nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Landbouw in de hoorn van Afrika
16.06.2014  Ethiopië

In het uiterste oosten van het Afrikaanse continent, omstuwd door afgevlakte bergen, uitgedoofde vulkanen en uitgestrekte woestijnen, ligt Ethiopië, het land van de koffieboon, de hardlopers, en het land ook waarvoor Bob Geldof in 1985 Live Aid organiseerde. Het evenement werd een overdonderend succes, maar kon niet verhinderen dat meer dan een miljoen Ethiopiërs tussen 1983 en 1985 omkwamen van de honger. Ontelbare voedselhulp- en ontwikkelingsprogramma’s werden opgestart, miljoenen werden geïnvesteerd in de landbouwsector. Vandaag leeft het land op hoop. Ethiopië is nog steeds straatarm, maar de jonge generatie wil meer. Veel meer. Een reportage.

Honger en Afrika. Twee woorden die soms wel onlosmakelijk met elkaar verbonden lijken te zijn. Het oudste continent is rijk aan natuurlijke rijkdommen, is gezegend met miljoenen hectaren vruchtbare landbouwgrond, maar is tegelijk ook verscheurd door postkoloniale erfenissen, corrupte zonnekoningen, oorlog en armoede. Maar er is ook goed nieuws. In Rwanda verdriedubbelde de voedselbeschikbaarheid per capita tussen 1996 en 2011. Malawi ontving in 2005 nog voedselhulp, maar is tegenwoordig netto-exporteur van maïs. Ghana is op weg het eerste Afrikaanse land te worden dat de VN-Millenniumdoelstellingen voor honger en armoede haalt. En ook Ethiopië doet het goed. Het Oost-Afrikaanse land bengelt ergens onderaan de Human Development Index van de Verenigde Naties, maar behoort volgens de Global Hunger Index (GHI) tot de tien beste leerlingen van de klas. Er beweegt wat in Ethiopië. Met dank aan een stabiel politiek regime, de doorgedreven jacht op regendruppels en internationale hulp, ook vanuit België.

Interuniversitaire samenwerking
Ethiopië heeft een zeer jonge en explosief groeiende bevolking: in 1983 telde het land nog 33,5 miljoen inwoners, vandaag zijn dat er ongeveer 93 miljoen. Volgens schattingen van het Amerikaanse Census Bureau zal de bevolking aangroeien tot 278 miljoen in 2050. Meer dan 8 op de 10 Ethiopiërs is landbouwer. “Ethiopië is ongeveer een miljoen vierkante kilometer groot. Daarvan is 15 miljoen hectare geschikt om aan landbouw te doen. Een enorm areaal dus, maar de bevolkingsgroei is dat ook”, vat Seppe Deckers, hoogleraar aan de afdeling Bodem- en Waterbeheer van de KU Leuven, samen. Deckers zette in 1985 zijn eerste stappen op Ethiopische bodem in het kader van een missie van de Wereldvoedselorganisatie (FAO) en is er sindsdien nooit meer echt weggeweest.

Afrika.boer.jpg

“In 1992 kreeg ik een brief van een ex-collega van het Ethiopische landbouwministerie met de vraag of ik mee wilde helpen een nieuwe universiteit uit de grond te stampen in Mekelle, de hoofdstad van de noordelijke regio Tigray”, vertelt Deckers. “De eerste lessen vonden in 1993 plaats met 40 studenten in de schaduw van een acaciaboom. Nu zijn er ongeveer 30.000 studenten op een indrukwekkende campus, gebouwd op de vroegere militaire basis. Met dank aan het nieuwe politieke regime van Meles Zenawi, die in 1991 een einde maakte aan de marxistische dictatuur van Mengistu. De nieuwe regering introduceerde een nieuw markteconomisch model, waardoor Ethiopië op heel korte tijd is kunnen openbloeien.”

