nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

12.12.2016 "Dorpsbewoner wil open ruimte, maar geen bouwtorens"

Plattelandsbewoners willen meer open ruimte, maar hebben geen duidelijke visie over hoe dat bereikt moet worden. Experts hebben het vaak over verdichting en kernversterking, maar daarvoor is er op het platteland zelf niet zo’n groot draagvlak te vinden. Dat blijkt uit een bevraging van Landelijke Gilden afgelopen zomer. Bovendien hebben dorpsbewoners niet het gevoel inspraak te hebben, een gegeven dat de organisatie graag aangrijpt om opnieuw de boer op te gaan. In 2017 organiseert ze een 20-tal dorpsateliers, waar inwoners en experts uit verschillende disciplines met elkaar in dialoog gaan, om na te denken over de leefbaarheid en duurzaamheid van hun dorp.

Landelijke Gilden organiseerde deze zomer een Dorpentoer. Met een gepimpte oude Lijnbus deed ze een 20-tal Vlaamse gemeenten aan, verspreid over de vijf provincies. Op de bus werden dorpsbewoners uitgenodigd om iets te drinken en een praatje te slaan, maar ook om de Dorpsenquête in te vullen. “Met die enquête hebben we gepeild naar de specifieke behoeften van de plattelandsbewoners, want hoewel het thema ruimtelijke ordening en wonen op het platteland vandaag erg actueel is, zijn er weinig cijfers over de materie voorhanden”, legt voorzitter Sonja De Becker uit.

De enquête werd ingevuld door exact 1.042 inwoners van 25 gemeenten. Ze bevroeg de deelnemers over hun beleidsprioriteiten, hun visie op ruimtelijk beleid en mobiliteit, hun gevoel van inspraak, hun dorpsbeleving, enzovoort. “De resultaten bevestigen soms algemene inzichten, maar zijn soms ook verrassend”, klinkt het. Zo blijkt dat na infrastructuur (41%) meer open ruimte (37%) de belangrijkste beleidsprioriteit is, terwijl meer woningen in de dorpskern dat absoluut níét is (4%). En dat er in het dorp meer mensen komen wonen, wordt nog getolereerd door een nipte meerderheid (54%), maar dat er meer bouwlagen komen heeft veel minder draagvlak (30%).

“Enerzijds wil de plattelandsbewoner dus wel meer open ruimte, maar niet via verdichting of kernversterking, een piste die toch vaak geopperd wordt door experts”, legt adviseur Bert Meulemans uit. “Mensen leggen blijkbaar niet spontaan de link tussen het ruimtelijk beleid en het woonbeleid. Ze zien geen verband tussen verdichting in de hoogte en de potentiële winst voor de open ruimte.”

Waarom dat zo is, heeft Landelijke Gilden in de enquête niet gevraagd. Maar Meulemans heeft wel een vermoeden. “Het begrip verdichting wordt sterk geassocieerd met woontorens en/of woonkazernes, en meer woningen wordt geassocieerd met het huidige verkavelingsmodel. Plattelandsbewoners vrezen daardoor een verder verlies van het dorpskarakter en de ruimtelijke kwaliteit. Ze hebben immers nog te weinig goede praktijkvoorbeelden gezien.”

Landelijke Gilden grijpt deze resultaten aan om haar visie op het ruimtelijk beleid nogmaals in de verf te zetten. “Door de snelle verstedelijking van de laatste decennia staan onze dorpen onder druk. Tot voor kort was daar weinig aandacht voor, maar dat is gelukkig aan het keren. Deskundigen beginnen te pleiten voor dorpsontwikkeling en plannen voor ‘leefbare dorpen’ worden opgemaakt. Het Vlaams regeerakkoord stelt ook duidelijk dat het een dorpenbeleid wil, iets wat wij toejuichen. We zijn er verder van overtuigd dat kernversterking op maat van het dorp essentieel is voor een leefbaar platteland. Daarbij mag kernversterking niet verengd worden tot de discussie over bouwlagen. Het begrip heeft ook betrekking op de verkeersleefbaarheid, de kwaliteit van de leefomgeving en meer groen in het dorp”, stelt De Becker.

Omdat uit de enquête ook blijkt dat dorpsbewoners zich te weinig betrokken voelen bij het gemeentelijk beleid (78%), wil Landelijke Gilden hen zelf laten nadenken over hun dorp en de toekomst ervan. De vereniging lanceert daarom het concept Dorpsatelier. Volgend jaar zal ze opnieuw de boer opgaan en 20 Vlaamse gemeenten bezoeken. Bedoeling is dat een groep bewoners gedurende een paar dagen of op verschillende momenten verspreid over het jaar nadenken over de leefbaarheid en duurzaamheid van hun dorp. Daarin worden ze begeleid door experts uit verschillende disciplines (wonen, energie, mobiliteit, …), zodat er iets tastbaar en concreet uit de dialogen komt, dat gepresenteerd kan worden aan de betrokken lokale besturen (gemeente, provincie of Vlaams gewest). Op die manier hoopt Landelijke Gilden uiteindelijk voor elk dorp een breed gedragen ‘plan op maat’ te ontwikkelen.

Bij de voorstelling van de resultaten en het eerste Dorpsatelier in Waarschoot, was ook minister van Omgeving Joke Schauvliege aanwezig. Zij is blij met het initiatief en wil het ondersteunen. “De Vlaamse overheid gaat zelf ook dialoogdagen organiseren in het kader van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, maar dan over zwaardere thema’s. Het Dorpsatelier vertrekt vanuit een andere invalshoek, waardoor beide elkaar mooi aanvullen. Ik zal zeker de resultaten van de ateliers en van de Dorpsenquête meenemen in de verdere uitwerking van mijn beleid. Ik geloof immers ook in sterke kernen en een beleid op maat”, klonk het. Wat het gebrek aan goede voorbeelden van verdichting en kernversterking betreft, kondigde Schauvliege ten slotte aan dat ze in vier geselecteerde dorpen een demoproject zal starten, om aan te tonen dat verdichting ook goed kan zijn. Iets wat door Landelijke Gilden positief werd onthaald.  

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via