nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

13.08.2018 Droogte noopt tot dialoog over aardappelcontracten

Veel aardappelpercelen ogen troosteloos na de droogte en hitte van de voorbije weken. Bij telers heerst er nervositeit want de weersomstandigheden waren zo extreem dat het voor een aantal onder hen moeilijk wordt om het gecontracteerde volume aardappelen aan de verwerker te leveren. Vorige week vond een overleg plaats tussen de landbouworganisaties verenigd in het Agrofront en Belgapom, de beroepsvereniging van de aardappelhandel en -verwerking. Voor oplossingen op lange termijn kijken alle partijen uit naar de nog op te richten brancheorganisatie aardappelen. Acute problemen kunnen verholpen worden via constructief overleg tussen aardappelteler en frietfabriek, waarbij rekening gehouden wordt met ieders belangen.

De toestand in de aardappelsector werd vorige week besproken door vertegenwoordigers van Agrofront (Algemeen Boerensyndicaat, Boerenbond, FWA) en Belgapom. De uitzonderlijke weersomstandigheden van 2018 veroorzaken op het terrein problemen. Het voorjaar was zeer nat, wat zorgde voor een latere plantdatum dan gemiddeld. De extreme droogte- en hitteperiode die daarop volgde, resulteert in een belangrijk opbrengstverlies en minder kwalitatieve, want kleinere aardappelen. Door het captatieverbod voor oppervlaktewater waren aardappeltelers niet meer in de mogelijkheid om de schade te beperken door beregening.

Van de vroege aardappelen zeggen producenten én afnemers dat ze ondermaats zijn, en dat de opbrengst per hectare zwaar tegenvalt. Kleinere aardappelen zullen dit jaar resulteren in kleinere frieten want de verwerkers kunnen niet anders dan hun kwaliteitseisen bijstellen. Romain Cools van beroepsvereniging Belgapom: “Fabrieken stellen zich heel flexibel op bij de kwaliteitsbeoordeling van de nieuwe oogst, en de oude aardappelvoorraad is zo lang mogelijk verwerkt zodat de oogst van vroege aardappelen uitgesteld kon worden. Nu pas worden op grote schaal vroege aardappelen verwerkt.”

Voor de hoofdoogst van bewaaraardappelen erkent iedereen dat het te vroeg is om conclusies te trekken. Cools: “Uit ervaring weten we dat je daar pas na half september een goed beeld van hebt. Wat je vandaag met zekerheid kan zeggen, is dat er aardappelen zullen zijn. Net zoals er boeren zullen zijn die goed geld verdienen met hun vrije aardappelen en anderen die aan hun aardappelcontracten minder zullen overhouden dan verhoopt.” Door de neerslag van de laatste dagen kan het gewas op de nog vrij groene percelen opnieuw beginnen groeien. Aanzienlijke opbrengstverliezen zijn niettemin mogelijk, evenals kwaliteitsproblemen als gevolg van doorwas in aardappelen die te laat getrakteerd worden op water. Het risico bestaat namelijk dat de aardappelplant nieuwe, kleine knolletjes vormt die de bestaande knollen leegzuigen. Het ene aardappelras is daar meer gevoelig voor dan het andere.

De extreme weersomstandigheden van 2018 worden zowel door Agrofront als Belgapom erkend als een niet te voorziene en uitzonderlijke situatie. Daarom roept Belgapom haar leden-verwerkers op om in overleg te gaan met individuele telers die hun contractverplichtingen niet kunnen nakomen. Een oproep die de landbouworganisaties tevreden stelt want Guy Vandepoel van Boerenbond zegt daarover: “De droogteschade op aardappelpercelen is ernstig maar ook variabel. Ieders situatie is verschillend, bijvoorbeeld omdat het opbrengstverlies afhankelijk is van de ligging van percelen en omdat aardappelen zowel voor de vrije markt als op contract geteeld worden. Daarom moet er gestreefd worden naar een duurzame oplossing die rekening houdt met de belangen van beide partijen. Aardappeltelers en -verwerkers hebben elkaar nodig.”