Deckers was één van de drijvende krachten achter het tienjarige Mekelle University Interuniversity Cooperation (MU-IUC)-partnerprogramma (2003-2013), een interuniversitaire samenwerking tussen de Vlaamse universiteiten en de universiteit van Mekelle, gefinancierd door de Vlaamse Interuniversitaire Raad - Universitaire Ontwikkelingssamenwerking (VLIR-UOS). Die samenwerking resulteerde ondertussen al in meer dan 150 wetenschappelijke publicaties, een schat aan informatie die zo veel mogelijk tot bij de Ethiopische boeren wordt gebracht. “We hebben de afgelopen jaren heel wat opleidingen gegeven op het platteland”, zegt Nahusenay Teamer, programmamanager van het MU-IUC-partnerschap. “Vooral op watermanagement hebben we stevig ingezet. En dat loont. Tigray is uitgegroeid tot een voorbeeld voor de rest van het land: boeren uit andere regio’s komen kijken hoe we irrigeren, hoe we uit elke druppel neerslag een maximale opbrengst proberen te halen.”

Taemer.jpg

“De belangrijkste doelstelling van het MU-IUC-programma was het garanderen van voedselzekerheid in de Tigray-regio”, pikt professor Tesfamichael Tewolde in. Tewolde doctoreerde aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en stond tijdens het project aan het hoofd van het hydrologieteam. “Tigray heeft een droog klimaat met een vast regenseizoen. Vanaf midden juni tot midden september valt zo’n 86 procent van de totale jaarlijkse neerslag. Dat wil zeggen dat de overgrote meerderheid van het voedsel geproduceerd moet worden met de regen die valt tijdens het korte regenseizoen, of dat er gewassen gekweekt moeten worden op akkers die worden geïrrigeerd met grondwater.”

“In Tigray valt er tussen de 550 en 650 millimeter neerslag per jaar, iets minder dan in Vlaanderen”, vult Deckers aan. “Maar het grote verschil is dat de zogenaamde evapotranspiratie of verdamping er veel sterker is. Bovendien valt het grootste deel van die neerslag op heel korte tijd, en is hij moeilijk voorspelbaar. Het kan dus zomaar gebeuren dat je drie weken elke dag regen krijgt, en dan drie weken niets. In de nattere streken van Ethiopië valt er jaarlijks meer dan 2.000 millimeter regen, dus je begrijpt hoe het komt dat de ergste voedselcrisissen zich in het noordelijke Tigray hebben afgespeeld.”

Water oogsten
Voor zijn doctoraatsonderzoek verzamelde Tewolde alle beschikbare neerslaggegevens sinds 1985. “Tot dat moment was de regel dat Tigray één keer om de tien jaar een extreme droogte meemaakte”, zegt hij. “Wel, die droge jaren zijn er steeds vaker gekomen. Dat betekent meestal niet dat de totale hoeveelheid neerslag lager ligt, maar wel dat de regen veel onregelmatiger valt, en dat de intensiteit van de neerslag veel hoger is. En daar zit de opwarming van het klimaat zeker voor iets tussen. De gevolgen voor onze boeren kan je al raden: tijdens dat soort uitzonderlijke jaren is het simpelweg onmogelijk om een goede oogst binnen te halen.”

“Daarom is het zo belangrijk ervoor te zorgen dat elke druppel die ergens op het terrein valt, infiltreert in de bodem en zo weinig mogelijk afstroomt naar de rivieren en de bekkens toe,” onderstreept Deckers. Maar hoe doe je dat? “Tijdens onze projecten hebben we geëxperimenteerd met enkele technieken. Ten eerste moet er systematisch langs de contourlijnen van een landschap geploegd worden en moet je via terrasbouw de hellingsgraad van de percelen verminderen. Een stenen muurtje is vaak al genoeg, want zo blijft het water lang genoeg op het perceel om in de bodem te dringen. Het land zelf ploeg je dwars op de helling en in voren, zodat het regenwater achter de ploegbedden blijft staan.”

