nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

07.12.2017 EFSA meldt zeldzame gevallen van BSE bij rundvee

In 2016 deden zich vijf gevallen van BSE bij rundvee (Boviene Spongiforme encefalopathie, beter bekend als gekke-koeienziekte) voor in Europa, waarvan er geen enkel in de voedselketen is terechtgekomen. Dat schrijft voedselveiligheidsautoriteit EFSA in zijn jaarrapport dat gebaseerd is op de testen van meer dan een miljoen koeien. De controle is routine geworden sinds de jaren 1990-2000, toen de BSE-crisis paniek veroorzaakte over de overdraagbare hersenziekte die ook mensen kan treffen onder de naam Creutzfeldt-Jakob.
EFSA testte verschillende overdraagbare spongiforme hersenziektes bij koeien, schapen, geiten en hertachtigen (rendier en eland). Deze ziektes hebben allemaal gemeenschappelijk dat ze veroorzaakt worden door prionen in de hersenen. Dat zijn verkeerd gevouwen proteïnen die zich opstapelen in hersencellen en die uiteindelijk afdoden. Het aftakelen van het hersenweefsel veroorzaakt geheugenverlies, gedragsveranderingen, moeite om spieren te controleren en heeft uiteindelijk de dood tot gevolg. De meeste spongiforme hersenziektes zijn niet overdraagbaar tussen verschillende diersoorten of van dier op mens, met uitzondering van één type BSE bij koeien dat wel op de mens overdraagbaar is.
 
De voedselveiligheidsautoriteit vond vijf gevallen van BSE bij koeien na meer dan een miljoen dieren te testen. Slechts één van de vijf had het type dat ook op mensen overdraagbaar is, en geen enkel van de positieve gevallen kwam in de voedselketen terecht. Bij schapen en geiten vond men respectievelijk 685 en 634 gevallen van scrapie op 286.000 geteste schapen en 110.000 geteste geiten. Dat is een gelijkaardige ziekte bij schapen en geiten die niet overdraagbaar is op de mens. EFSA testte ook rendieren en elanden, maar vond geen enkel geval met een spongiforme hersenziekte. De geteste dieren in 2016 kwamen uit één van de 28 EU-lidstaten, ofwel uit IJsland, Noorwegen of Zwitserland. 
 
In de jaren 1990-2000 begon de BSE-crisis in het Verenigd Koninkrijk en kreeg ook het Europese vasteland er mee te maken door besmet koeienbeendermeel dat aan het vee werd gevoerd. Het ruggenmerg in het beendermeel bevatte verkeerd gevouwen herseneiwitten (prionen) die de vorming van nieuwe prionen veroorzaakte in koeienhersenen. Zo groeide de infectiehaard uit het Verenigd Koninkrijk uit tot een Europese BSE-crisis. Om de verspreiding van de ziekte tegen te gaan, werden dierlijke eiwitten, waaronder beendermeel, verboden in diervoeder. Zo is de BSE-crisis opgelost geraakt want de enkele gevallen die tegenwoordig nog worden gemeld zijn niet verontrustend. 
 
In 2005 besloten het Europees Parlement en de lidstaten om het verbod op dierlijke eiwitten stapsgewijs te versoepelen op basis van wetenschappelijke kennis over de ziektes. Alle dierlijke eiwitten blijven verboden voor herkauwers zoals koeien, schapen en geiten, maar voor andere landbouwhuisdieren zoals varkens en kippen, zijn sommige eiwitten wel toegelaten. Varkens en kippen mogen bijvoorbeeld wel vismeel, bloedproducten en beendermeel van niet-herkauwers krijgen, maar enkel onder bepaalde voorwaarden. 
 
Meer info: EFSA

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via