nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

19.12.2015 Drone detecteert everzwijnenschade op Limburgse velden

Beleidsmatig zit er weinig beweging in het dossier van de everzwijnenschade aan landbouwgewassen. De schade aan akkers en weiden is nochtans groot, vooral in Limburg, en het ongenoegen onder landbouwers neemt toe. “Het Agentschap voor Natuur en Bos verschuilt zich achter het kleine aantal schadeclaims maar wij landbouwers vullen geen papieren in als we op voorhand al weten dat de schade toch niet vergoed wordt”, zo horen we ten velde. Een vicieuze cirkel, waarvoor een geslaagde combinatie van wetenschap en technologie mogelijks een uitweg biedt. Doctoraatsonderzoeker Anneleen Rutten (UAntwerpen & INBO) zet een drone in om vanuit de lucht de schade op te meten op akkers en weiden waar de everzwijnen lelijk te keer gingen. Met de financiële steun van IWT gaat ze de komende twee jaar verder onderzoek doen naar de impact van everzwijnen op landbouwgewassen. Anneleen rekent dan ook op de Limburgse landbouwers om haar een seintje te geven in geval van schade. Alleen zo kan er weer ‘schot’ komen in de zaak.

Zowel bij de Vlaamse natuuradministratie als de landbouworganisaties wordt weinig melding gemaakt van everzwijnenschade op akkers en weiden. Het is nochtans geweten dat de everzwijnenpopulatie toeneemt, hun verspreiding ook en bijgevolg groeit het risico op schade aan landbouwgewassen. Zo mailde een landbouwer uit Aartrijke (West-Vlaanderen) dit najaar foto’s van ernstige schade aan een weiland naar de VILT-redactie. Het lijkt wel alsof er een splinterbom is ontploft boven zijn perceel want het ligt bezaaid met uitgerukte graspollen.

Aan de andere kant van Vlaanderen, in Limburg, is het probleem wijder verspreid en houden landbouwers in bosrijke gebieden hun hart vast wanneer ze percelen inspecteren. Soms is er aan de buitenzijde van een maïsperceel weinig te merken maar zijn er in het perceel grote plekken maïs tegen de grond ‘gewalst’ door een everzwijn en haar jongen. Jos Meesters, landbouwer op een akkerbouw-vleesveebedrijf in Zutendaal, is één van de ‘ervaringsdeskundigen’. Het afgelopen jaar was qua schade niet het ergste van wat hij al meemaakte. “Everzwijnen hebben zich een weg gebaand door mijn percelen maar hun vraatzucht elders bekoeld.”

Een groep wilde zwijnen trok door de tarwe van Jos om in het perceel daarnaast tussen het graan op zoek te gaan naar bietenkoppen die aan het verteren waren in de grond. “Stilaan leren we hun gewoonten kennen want we ervaren dat bijvoorbeeld de maïsvariëteit een rol kan spelen in de ernst van de schade”, vertelt de landbouwer. “Dat kan aan de smaak van een maïsras te wijten zijn of aan de lagere inplanting van de kolf die de plant aantrekkelijker maakt voor een everzwijn.”

Dat de Limburgse landbouwers stilaan ‘everzwijnenexperten’ worden, wil niet zeggen dat ze zelf willen opdraaien voor de schade die de groeiende populatie veroorzaakt. Momenteel is dat nochtans wel het geval want het Agentschap voor Natuur en Bos ontvangt weinig of geen schadeclaims. Landbouwers hebben al zo vaak het deksel op de neus gekregen dat ze de moeite niet meer doen om de schade te melden aan de Vlaamse natuuradministratie. “Wij zijn landbouwers, geen bureaucraten. Verwacht van ons niet dat we papieren invullen als we toch weten dat het geen zin heeft”, klinkt het kordaat.

Jos Meesters beseft dat als alle landbouwers zo redeneren het probleem voor de overheid onbestaande lijkt. Net daarom is hij zo tevreden met het werk dat Anneleen Rutten momenteel verricht in een gebied dat zich uitstrekt van Bilzen tot Bocholt. Voor haar doctoraatsonderzoek aan de Universiteit Antwerpen en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek tracht ze de everzwijnenschade in het projectgebied objectief en zo volledig mogelijk in kaart te brengen. “Dat verloopt goed”, zegt Jos, “omdat de meeste landbouwers in de streek haar ondertussen kennen en een seintje geven wanneer er schade is. Enkele jaren geleden zou de loonwerker de schade aan een maïsperceel pas bij de oogst vaststellen maar tegenwoordig maken wij er een gewoonte van om onze percelen te inspecteren.”

De landbouwer uit Zutendaal, tevens secretaris van de bedrijfsgilde Bilzen-Hoeselt, roept zijn collega’s op om mee te werken aan het onderzoek van Rutten. “Uiteraard kan Anneleen onze schade niet vergoeden maar haar onderzoek helpt om het perspectief op schadevergoeding open te houden.” Een kort seintje per telefoon (0472/692319) of e-mail naar Anneleen volstaat opdat ze langs zou komen om de schade vast te stellen. Dit jaar heeft ze reeds op een 10-tal graanpercelen en 75 maïspercelen de everzwijnenschade in kaart gebracht. Na twee infovergaderingen dit voorjaar, met dank aan Boerenbond voor de medewerking, hoopt Anneleen de komende twee jaar nog meer landbouwers te motiveren om schade te melden.

Een landbouwer hoeft echt niet te vrezen dat hij uren zoet gaat zijn met de schade te tonen. Het oorspronkelijke plan om dat zonder hulpmiddelen vast te stellen, is opgeborgen want dat zou in maïspercelen onbegonnen werk zijn. Sinds de zomer beschikt Anneleen over een drone om haar van die taak te kwijten. “Een kwartiertje, meer tijd kost het me niet om met behulp van de drone de schade op een maïsperceel van pakweg drie hectare groot vast te stellen”, vertelt Anneleen. “Mijn smartphone is als het ware het oog van de drone. Ik zie op het scherm alles wat van daarboven te zien is. Vliegt de drone over een plek waar schade is, dan geef ik via de smartphone de opdracht om daar foto’s van te nemen.” Tientallen tarwe- en maïspercelen passeerden al onder de lens. De komende maanden verwacht de onderzoekster vooral op weilanden vaststellingen van schade te doen.

Anneleen beseft dat er uitgekeken wordt naar de resultaten van haar onderzoek. “Zowel landbouwers, jagers, natuurbeschermers als overheid zijn vragende partij om een precies beeld te krijgen van de schade door everzwijnen. Zonder ondersteunend cijfermateriaal kan je immers geen beleid ontwikkelen.” Tot slot wijst ze nog op het tweede luik van haar onderzoek: “Deel één is de schade in het projectgebied in Limburg met behulp van de drone in kaart brengen en een rekenmodel maken dat de verspreiding van everzwijnen en dus ook toekomstige schade kan inschatten. In een tweede – maar zeker zo belangrijk – luik van mijn onderzoek tracht ik factoren die de aanwezigheid van schade mee beïnvloeden te achterhalen: de aard van de bemesting, de keuze van de maïsvariëteit, de ligging van het perceel en andere elementen waarvan landbouwers nu aanvoelen dat het kan meespelen in het al dan niet optreden van schade. Daarmee ga ik aan de slag om een model te ontwikkelen dat landbouwers gerichtere informatie geeft over teeltkeuzes en bemesting zodat zij hun voorzorgsmaatregelen doeltreffender kunnen maken.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Anneleen Rutten (UAntwerpen-INBO)

Volg VILT ook via