Afrika.vee.water_geVILT.jpg

“De Ethiopische bodem heeft de laatste drieduizend jaar heel wat te verduren gehad”, klinkt het. “Vooral in het noorden, en ook steeds meer in het zuiden, is hij heel wat veerkracht kwijtgespeeld door verwoestijning. Bomen en bossen zijn gekapt of in brand gestoken, en door het onherbergzame klimaat zijn die bossen nooit opnieuw aangegroeid. In de pollendiagrammen die we hebben opgemaakt op basis van meetgegevens uit stuifmeelkorrels en houtskool kunnen we heel duidelijk zien hoe de mens enorme oppervlakten bos heeft afgebrand om ze in cultuur te nemen.”

Om van dat kale landschap opnieuw een landbouwvriendelijke omgeving te maken, zijn gerichte ingrepen nodig. Het aanplanten van struiken of kleine stukjes bos die het water in de bodem vasthouden, bijvoorbeeld. “In zo’n mini-bos wordt tot 200 liter water per vierkante meter vastgehouden in de wortelzone. Wanneer de bodemlaag oververzadigd is, dan voedt het overige water de grondwaterreserves. Stroomafwaarts, op plaatsen waar op die manier veel water geoogst wordt, krijg je een toegenomen ondergrondse grondwaterstroming, zo veel zelfs dat de riviertjes terug beginnen te stromen”, legt Deckers uit.

Onder impuls van de buitenlandse onderzoekers zijn er ook heel wat meertjes aangelegd. “Door droge valleitjes af te dammen, kan je tot 3,5 miljoen kubieke meter water per dam stockeren. Ook dat water dringt in de grond en voedt de grondwatertafel. Als je tijdens droge periodes wil irrigeren, dan zijn deze voorraden van levensgroot belang”, aldus Deckers. “Onder meer dankzij het MU-IUC-programma beschikken we over heel wat meetgegevens die we vroeger niet hadden, en die ons helpen bij onze grootste uitdaging: het beter beheersen van de onvoorspelbare regens”, gaat Tewolde verder. Hoeveel water kan de bodem opnemen? Hoe snel stroomt het water van de hellingen? Hoe snel verdampt het? Hoe snel worden de grondwaterreserves terug aangevuld? “Door een antwoord te zoeken op al deze vragen weet je precies waar je een dam kan bouwen of een nieuwe waterput kan boren.”

SeppeDeckers_geVILT.jpg


Vee als statussymbool
Ethiopië heeft de grootste veestapel van Afrika, die vooral belangrijk is voor het ploegen. Volgens historici was het hier dat boeren voor het eerst hun land zijn gaan bewerken met de Maresha ploeg, één van de oudste ploegen ter wereld. Die ploeg, die net zoals de landbouw in de hoorn van Afrika meer dan 3.000 jaar oud is, wordt ook vandaag nog door heel wat boeren gebruikt. En om te ploegen heb je vee nodig. Zo veel dat boeren vaak elkaars ploeg en os gebruiken om de velden op tijd klaar te krijgen voor het korte regenseizoen.

In het Ethiopische hoogland wordt tot op 2.800 à 3.000 meter hoogte aan landbouw gedaan. ’s Nachts kan het er vriezen, waardoor de runderen in de bergdorpjes vaak gepromoveerd worden tot alternatieve warmtebron in de woonkamer. “Globaal bekeken is de veestapel momenteel eigenlijk té groot”, legt Deckers uit. “Maar het is een statussymbool: hoe meer vee je hebt, hoe rijker je bent. Daardoor ligt de nadruk helaas te vaak op kwantiteit, en te weinig op kwaliteit.”

Die boodschap lijkt door te dringen. Steeds meer vrouwen - net zoals in vele andere Afrikaanse landen zijn de meeste boeren vrouwen - proberen hun vee zo veel mogelijk op stal te houden. Her en der gaan ze gras hakken en stellen ze een optimaal rantsoen samen. “De voorlopige resultaten zijn nog bescheiden”, zegt Deckers. “Ongeveer een liter melk per dag. Maar wat belangrijker is: met de melk die ze produceren, kunnen ze op termijn een dagelijks inkomen genereren. Op dat pad moeten ze verder gaan: beter wat minder koeien die ze beter verzorgen, dan een grote kudde die amper wat opbrengt, en bovendien de hellingen kaalvreet en zo mee verantwoordelijk is voor de bodemerosie.”

