nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

12.06.2017 Economisch effect VLIF-steun in grote lijnen positief

In opdracht van de Vlaamse overheid rekende de Universiteit Gent uit wat het effect is van investerings- en overnamesteun op een aantal economische parameters van de landbouwbedrijven die deze steun ontvingen uit het plattelandsbeleid. Het effect op de bruto toegevoegde waarde is positief voor overnamesteun en investeringssteun die het concurrentievermogen verbetert. Dat kan niet gezegd worden van de steun voor emissiebeperking op een veebedrijf, maar zonder de subsidie zou het negatieve effect nog sterker zijn of zouden investeringen niet gebeuren. Bruto toegevoegde waarde wordt specifiek voor de Vlaamse landbouw gezien als een betere graadmeter dan output per arbeidskracht.

In de programmaperiode 2014-2020 van het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt extra aandacht besteed aan de monitoring en evaluatie van beleidsmaatregelen. De vraag van het Departement Landbouw en Visserij aan de UGent om de economische impact van een aantal PDPO-maatregelen te berekenen, kadert hierin. Onderzoekers van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen bogen zich over de steunmaatregelen van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF).

Uit de analyse blijkt dat zowel overnamesteun als investeringssteun ter bevordering van het concurrentievermogen een positief effect hebben op de bruto toegevoegde waarde van de landbouwbedrijven. Steun voor energiebesparende investeringen is een voorbeeld van VLIF-steun die de output doet stijgen. Naast energiebesparing beïnvloedt ook het ondersteunen van (hernieuwbare) energieproductie op landbouwbedrijven de output positief. Meer in het algemeen doen diversificatie-investeringen de output significant stijgen.

Voor milieu-investeringen ligt dat anders. De onderzoekers van UGent becijferden dat 1 euro steun een outputdaling van 4 euro teweegbrengt in het jaar volgend op de investering. Anderzijds zorgt steun voor milieu-investeringen wel voor een lagere kostprijs omdat het voornamelijk om investeringen gaat die een landbouwer helpen om te besparen op inputs. Verhogend voor de kostprijs werken onder meer de investeringen in dierenwelzijn (1 euro steun resulteert in 3,6 euro meer variabele kosten door de investering) en in het beperken van de uitstoot. Steun voor investeringen in emissiebeperking beïnvloedt ook de bruto toegevoegde waarde in negatieve zin.

Energiezuinige investeringen laten zowel de output als de kosten stijgen. Maar de kosten nemen meer toe aangezien de bruto toegevoegde waarde daalt. Opvallend, de steun voor investeringen in stallen laat de output dalen. De kosten dalen het eerste jaar na de investering en stijgen het volgende jaar. De bruto toegevoegde waarde is negatief. Daar hoort als belangrijke kanttekening bij dat het bouwen en inrichten van stallen tijd vergt zodat het te vroeg is om twee jaar na de investeringssteun de balans op te maken.

Bovenstaande conclusies zijn een extrapolatie door UGent van gegevens uit de databanken van het VLIF en Landbouwmonitoringsnetwerk. Van de 1.162 bedrijven die hun bedrijfseconomische boekhouding delen met de overheid deden er 706 een beroep op investeringssteun in de periode 2007-2015. Interessant is de vraag welk effect de investeringssteun heeft op de output per arbeidskracht van een gemiddeld Vlaams landbouwbedrijf. Die daalt, voornamelijk als gevolg van de overnamesteun voor jonge landbouwers. “De vraag is of voor Vlaanderen output per arbeidskracht een zinvolle indicator is”, klinkt het. “Duidelijk is dat overnamesteun de kosten laat dalen en ook een positief effect heeft op de bruto toegevoegde waarde van een landbouwbedrijf.” Als een jonge landbouwer in het bedrijf van zijn ouders stapt, wordt de output uitgesmeerd over meer arbeidskrachten en lijkt het effect dus negatief.

De conclusie is dat één enkele indicator zoals output per voltijdse arbeidskracht de verscheiden effecten van investeringssteun onvoldoende kan beschrijven. In Vlaanderen, waar de landbouw sterk onder druk staat, is het behoud van tewerkstelling en het voldoen aan milieuwetgeving minstens zo belangrijk. Professor Jeroen Buysse die het onderzoek leidde, schuift daarom bruto toegevoegde waarde, als resultante van output min kosten, naar voren als een meer relevante indicator. “Daaruit blijkt dat zowel overnamesteun als investeringssteun in het concurrentievermogen een positief effect hebben. De steun voor ermissiebeperkende investeringen heeft een negatief effect, maar zonder deze investeringssteun zou dit effect nog meer negatief zijn of zouden investeringen niet gebeuren. Nochtans zijn deze investeringen noodzakelijk om concurrentieel te blijven en de leefbaarheid van de Vlaamse bedrijven veilig te stellen.”

Meer info: Departement Landbouw en Visserij

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via