nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

23.11.2018 Eén op vijf pocketvergisters lost verwachtingen niet in

Pocketvergisting – de productie van biogas in een kleine installatie met een geïnstalleerd vermogen tot 10 kWe – won de laatste jaren aan populariteit in de melkveehouderij. Ondertussen draaien er 75 op Vlaamse boerderijen, al lijkt ‘draaien’ niet het juiste woord. Vlaams parlementslid Robrecht Bothuyne (CD&V) kreeg lucht van de problemen en informeerde zich bij minister Tommelein. Zijn antwoord leert dat meer dan één op vijf pocketvergisters in 2017 helemaal geen energie produceerde. Dat nieuws verbaast FEBIGA niet. Namens de federatie van de grote biogasbedrijven wijst Tore Content op de expertise die nodig is om biogas te produceren. Veel veehouders lijken dat te onderschatten.

Naast zonne- en windenergie zorgt ook de productie van groene stroom en warmte via biogas voor een belangrijk deel van onze hernieuwbare energieproductie. Er zijn in Vlaanderen een 40-tal grote biogasinstallaties, van wie de belangen verdedigd worden door de federatie FEBIGA. In hun recent verschenen politiek memorandum – waarover later meer op VILT.be – lezen we dat biogas goed is voor 10,6 procent van de totale productie aan groene stroom en voor 12,9 procent van de groene warmte. Samen komt dat neer op een bijdrage van 10 procent in de totale productie van hernieuwbare energie in Vlaanderen. Hiermee wordt de doelstelling voor 2020 reeds gehaald.

Waar de grote biogasinstallaties kampen met hoge aankoopprijzen voor de afvalstromen die ze vergisten en met een afnemende acceptatie in nitraatgevoelig Vlaams landbouwgebied, lijkt het de kleinschalige vergisters voor de wind te gaan. Hun aantal nam toe tot 75 want een pocketvergister laat melkveebedrijven toe om mest op te waarderen tot groene energie. “Veehouders kunnen zo hun steentje bijdragen aan het tegengaan van de klimaatverandering”, zegt Vlaams volksvertegenwoordiger Robrecht Bothuyne (CD&V). Wat een succesverhaal had kunnen zijn, wordt echter verpest door opstartproblemen en een manke uitbating bij installaties die geplaatst worden maar de verwachtingen niet inlossen. “In 2017 waren er 16 installaties die helemaal geen energie produceerden. Dat is meer dan één op vijf”, citeert Bothuyne uit het antwoord dat hij van Vlaams minister van Energie Bart Tommelein ontving.

Vanzelfsprekend resulteerde dat in een daling van de elektriciteits- en warmteproductie. Bothuyne: “Waar in 2016 de pocketvergisters nog zorgden voor 2.183 MWh elektriciteit en 6.740 MWh warmte, was dat in 2017 gezakt naar 1.942 MWh elektriciteit en 6.740 MWh groene warmte. De energieproductie daalt dus hoewel er vorig jaar nog vijf pocketvergisters zijn bijgekomen.” Een groot aantal installaties draait niet of nauwelijks. Volgens het Voortgangsrapport 2018 van sectororganisatie Biogas-E zijn er verschillende redenen voor het (tijdelijk) uit dienst gaan van de installaties. Worden vernoemd: technische problemen bij een aanbieder van installaties en het ontbreken van kennis bij de boer. Elders valt te horen dat er ook een gebrek aan nazorg is door de verkoper. Een kleinschalige biogasinstallatie doen draaien en ze correct onderhouden, vergt namelijk tijd en aandacht, en ervaring.

Technische problemen hebben voornamelijk te maken met het schuimen van de mest, motorslijtage, de biogasopslag die lekken vertoont en een te lage vergistingstijd. Installaties die correct beheerd worden, draaien over het algemeen goed. “Er is duidelijk nood aan een betere begeleiding van veehouders bij de uitbating van een kleine vergister”, concludeert Robrecht Bothuyne. Hij suggereert dat het nuttig kan zijn om de technische mankementen bij stilgevallen pocketvergisters te herstellen, en daar als overheid eenmalig steun voor te voorzien. “Zo kan de sector terug op volle kracht draaien, wat zeker nuttig is in deze tijden van stroomschaarste.”