Afrika.vee_geVILT.jpg

Teff, het wondergewas
Op de Ethiopische akkertjes zie je vooral graangewassen staan. De meeste boeren telen volgens een gewasrotatie tussen verschillende graansoorten en vlinderbloemigen; het heilzame effect van die laatste op de bodemvruchtbaarheid is de Ethiopische landbouwers goed bekend. Een typische rotatie wisselt teff, tarwe of gerst af met erwten, paardenbonen of kikkererwten. “Die teff is een heel belangrijk gewas in Ethiopië”, legt Deckers uit. “Het is glutenvrij graan en een C4-gewas, wat betekent dat het ook bij hoge temperaturen erg efficiënt gebruikmaakt van stikstof en water en zo enorm veel CO2 in suikers kan omzetten. Bovendien is het een enorm robuust gewas: het kan zowel tegen wateroverlast als tegen droogte.”

Het verwondert dan ook niet dat de Ethiopiërs 1,6 miljoen hectare van hun beste gronden beplanten met teff. Als boer krijg je er een goede prijs voor, in elk huishouden wordt er namelijk dagelijks injera van gemaakt, een zurige pannenkoek die centraal staat in het Ethiopisch dieet. Precies die injera zou het geheime wapen van de Ethiopische hardlopers zijn, omdat het boordevol ijzer en calcium zit. Achter die hoge ijzerconcentratie gaat trouwens een mooi verhaal schuil: “Tijdens het dorsen wordt een ronde vloer aangelegd met klei en koemest”, legt Deckers uit. “De geoogste graanhalmen worden op een hoop gegooid en worden fijngemalen door ossen die het teffgras vermorzelen. Teff-zaadjes hebben een sterk geribbelde huid, en doordat de granen geplet worden op een kleibodem, blijft de grond, en dus ook het ijzer, tussen die ribbeltjes kleven. Een gezonde contaminatie met andere woorden. Het enige nadeel van teff is dat het niet meer dan een ton per hectare opbrengt.”

Weldoeners versus landrovers
Na de hongersnood van 1973-1974 werd de ‘laatste Ethiopische keizer’ Haile Selassie afgezet en omgebracht door de communistische dictator Mengistu. De ‘rode terreur’ maakte honderdduizenden slachtoffers, en pas in 1991 konden de Tigrese en Eritrese rebellen de dictator verdrijven. De Tigrese rebellenleider, Meles Zenawi, greep de macht en investeerde massaal in landbouw en onderwijs. Hij federaliseerde de Ethiopische staat en bracht de nationale economie in een stroomversnelling: tussen 2000 en 2012, toen hij onverwacht overleed in een Brussels ziekenhuis, steeg het Ethiopische bruto binnenlands product van 6 tot 32 miljard euro.

Tewolde.jpg

Wat brengt de toekomst? “Hopelijk meer buitenlandse investeringen”, als het van Tewolde afhangt. “Buitenlandse bedrijven importeren technologie, geld en internationale exportmogelijkheden. Precies wat de Ethiopische landbouwsector nodig heeft om verder te groeien. Hier en daar duiken er vandaag al buitenlanders op: vooral Chinezen, die zowat alle grote infrastructuurwerken voor hun rekening nemen. Verder zijn er ook bedrijven uit Turkije, India en Sudan, en ook enkele Nederlandse bloemenbedrijven die hebben geïnvesteerd in Ethiopië.”

Maar investeren in Ethiopië doe je niet zomaar. Alle landbouwgrond is staatsbezit en wordt op het niveau van de woreda’s (district) en kebele’s (dorp) gelijk verdeeld onder de Ethiopische boeren, zowel wat oppervlakte als bodemkwaliteit en ligging betreft. Als buitenlander kan je een stuk grond in bruikleen ter beschikking krijgen, maar volledige rechtszekerheid dat je na enkele jaren niet opnieuw je koffers moet pakken, heb je niet. Uit een rapport van The Oakland Institute blijkt dat ongeveer 1.100 buitenlandse investeerders tussen 2005 en 2011 bij het Ethiopische Agentschap voor Investeringen gesolliciteerd hebben voor een lapje grond. 72 van hen waren op zoek naar een stuk grond groter dan 5.000 hectare. Het is niet duidelijk hoeveel van de totale 2,9 miljoen aangevraagde hectare ook effectief is toegekend.

