nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

13.11.2015 EFSA spreekt tegen dat glyfosaat kankerverwekkend is

Het is onwaarschijnlijk dat de chemische stof glyfosaat, bekend van de onkruidverdelger Roundup, kankerverwekkend is. Dat is het oordeel van de wetenschappelijke autoriteit EFSA en een mogelijke voorbode van Europees groen licht voor een verlenging van de markttoelating van glyfosaat. In maart van dit jaar catalogeerde de Wereldgezondheidsorganisatie glyfosaat nog bij de waarschijnlijk kankerverwekkende stoffen voor de mens.

Glyfosaat staat in de EU op de lijst van geautoriseerde actieve stoffen van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Het onderzoek van EFSA kadert in de periodieke herevaluatie van de stoffen op die lijst. Haar geruststellende aanbeveling wordt naar de Europese Commissie doorgestuurd, die tegen juni volgend jaar moet beslissen of glyfosaat toegelaten blijft. Die beslissing zal in samenspraak met de lidstaten genomen worden.

Enkele maanden geleden oordeelde het International Agency for Research on Cancer (IARC), onderdeel van de Wereldgezondheidsorganisatie, dat glyfosaat wel kankerverwekkend kan zijn. Die negatieve publiciteit was een fikse tegenvaller voor toeleverancier Monsanto die glyfosaat ontwikkelde en op de markt brengt als Roundup.

Milieuorganisaties grepen het oordeel van IARC aan om het grote publiek te sensibiliseren voor de gevaren van Roundup en overheden te bewegen tot een verbod. Het nieuws van EFSA komt met andere woorden op een voor Monsanto belangrijk moment. De firma heeft altijd volgehouden dat glyfosaat geen onredelijke risico’s inhoudt voor mens of milieu bij gebruik volgens het etiket.

De Europese voedselveiligheidsautoriteit bevestigt nu dat noch epidemiologisch onderzoek bij de mens, noch studies bij proefdieren aantonen dat glyfosaat kankerverwekkend is. Door het studiewerk van EFSA komt er voor het eerst een acute referentiedosis voor glyfosaat in beeld. Dat is een schatting van de hoeveelheid van de chemische stof die men binnen 24 uur kan innemen via water of voeding zonder noemenswaardige gezondheidseffecten. EFSA stelt voor om 0,5 mg per kilo lichaamsgewicht als drempel te hanteren voor de acute giftigheid van glyfosaat. Dezelfde waarde wil Europa ook hanteren als aanvaardbare dagelijkse inname voor de consument. Dit alles is van belang voor de analyse van pesticidenresidu's op voedingsmiddelen.

Monsanto lijkt niet verrast te zijn door het positieve EFSA-oordeel: “Het komt overeen met de conclusie van regelgevende instanties over heel de wereld. Wij stellen vertrouwen in het veiligheidsprofiel van onze producten. Dat vertrouwen is gebaseerd op strenge interne beoordelingen bovenop de evaluaties door overheden en wetenschappers.” Monsanto wijst er op dat EFSA niet alleen geen bewijs vond voor een classificering als stof met kankerverwekkend potentieel. Gelijktijdig volgde ook de bevestiging dat glyfosaat geen mutagene eigenschappen vertoont, geen toxisch effect heeft op de vruchtbaarheid, noch op de voortplanting of embryonale ontwikkeling.

In sterke bewoordingen zet Monsanto zich dan ook af tegen de IARC-classificering van glyfosaat: “IARC heeft selectief gegevens gebruikt en geïnterpreteerd, volgens een toxicologische procedure die niet standaard is. Daardoor weerspiegelt de IARC-opinie alleen de mening van een selecte groep wetenschappers.” Glyfosaat is naar verluidt al 40 jaar “een waardevol instrument voor boeren en andere gebruikers over de hele wereld en zal dat blijven”.

In het Europees Parlement reageert Bart Staes (Groen) verbijsterd op de aanbeveling van EFSA, ook al lag haar positieve advies in de lijn der verwachtingen. "De risicoanalyse van EFSA is aan groot onderhoud toe omdat ze net als bij ggo's onevenredig zwaar leunt op data die de belanghebbende bedrijven aanreiken." Volgens Staes is de chemische lobby erin geslaagd om wetenschappelijke twijfel te zaaien over de schadelijkheid van chemische stoffen als glyfosaat. "Dat leidt dan tot een besluit in het voordeel van de industrie."

Meer info: EFSA explains risk assessment glyphosate

Bron: eigen verslaggeving / Belga

Volg VILT ook via