nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

15.03.2017 ECHA taxeert glyfosaat als niet kankerverwekkend

In juni vorig jaar besloot de Europese Commissie om de markttoelating van glyfosaat tijdelijk te verlengen bij gebrek aan eensgezindheid onder de lidstaten. Sindsdien is het uitkijken naar het advies van het Europees agentschap voor chemische stoffen (ECHA) over de mogelijke gezondheidsrisico’s van de onkruidbestrijder. Het ontwerpadvies dat stelde dat glyfosaat niet kankerverwekkend, mutageen noch reproductietoxisch is, werd aan een soort van openbaar onderzoek onderworpen. Daarop heeft ECHA bijna 300 reacties ontvangen. De wetenschappers houden voet bij stuk dat hun classificatie de juiste is op basis van alle wetenschappelijke bewijzen. Wel waarschuwen ze dat contact met glyfosaat ernstige oogschade kan veroorzaken. Voor het waterleven is glyfosaat langdurig giftig.

Verschillende pogingen van de lidstaten om het eens te geraken over de markttoelating van glyfosaat waren vorig jaar gestrand in het expertencomité. Daarop trok de Europese Commissie het dossier opnieuw naar zich toe. De tijdelijke verlenging van de productvergunning met 18 maanden kwam eigenlijk neer op tijd kopen. In Brussel wou men graag het oordeel van het Europees agentschap voor chemische stoffen afwachten (ECHA). Het ontwerpadvies was vorig jaar reeds voorhanden maar krijgt pas definitief vorm na een publieke consultatie en een evaluatie door ECHA’s eigen Risk Assessment Committee (RAC).

RAC maakt een inschatting van de intrinsieke gevaren die uitgaan van een chemische stof. Diens classificatie houdt geen rekening met blootstelling en is dus geen risicobeoordeling. Die afweging wordt wel gemaakt wanneer de EU moet beslissen over de markttoelating van glyfosaat. Het comité van wetenschappers in de schoot van ECHA beoordeelde zowel de wetenschappelijke literatuur als de studies in opdracht van de fabrikanten van glyfosaat. Zij namen ook kennis van de wetenschappelijk relevante informatie die de publieke consultatie opleverde.

De literatuuranalyse door RAC en het bestuderen van de (bijna 300) reacties op het ontwerpadvies hebben aan het standpunt van ECHA niets veranderd. Het Europese agentschap vond geen bewijs voor een classificatie als kankerverwekkend, mutageen of gevaarlijk voor de voortplanting. Zoals eerder al geweten was, is glyfosaat wel erg gevaarlijk voor oogschade wanneer de gebruiker daar ongelukkig mee in contact komt. Glyfosaat is ook schadelijk voor het milieu wanneer het in het oppervlaktewater terechtkomt. De actieve stof heeft namelijk een langdurig schadelijk effect op het waterleven. Daarvoor vond ECHA afdoende wetenschappelijk bewijs zodat het deze twee gevaren op het etiket vermeld wil zien.

Het advies is nog niet publiek beschikbaar. De normale procedure is dat het online komt wanneer het na een laatste controle op de vorm, en niet meer op inhoud, verzonden wordt naar de Europese Commissie. De reacties branden nu al los gelet op het belang van het ECHA-advies voor het oordeel van de Commissie. Milieuorganisaties herinneren aan de classificatie als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend voor de mens’ door het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC). Bij milieubeschermers heerst er onbegrip omdat het advies van ECHA “in navolging van voedselveiligheidsautoriteit EFSA het wetenschappelijk bewijs negeert dat glyfosaat kanker kan veroorzaken”. Greenpeace vreest dat ECHA nu het pad effent voor een nieuwe 15-jarige markttoelating voor het veelgebruikte herbicide.

Ook de groene Europarlementsleden die zich verzetten tegen een nieuwe markttoelating voor glyfosaat zijn niet overtuigd door de analyse van de Europese agentschappen. “Dat ECHA vandaag hetzelfde besluit neemt als EFSA, betekent dat de nood aan transparantie nog steeds groot is. Pas als onafhankelijke wetenschappers inzage krijgen in de gebruikte studies, zal voor eens en altijd de twijfel over de schadelijkheid van glyfosaat kunnen weggenomen worden”, meent Europarlementslid Bart Staes (Groen).

Veel positiever reageren de fabrikanten van gewasbeschermingsmiddelen die tevreden zijn omdat ECHA zich heeft laten leiden door objectieve data, en niet door de maatschappelijke druk om glyfosaat te verbieden. De Glyphosate Task Force die fabrikanten verenigt, stelt vast dat autoriteiten steeds weer tot dezelfde conclusie komen: “Het wetenschappelijk bewijs dat een verlenging van de markttoelating ondersteunt, is overweldigend.” De Europese federatie van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie (ECPA) verspreidt via Twitter het nieuws dat de wetenschap aan het langste eind trekt. En men voegt er meteen aan toe dat niets een snelle verlenging van de producttoelating nog in de weg staat.

In eigen land juicht Phytofar toe dat de wetenschap het heeft gehaald op de bangmakerij. “De classificatie door ECHA als niet kankerverwekkend is in overeenstemming met de bestaande 90.000 pagina's van bewijsmateriaal, 3.300 peer-reviewed studies en de adviezen van de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA én Wereldgezondheidsorganisatie WHO”, zegt Veerle Van Damme namens de Belgische gewasbeschermingsmiddelenindustrie. Ze noemt met opzet ook WHO omdat tegenstanders van glyfosaat de classificatie door IARC steevast gelijkstellen met het oordeel van de Wereldgezondheidsorganisatie. In werkelijkheid is IARC één adviesorgaan van WHO, en werkt ook het Joint Meeting of Pesticide Residues (JMPR) in diens opdracht. JMPR oordeelde dat het weinig waarschijnlijk is dat mensen kanker krijgen door de blootstelling aan glyfosaatresiduen in voeding.

Phytofar drukt de hoop uit dat de Europese Commissie rekening houdt met de stem van de wetenschap en nu snel het registratieproces start om glyfosaat opnieuw een goedkeuring van 15 jaar te verlenen. Oorspronkelijk werd dit door de Europese Commissie ook voorgesteld, lees: voordat de stof het onderwerp werd van een emotioneel en politiek debat. “Het is van primordiaal belang dat producenten én gebruikers vertrouwen hebben in het systeem dat een veilige voeding in Europa moet garanderen en dat kan alleen gebeuren op basis van objectieve criteria, niet op basis van emotie en electorale profileringsdrang”, voegt Van Damme nog toe.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via