nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

20.12.2016 Duurzaam voedsel palmt bijna 5% van voedingsmarkt in

Volgens een eerste meting is de markt aan duurzaam voedsel in Vlaanderen minstens 418 miljoen euro waard. Daarmee nam duurzaam voedsel vorig jaar een marktaandeel van bijna vijf procent in de totale voedingsmarkt in. Ter vergelijking: in Nederland, waar de meting al langer gebeurt, gaat het om een aandeel van acht procent. Dat blijkt uit de studie ‘Dagelijkse kost, duurzame kost?’, een achtergrondrapport bij het nieuwe Landbouw- en Visserijrapport dat onlangs is verschenen.

Om het nieuwe Landbouwrapport dat de consument centraal stelt goed te onderbouwen, heeft de studiedienst van de Vlaamse landbouwadministratie duurzaam aankoopgedrag in kaart gebracht. Zo krijgen marktpartijen en beleidsmakers inzicht in de voedselkeuzes van de Vlaming. De onderzoekers definiëren ‘duurzaam voedsel’ als “voedsel waarbij tijdens de productie en verwerking meer rekening is gehouden met milieu, dierenwelzijn en/of sociale aspecten dan wettelijk verplicht is”.

Duurzame consumptie kan een hefboom zijn voor de verduurzaming van het gehele voedselsysteem. De duurzaamheid van onze voedselconsumptie in kaart brengen, is een eerste logische stap. Structureel werd dat in Vlaanderen nog niet opgevolgd zodat de onderzoekers van het Departement Landbouw en Visserij zelf een monitoringsinstrument ontworpen en een nulmeting voor het jaar 2015 deden. De Nederlandse Monitor Duurzaam Voedsel van de Universiteit Wageningen was voor hen een belangrijke bron van inspiratie.

In de Vlaamse monitor ligt de focus op de consumptie voor thuisverbruik. Veel data zijn afkomstig van GfK Belgium die het consumptiegedrag opvolgt in opdracht van VLAM. Andere cijfers komen van de beheerders van duurzaamheidslabels. Door al deze cijfers naast elkaar te zetten, komt het Departement Landbouw en Visserij tot tien kerninzichten. Om te beginnen het inzicht dat de markt voor duurzaam voedsel bijna vijf procent van de voedingsmarkt uitmaakt. Uitgedrukt in omzet gaat het om zo’n 418 miljoen euro in 2015, wat een optelsom is van de verkoop van bio-, fairtrade- en hoeveproducten, de verkoop van duurzaam gelabelde vis en de verkoop van scharreleieren en eieren van kippen met vrije uitloop.

Fairtrade is een stabiele groeier. Zo draagt 12 procent van de verkochte bananen in België het Fairtrade-label. Ook de vraag naar bio neemt toe, maar het marktaandeel blijft met twee procent voorlopig zeer klein. Dat geldt ook voor biologisch vlees aangezien het marktaandeel op 1,2 procent blijft steken. Scharreleieren zijn de standaard keuze van de consument (69%), vrije uitloop volgt op de tweede plaats (23%). De consumptie van gecertificeerde duurzame vis zit in de lift. Hoewel de korte keten volop in de aandacht staat, vertoont de omzet van hoeveverkoop en boerenmarkten een dalende trend. Sinds 2012 is dit enigszins gestabiliseerd. Beide kanlen zijn samen goed voor 62,9 miljoen euro, wat minder dan één procent is van de totale bestedingen aan versproducten in ons land.

De consumptie van vlees en melk daalt de laatste jaren, die van melk- en vleesvervangers stijgt. Conclusies over vleesvermindering kan je er niet uit trekken omdat de monitoring niet de gehele consumptie afdekt. De consumptie van dierlijk eiwit kan gedaald maar even goed verschoven zijn naar maaltijden buitenshuis. Bovendien omvat de categorie vleesvervangers enkel de directe alternatieven zoals vegetarische burgers maar niet de plantaardige eiwitbronnen zoals peulvruchten en noten.

De Vlaming scoort slecht op het vlak van gezonde voeding, gewicht en beweging. Zo eet slechts 29 procent van de bevolking de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid fruit, voor groenten volgt 38 procent van de Vlamingen de richtlijn. Bijna de helft van de Vlamingen heeft overgewicht, 13 procent heeft zelfs obesitas. Slechts 40 procent van de bevolking besteedt minstens 30 minuten per dag aan lichaamsbeweging.

Een dooddoener voor duurzame voedselkeuzes is een voedingsmiddel aankopen zonder het te consumeren. In 2014 bestond het huishoudelijk restafval voor 15 procent uit voedselresten. OVAM becijfert het totaal verlies op 108.000 ton voedselafval, waarvan 47.000 ton voedselverlies en 61.000 ton nevenstromen. Per consument is dat jaarlijks 16,9 kilo voedselafval waarvan 7,4 kilo voedselverliezen en 9,5 kilo nevenstromen. Brood en banket, groenten en fruit zijn de voornaamste producten die verloren gaan na aankoop.

Meer info: Departement Landbouw en Visserij 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via