nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

16.04.2019 "Enkel landbouw heeft resultaatsverbintenis klimaat"

Met het convenant ‘Etherische emissies rundvee’ is landbouw de enige sector met een resultaatsverbintenis in het nieuwe klimaatbeleidsplan. “Dat convenant vormt een grote uitdaging, maar het is zeker niet onhaalbaar. De landbouwsector heeft in het verleden al getoond dat het op tien jaar tijd een enorme evolutie kan doormaken”, zegt Lode Haest, boerenzoon en bio-ingenieur in bos- en natuurbeheer, in een opiniestuk in Knack. Daarmee reageert hij op een eerder opiniestuk van Laurens De Meyer van Bond Beter Leefmilieu die het convenant “een gekonkelfoesde regeling op maat van de sector” noemde.

Eind maart sloten 16 partners uit de brede agrovoedingsketen en de overheid een convenant dat bepaalt dat de methaanemissies door rundvee tegen 2030 moeten verminderen met 0,44 Mton CO2-equivalenten of een daling van 19 procent ten opzichte van vandaag. Dit convenant past binnen het Vlaams klimaatbeleidsplan dat voor de land- en tuinbouwsector een reductie van de uitstoot van broeikasgassen van 26 procent vooropstelt. Halverwege de looptijd van het convenant is een grondige evaluatie voorzien: als de behaalde reductie in 2025 niet in de lijn van de doelstelling ligt, dan mag de sector zich verwachten aan bijkomende maatregelen.

In een opiniestuk in Knack reageerde Laurens De Meyer, beleidsmedewerker voeding en landbouw bij Bond Beter Leefmilieu, dat hij geen goed oog heeft in het akkoord. “Op zich is het convenant een sterk signaal, maar het is nog maar de vraag of dit niet-bindende akkoord de broeikasgasuitstoot van de Vlaamse rundveestapel ook daadwerkelijk gaat reduceren”, zo stelt hij. Volgens De Meyer blinkt het convenant uit “in onduidelijkheid, een gebrek aan realiteitszin en soms werkt het op de lachspieren”. Hij noemt het convenant “niet meer dan een levensverzekering voor de landbouworganisaties om minstens zes jaar de veestapel in stand te houden”. Bij BBL zien ze enkel de afbouw van de veestapel als realistisch scenario om de methaanuitstoot van de sector aan banden te leggen.

Iets waar Lode Haest het niet mee eens is. “De beweringen van BBL zijn een slag in het gezicht van ILVO, het Departement Landbouw en Visserij en de landbouwsector. De sector vat met dit convenant de koe bij de horens. En het verleden heeft aangetoond dat de sector op tien jaar tijd veel kan realiseren. Zo heeft de land- en tuinbouw een sterke energieshift achter de rug.” Hij verwijst daarbij naar de omschakeling naar warmtekrachtkoppelingen in de tuinbouwsector. “Sinds 2010 is de sector een netto-elektriciteitsleverancier geworden. Het kan elektriciteit leveren aan meer dan 200.000 gezinnen. De Vlaamse tuinbouw genereert een energievermogen van een kleine kerncentrale. Niet onbelangrijk in tijden van een nucleaire uitstap. Bovendien wordt de CO2 gerecupereerd als 'meststof' voor de planten”, verduidelijkt Haest.

Een andere evolutie binnen de sector is het gebruik van meststoffen. “Door de sterke toename in mestverwerking halveerde het gebruik van varkensmest op onze landbouwgronden. Slechts de helft van de Vlaamse varkensmest wordt vandaag gebruikt voor bemesting van landbouwgrond. Er kan bijgevolg nog moeilijk gesproken worden van een één-op-één-verhouding tussen de grootte van de veestapel en het mestgebruik.” Ook op vlak van broeikasgassen is landbouw de beste leerling van een slechte klas, zo stelt Haest. “In tegenstelling tot andere sectoren, zoals transport of industrie, waar de uitstoot van broeikasgassen is gestegen, bleef de uitstoot door landbouw stabiel in de periode 2005-2016. En dit terwijl de productiewaarde steeg met ongeveer één miljard euro. De sector wist de productie te ontkoppelen van de uitstoot van broeikasgassen.”

De verwezenlijkingen uit het verleden doen de bio-ingenieur ook geloven in de haalbaarheid van het convenant dat werd afgesloten om de methaanuitstoot van de Vlaamse rundveestapel terug te brengen met 19 procent. “De inhoud van dit convenant is geen lege doos. Praktijkonderzoek van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) dat bewijst dat de methaanuitstoot in een melkveestal met 34 procent kan verminderen, vormt de basis van dit akkoord”, benadrukt Haest.

Hij vindt het niet correct dat er dikwijls twee maten en twee gewichten worden gebruikt om sectoren te beoordelen. “De landbouwsector is vandaag de enige sector met een resultaatsverbintenis in het nieuwe klimaatbeleidsplan. Ook op vlak van stikstofemissies staat er een stok achter de deur in het vergunningenbeleid. Dit terwijl de transportsector de NEC-doelstelling (nationaal emissieplafond, nvdr) voor 2015 niet haalt en de uitstoot van stikstofoxide (NOx) van de industrie toeneemt.”

In zijn opiniestuk verwijst Haest ook naar de uitspraak van ILVO-topman Joris Relaes die stelt dat niemand pleit voor de afbouw van de staalindustrie, maar wel van de vleesproductie terwijl ArcelorMittal in Gent meer uitstoot dan de totale landbouwsector. “Als datzelfde staalbedrijf een proeftuin opstart om vier procent van zijn CO2-uitstoot te verminderen, dan roept men Eureka. Als de landbouwsector een convenant ondertekent om de methaanuitstoot met 20 procent te verminderen dan schreeuwt men moord en brand”, klinkt het verontwaardigd.

Lode Haest zegt te begrijpen dat voor velen landbouw een ver-van-mijn-bed-verhaal is geworden. “Terwijl de boer diegene is die nijvert voor onze dagelijkse kost, neemt het onbegrip toe. Door de verstedelijking zijn we de voeling met de oorsprong van onze voeding verloren. We zijn ons steeds minder bewust van de evoluties die de sector heeft doorgemaakt. Laat staan van het potentieel dat deze sector in zijn mars heeft”, meent hij. Als boerenzoon is hij ervan overtuigd dat de deur naar ‘climate-smart-agriculture’ open staat. “De evolutie naar meer precisielandbouw is ingezet, waarbij gewerkt wordt op maat van elk individuele plant en elk dier. Dat zal de sector toelaten om het gebruik van hulpbronnen, zoals kunstmest, sproeistoffen en energie, sterk te verminderen.”

Bron: Knack

Volg VILT ook via