nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

28.06.2017 Droogte heeft ook administratieve gevolgen voor boeren

De droogte heeft voor de land- en tuinbouwers niet alleen teelttechnische gevolgen, ook administratief kan ze implicaties hebben. Afhankelijk van welke schade de gewassen geleden hebben, moet een gewijzigde hoofd- of nateelt doorgegeven worden aan de Vlaamse landbouwadministratie om niet in de problemen te komen voor het uitbetalen van de basisbetaling. Ook in het kader van de vergroeningseisen moeten landbouwers bekijken of ze nog aan alle vereisten voldoen. Tot slot is het ook opletten geblazen in verband met de bemestingsregels.

Wanneer de hoofdteelt schade heeft geleden door de droogte maar toch op het perceel blijft staan, dan moet een landbouwer niets veranderen aan zijn verzamelaanvraag. Is de hoofdteelt vernield, niet ingezaaid of vervangen door een andere hoofdteelt, dan is de landbouwer niet verplicht iets te veranderen aan zijn verzamelaanvraag, maar hij kan dit wel doen. Bovendien dient hij te beschikken over een bewijsstuk van die vernielde of niet opgekomen teelt.

Groenbedekkers of vanggewassen die als nateelt worden ingezaaid in het kader van ecologisch aandachtsgebied kunnen onder strikte voorwaarden tijdens de aanhoudingsperiode gebruikt worden als voedergewas. “Zo is het bijvoorbeeld nodig dat de groenbedekker dan voldoende vroeg is ingezaaid en dat er na de oogst voldoende gewas aanwezig blijft zodat de groenbedekker zijn functies kan uitoefenen”, aldus het Departement Landbouw en Visserij.

De bijsturing van een teeltplan moet ook in het kader van de mestwetgeving bekeken worden. Zo is de bemesting vaak gebeurd vóór de extreme weersomstandigheden en in functie van de bedoelde hoofdteelt. Aangezien rechten en plichten zijn bepaald en opgelegd in functie van de uiteindelijk aangegeven voor-, hoofd- en nateelt, kan het aangewezen zijn om de initiële hoofdteelt niet te wijzigen. Op vlak van derogatie levert de droogte geen problemen op. Derogatie kan dan ook niet worden ingetrokken, ook niet op perceelsniveau.

In het kader van de nitraatresidubepaling selecteert de Mestbank de percelen en brengt de landbouwers hiervan op de hoogte rond 15 september. Vervolgens krijgen zij 14 dagen de tijd om percelen met teeltschade of oogstmislukking als gevolg van de droogte, samen met de bewijsstukken, te melden aan de Mestbank. In dat geval kunnen één of meerdere vervangpercelen aangeduid worden.

Wat moet een landbouwer nu doen als hij een controle ter plaatse krijgt in het kader van de steunmaatregelen of het mestdecreet? Het belangrijkste waar een boer moet over beschikken, zijn bewijsstukken dat de geplande hoofdteelt niet kon worden ingezaaid of door de droogte geheel of gedeeltelijk mislukt is. “Bij voorkeur is dat een verslag van de schattingscommissie. Dat geeft het minste discussie”, klinkt het bij de landbouwadministratie. “Door de situatie te erkennen als overmacht, wordt de initieel aangegeven teelt aanvaard voor de bepaling van het recht op steun en voor de rechten en plichten in het kader van het mestdecreet.”

Landbouwers die als gevolg van de droogte hun verbintenis in het kader van agromilieumaatregelen niet kunnen nakomen, moeten dit aan hun buitendienst melden. Omdat de maatregel niet werd uitgevoerd, zal ook geen premie uitbetaald worden. “De agromilieuverbintenis wordt wel behouden en zal niet stopgezet worden als dit gemeld wordt door de landbouwer”, luidt het. Ook in het kader van beheerovereenkomsten worden een aantal uitzonderingen toegestaan. Waar de inzaai van gemengde grasstroken of faunavoedselgewassen bijvoorbeeld is mislukt, moet dit schriftelijke gemeld worden aan VLM.

Meer informatie: Gevolgen van de droge weersomstandigheden voor diverse steunmaatregelen en voor de mestbankverplichtingen 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via