FEBIGA, de federatie van de Vlaamse biogasbedrijven, schrikt er niet van dat landbouwers worstelen met de opvolging van hun pocketvergister. “Biogas produceren, is een vak apart en vergt de nodige expertise. Het is niet de core business van veehouders die hun aandacht in de eerste plaats op de koeien in de stal moeten richten. Dat verklaart de problemen waarmee pocketvergisters kampen”, zegt FEBIGA-directeur Tore Content. “In het verkoopverhaal wordt een pocketvergister voorgesteld als een makkelijke manier om stroom en warmte te produceren. Dat is het niet. Mijn leden – private biogasproducenten die grote installaties uitbaten, waarbij de kleinste nog altijd meer stroom produceert dan alle 75 pocketvergisters samen – hadden tien jaar nodig om de expertise op te bouwen waarover ze vandaag beschikken. In die tijdspanne is onze sector op vlak van regelgeving een steeds strakker keurslijf aangemeten. Desondanks zijn een aantal uitbaters bereid om te investeren in een tweede generatie biogasinstallaties voor zover de overheid onze deskundigheid erkent en mee wil nadenken over een toekomstvisie rond biogas op lange termijn.”

De federatie van de grote biogasbedrijven vindt het vreemd dat de Vlaamse overheid investeringssteun verstrekt voor de plaatsing van een pocketvergister op rundveebedrijven, en vervolgens geen punt maakt van de uitbating ervan. Dat klopt niet, vernemen we rechtstreeks van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) dat eerst even de puntjes op de i zet: “Begin dit jaar vielen de groenestroom- en warmtekrachtcertificaten weg. Sindsdien wordt er investeringssteun (65%, met een maximum van 47.000 euro) voor een kleine vergister verstrekt via het Vlaams Energieagentschap (VEA). Enkel de randinvesteringen (bv. mestpomp, digestaatopslag en een stalvloer zonder betonroosters) die gepaard gaan met de aanschaf van de WKK-motor worden door het VLIF gefinancierd met middelen die uit het Vlaams Klimaatfonds komen.”

Dat één op de vijf pocketvergisters vorig jaar niet functioneerde, laat het Departement Landbouw en Visserij heus niet koud. “De Europese Commissie verplicht opvolgingscontroles in minstens 1 procent van de dossiers voor landbouwinvesteringssteun. Als blijkt dat de investering geruime tijd niet operationaal is, kan een terugvordering volgen. We weten dat de uitbating van pocketvergisters niet van een leien dakje loopt, en zoeken daarom mee naar oplossingen voor de problemen die veehouders ervaren. Per jaar kan een uitbater 22.000 euro aan inkomsten verliezen als zijn installatie niet goed draait.” De operationele groep die luistert naar de naam 'Pocketboer' – in het kader van een European Innovation Partnership (EIP) – brengt onderzoekers (o.a. Inagro en Hooibeekhoeve) en uitbaters van een pocketvergister samen. Kennisoverdracht en -uitwisseling kunnen pocketvergisters performanter doen draaien. Reeds 31 van de 79 uitbaters van een installatie die gekend zijn bij de onderzoekspartners, willen hierrond frequent samenkomen. Het doel is om het aandeel performante installaties in Vlaanderen aanzienlijk te verhogen.

Gelijktijdig loopt een VLAIO-onderzoeksproject dat voor prangende vragen en problemen een oplossing zoekt. Welk vermogen moet de vergister hebben? Wat doe je met het digestaat? Hoe los je problemen op met het verpompen en mengen van de mest? De onderzoeksresultaten kunnen opgepikt en gedeeld worden binnen het Pocketboer-platform aangezien de onderzoekspartners deels dezelfde zijn. Conclusie: de Vlaamse overheid hecht wel degelijk belang aan het goed functioneren van kleinschalige vergisters op boerderijen. “Om twee redenen vinden we dat belangrijk”, besluit de expert van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds, “vanwege hun aandeel in het landbouwinkomen en hun bijdrage aan de Vlaamse klimaatdoelstelling.” Tot slot vernemen we nog dat pocketvergisting mogelijk uitbreiding kent naar de varkenshouderij. “De testen op één varkensbedrijf in het kader van een innovatief project zijn beloftevol.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Biolectric

Volg VILT ook via