nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

24.10.2017 Ecosysteemdiensten voedselproductie onder de loep

In een nieuw rapport maakt het Departement Landbouw en Visserij een balans op van de wisselwerking tussen landbouw en verschillende ecosysteemdiensten. Dat zijn voordelen die mens en maatschappij ontvangen van de natuur in de vorm van goederen en diensten, van voedsel, drinkwater en hout over klimaatregulatie tot recreatie. Landbouw levert een positieve bijdrage aan verschillende ecosysteemdiensten, maar er zijn ook negatieve effecten van de landbouw op ecosysteemdiensten. 

De processen die zich afspelen in de natuurlijke ecosystemen, zoals de productie van voedsel en drinkwater, de bestuiving van gewassen, luchtzuivering, het behoud van vruchtbare bodems, enzovoort, worden overkoepelend ‘ecosysteemdiensten’ genoemd. Ze kunnen ingedeeld worden in een drietal categorieën: producerende ecosysteemdiensten die materiële producten leveren (zoals voedsel, drinkwater of hout); regulerende ecosysteemdiensten (zoals waterzuivering of klimaatregulatie); en culturele ecosysteemdiensten (zoals recreatie).

In een nieuw rapport maakt het Departement Landbouw en Visserij een studie van landbouw en de wisselwerking ervan met de verschillende ecosysteemdiensten. Daarnaast wordt ook uitgebreid verwezen naar het Programma voor Plattelandsontwikkeling 2014-2020 (PDPO III) dat via verschillende maatregelen inzet op het verbeteren van de toestand van ecosysteemdiensten. Het grootste aantal maatregelen speelt in op biodiversiteit, regulatie van de waterkwaliteit, behoud van de bodemvruchtbaarheid, regulatie van het globaal klimaat en regulatie van het erosierisico.

Bij de beschrijving van de huidige toestand van de ecosysteemdiensten in Vlaanderen wordt vastgesteld dat heel wat menselijke invloeden direct of indirect inwerken op ecosystemen. Denk daarbij aan veranderd landgebruik (zoals verstedelijking), milieuverontreiniging, klimaatverandering, veranderde landbouwmethoden, overexploitatie van grondwatervoorraden en bodem, enzovoort. Concreet komt het erop neer dat de meeste ecosysteemdiensten onevenwichtig zijn, zo klinkt het. Ze worden met andere woorden te intensief gebruikt: de vraag is groter dan het aanbod, met vaak negatieve effecten op andere ecosysteemdiensten of de toekomstige levering van de diensten.

Ook de ecosysteemdienst ‘voedselproductie’ is in onevenwicht, zo stelt het rapport vast. “De landbouw, die net zoals andere sectoren sterk afhankelijk is van chemicaliën en fossiele brandstoffen, gaat gepaard met negatieve effecten op het aanbod van andere ecosysteemdiensten, zowel in Vlaanderen als daarbuiten”, zo klinkt het. Zo is drainage van landbouwgebieden voordelig voor de landbouw, maar kan de versnelde afvoer van regenwater benedenstrooms voor wateroverlast zorgen of voor een watertekort bij een lange droogteperiode.” Dat kan dan weer indirect negatieve gevolgen hebben op bijvoorbeeld natuurlijke bestuiving, plaagbeheersing of bodemvruchtbaarheid.

Het rapport reikt ook oplossingen aan. “Een daling of aanpassing van de vraag naar voedsel- en energieproductie kan bijvoorbeeld resulteren in een daling van de vraag naar de regulerende ecosysteemdiensten”, zo klinkt het. “Die verminderde vraag hoeft geen verminderde beschikbaarheid van voedsel en water te betekenen. Ook minder voedselverspilling, veranderingen in het eetpatroon (onder meer een lagere vleesconsumptie of meer seizoensgebonden en lokale voeding) en efficiëntere productieketens vormen een belangrijke potentiële oplossing.”

Daarnaast worden ook de verdere technologische en ecologische modernisering van de landbouw naar voren geschoven als een manier om de negatieve gevolgen van de landbouwproductie te verminderen. Tenslotte wordt benadrukt dat het grootste aandeel van ecosysteemdiensten in Vlaanderen geleverd wordt door landbouw omdat het de grootste ruimtegebruiker is. "Door deze verhouding in landgebruik kan een kleine wijziging in landbouwpraktijk meer (ecosysteem)winsten voor de maatschappij opleveren dan het investeren in bijvoorbeeld heide of slikken en schorren, die wel een groot ecosysteemdienstpotentieel per hectare hebben maar een kleine oppervlakte", aldus nog het rapport. 

Lees het volledige rapport hier.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren

Volg VILT ook via