“Die buitenlandse investeerders zijn niet allemaal heilige boontjes”, waarschuwt Deckers. “Zo is er bijvoorbeeld een Indiër die tienduizenden hectare landbouwgrond toegewezen kreeg in Gambella, dichtbij de grens met Zuid-Sudan. Hij heeft de lokale bevolking zowat gedwongen om tegen een heel laag loon op z’n land te werken. Wie weigerde, kon opkrassen. Als klap op de vuurpijl verbouwt hij basmatirijst die hij naar India exporteert. Daar kan je je serieuze vragen bij stellen. Bovendien brengen de landbouwbedrijven in de streek er de biodiversiteit in gevaar: ze hebben ondertussen al 80 procent van Gambella National Park, een laatste stukje unieke biodiversiteit van Ethiopië ingepalmd.”

De slapende reus
Rest de vraag: tot wat is Ethiopië in staat? Welke toekomst gloort er aan de horizon? Groeit het land uit tot de graanschuur van Afrika of beslist Malthus daar anders over? “In een goed jaar produceren ze net genoeg voedsel om hun eigen bevolking te voeden”, tempert Deckers de verwachtingen. “In een slecht jaar moeten ze soms tot een miljoen ton graan importeren. Een boer die overschot heeft en zich zo kan verrijken, is echt de uitzondering. De graanopbrengst schommelt momenteel tussen de 1,5 en 2 ton per hectare. Dat moet dus nog heel wat beter. Maar ik ben hoopvol: het gaat de goede richting uit. Vergeet niet dat het vroeger zelfs illegaal was om eigen producten te verhandelen in de stad!”

Afrika.voedsel_geVILT.jpg

Volgens Deckers is het huidige systeem van landeigendom, waarbij de gronden om de zoveel jaren worden herverdeeld, één van de belangrijkste obstakels. “Omdat het de boeren niet aanmoedigt te investeren in hun eigen land. Waarom zouden ze investeren in fosfaat of hun best doen organische stof op te bouwen als ze over vijf jaar een ander perceel gaan bewerken?” Tewolde is minder resoluut in zijn antwoord: “Die beslissing laat ik aan de politiek over. Wat ik wel weet, is dat de productie overal naar omhoog moet. De Ethiopische landbouw moet efficiënter en performanter worden, en zichzelf opnieuw uitvinden.”

“In katoen zie ik bijvoorbeeld heel veel potentieel, vooral in het oosten en zuiden van het land. Onze veehouders moeten streven naar meer kwaliteit, zodat we meer melk produceren. Globaal genomen liggen de exportcijfers vandaag nog te laag. We zijn de grootste Afrikaanse exporteur van koffie, en voeren ook behoorlijk wat oliezaden, leder en textiel uit. En steeds meer bloemen ook; na Kenya zijn we de tweede bloemenexporteur van Afrika. Maar wat graan of maïs betreft, komen we niet in de buurt van een landbouwgrootmacht als Zimbabwe.”

“Wat vandaag niet is, kan nog komen”, gaat Tewolde ietwat filosofisch verder. “Ethiopië is een slapende reus, over tien jaar kunnen we zomaar tot de vijf grootste Afrikaanse exportlanden behoren. Dit land heeft een enorm potentieel. Kijk naar het watermanagement: we benutten vandaag slechts 5 à 10 procent van het irrigatiepotentieel! Met gerichte investeringen kunnen we heel ver komen. En het gaat de goede kant uit. Vroeger was koffie verantwoordelijk voor 85 procent van onze export. Wel, dat is nu nog maar 40 procent, en die diversifiëring toont dat Ethiopië sterker wordt in de breedte. Je hoort nog van ons”, besluit hij met een knipoog.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via