nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

12.07.2018 Draadloze sensoren meten tomatenstress

Nergens ter wereld worden zoveel tomaten gekweekt als in Nederland en Vlaanderen. De sector is dan ook koploper inzake glastuinbouw, met hoogtechnologische en extreem efficiënte kassen. Maar het kan altijd beter, daarom investeert Europa 1,7 miljoen euro in het GROW!-project. Kennisinstituten, hogescholen en universiteiten werken samen met partners uit de glastuinbouwsector om hightech plantenkassen te bouwen en te optimaliseren. In Hoogstraten bijvoorbeeld, worden proefserres uitgerust met draadloze sensornetwerken om stress bij tomaten te meten.

Om serres intelligenter en goedkoper te maken bundelt GROW! de knowhow van Nederland en Vlaanderen. Slimme crossovers tussen glastuinbouw met hightech systemen en materialen kunnen zorgen voor een versterkte, toekomstgerichte positie van de sector. “De specifieke combinatie van sensortechnologie en tuinbouw biedt grote kansen, maar wordt nu nog onvoldoende benut. GROW! brengt daarin verandering”, klinkt het.

Het doel van de interregionale samenwerking is om de glastuinbouw efficiënter en innovatiever te maken. Met de juiste sensoren bijvoorbeeld, kunnen ziekten in de kiem gesmoord worden en kan abiotische stress gemeten en voorkomen worden. In Hoogstraten worden proefserres uitgerust met draadloze sensornetwerken voor tomaat. De bedoeling is om de stress bij de groente te meten, onder meer door te registreren welke voedingsstoffen de plant opneemt. Voor sla en witloof zullen zo’n sensoren worden uitgetest, ook in de zogenaamde vertical farms. Wetenschappers willen zo de opbrengst en de kwaliteit van de glastuinbouw te verbeteren.

Eén van de partners in het GROW!-project is het Departement Biosystemen van KU Leuven. “We gaan wiskundige modellen ontwikkelen om opbrengsten te voorspellen op basis van de sensordata”, legt Professor Bram Van de Poel uit. “Bovendien gaat het om GROW!sensoren, niet om GROW! groenten. De sensoren kunnen worden ingezet voor conventionele én biologische teelten. En ook onze predicatieve modellen zijn bruikbaar voor beide.” Het project loopt nog tot 2020.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: KU Leuven

Volg VILT ook via