot van vervuilende stoffen ook gevoelig naar omlaag, voor de EU ging dat bijvoorbeeld om een daling van 40 procent tegenover 1990. “Maar dat wordt moeilijk”, zegt UNEP. “Met alle inspanningen die de landen nu hebben beloofd, vermindert de uitstoot tegen 2030 met amper een derde van de afgesproken doelstellingen. De inspanningen van de private sector of ngo's zijn momenteel onvoldoende om die kloof nog te dichten.”

Daarom noemt UNEP het zeer waarschijnlijk dat de temperatuur in 2100 met drie graden celsius zal gestegen zijn. “En als de Verenigde Staten in 2020 inderdaad uit het akkoord van Parijs stappen, dan ziet het er nog slechter uit", klinkt het in het rapport. Toch ziet UNEP ook goed nieuws. De Parijs-doelstellingen zijn nog steeds haalbaar, maar dan moeten landen en andere actoren dringend een versnelling hoger schakelen. "Een jaar na het akkoord zitten we nog altijd in een situatie waarin we niet genoeg doen om honderden miljoenen mensen te redden van een erbarmelijke toekomst", zegt Erik Solheim, hoofd van UNEP. "Dit is onacceptabel. Als we investeren in de juiste technologie, en de private sector betrekken, kunnen we de belofte die we onze kinderen hebben gemaakt nog altijd nakomen. Maar dan moeten we nu handelen." 

Boerenbond laat weten dat de Vlaamse land- en tuinbouw al heel goede cijfers kan voorleggen wat betreft de vermindering van broeikasgassen. Volgens cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) blijft ook de totale Vlaamse emissie dalen. In 2014 lag die 16 procent lager dan in 1990. De Vlaamse land- en tuinbouw slaagde er zelfs in om zijn uitstoot in die periode te reduceren met 26 procent.

“Uit diezelfde VMM-cijfers blijkt dat de Vlaamse landbouwsector verantwoordelijk is voor acht procent van de broeikasgasuitstoot. Daarvan komt 70 procent op de rekening van de veehouderij, zodat het aandeel van de veehouderij in de totale Vlaamse uitstoot iets meer dan vijf procent bedraagt”, aldus Boerenbond. Daarmee staat de agrarische sector in Vlaanderen op de vijfde plaats, na industrie (28%), energie (24%), transport (19%) en huishoudens (13%).

“De bijdrage van de landbouw aan de broeikasgasemissies in Vlaanderen ligt beduidend lager dan op het Europese (10%) en op het mondiale niveau (24%), waar dikwijls naar landbouw gewezen wordt als grote boosdoener van de klimaatverandering”, zegt de landbouworganisatie. “Het is voor ons in Vlaanderen dus zeer belangrijk dat er rekening gehouden wordt met de juiste cijfers en met de inspanningen die de landbouw al geleverd heeft.” 

Bron: Belga/De Standaard/Boer & Tuinder

Volg VILT ook via