Net omdat de één niet zonder de ander kan, wordt dit najaar een brancheorganisatie aardappelen boven de doopvont gehouden tijdens de aardappelvakbeurs Interpom|primeurs. Vertegenwoordigers van de verschillende schakels in de aardappelketen zullen in de schoot van die organisatie op regelmatige basis overleggen. Gelet op de recente ervaringen met oogstmislukkingen (wateroverlast in 2016, droogte in 2018) en het vooruitzicht op nog meer weersextremen door de klimaatverandering zijn de landbouworganisaties vragende partij voor een betere risicospreiding. Vandaag is het de overheid die via het (landbouw)rampenfonds tussenkomt in oogstmislukkingen die zo uitzonderlijk zijn dat ze landbouwbedrijven over de kop kunnen doen gaan.

Mits de premie voor landbouwers betaalbaar is en het (landbouw)rampenfonds niet onbezonnen wordt afgebouwd, ziet Boerenbond in een goed functionerende weersverzekering een deel van de oplossing. Ook Belgapom gelooft dat risicodekking een mengvorm zal aannemen waarin zowel de private verzekeringsmaatschappijen als de overheid een rol te spelen hebben. “België heeft geen grote traditie van verzekeren, maar voor de echt grote risico’s moet er een oplossing komen. Aardappeltelers zijn meegegaan in de groei en professionalisering van de aardappelverwerking, en het kan niet de bedoeling zijn dat zulke bedrijven door één grote tegenslag onderuit gaan. De schrik voor een grote tegenslag heeft er ook in onze sector in gezeten toen het na een brand bij een voedingsfabriek voor frietfabrieken onmogelijk was om nog een brandverzekering af te sluiten.”

Aan extreem weer heeft niemand schuld zodat het Algemeen Boerensyndicaat in een ruimere formulering van de overmachtsclausule in aardappelcontracten een oplossing ziet. De organisatie loopt niet hoog op met aardappelverwerkers die hun leveranciers dit jaar verplichten om het ontbrekende volume bij te kopen op de vrije markt. “Sommige aardappelverwerkers leggen de gevolgen van de droogte volledig bij de teler. In de groentesector wordt duidelijk meer gepraat en anders met elkaar omgegaan”, schrijft ABS-voorzitter Hendrik Vandamme in ledenmagazine Drietand. Hij verwijst ook naar Nederland, waar hectarecontracten voor aardappelen gebruikelijk zijn, en er meer dialoog is tussen teler en afnemer.

Over hectare- in plaats van kilocontracten wil Belgapom met de landbouworganisaties discussiëren, maar liever nadat het stof is gaan liggen. Romain Cools: “Belgische boeren die hectare-contracten prefereren hebben reeds de kans om in zee te gaan met Nederlandse verwerkers die hier actief zijn. Alleen moeten ze weten dat er ook in hectare-contracten een bijleverplicht staat.” De vergelijking met de groentesector vindt Cools niet opgaan omdat de aardappelmarkt veel volatieler is, en producenten veel meer keuzevrijheid hebben bij de teelt (vroege of late aardappelen, welke variëteit) en de verkoop van hun aardappelen (vers of voor verwerking, op contract of vrij, afgedekt via de termijnmarkt of een pool).

Wat de overmachtsclausule betreft, zegt Cools het volgende: “Zo’n clausule staat ook in de contracten die onze leden afsluiten met hun afnemers van aardappelproducten. Overmacht wordt daarin zo eng gedefinieerd dat aardappelverwerkers uitzonderlijke weersomstandigheden niet kunnen inroepen als reden voor een tekort aan aardappelproducten.” Nog volgens de sectorwoordvoerder hebben sommige akkerbouwers en tuinders er na de ervaring van vorig jaar, waarbij vrije aardappelen slecht vergoed werden, voor gekozen om hun vroege aardappelen niet te beregenen en voorrang te geven aan het redden van andere teelten. “Er was een soort defaitisme merkbaar”, aldus Cools, die het daarom des te belangrijker vindt dat aardappelen economisch perspectief bieden voor een ganse keten. “De uitdaging voor de brancheorganisatie wordt werken aan meer zekerheid in de aardappelsector en tegelijk toch voldoende ruimte laten voor ondernemerschap.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via