nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

20.09.2017 EU anticipeert onvoldoende op klimaatverandering

De Europese Rekenkamer vertrouwt er niet op dat de EU zijn uitstoot van broeikasgassen onder controle zal krijgen, en afdoende zal anticiperen op de onafwendbare klimaatverandering. De Europese auditoren hielden zich bezig met het samenstellen van een zo volledig mogelijk overzicht van het EU-optreden op vlak van energie en klimaatverandering. Zij benadrukken dat beiden nauw met elkaar verbonden zijn aangezien de energieproductie uit fossiele brandstoffen, en het energiegebruik door vervoer, industrie, huishoudens en landbouw samen 79 procent van de broeikasgasemissies in de EU veroorzaken.

Aan het einde van de eeuw zal het klimaat in Europa er wezenlijk anders uitzien, zelfs als de temperatuur met niet meer dan twee graden stijgt, zoals het Klimaatakkoord van Parijs (2015) beoogt. Het scenario van een stijging met 2 °C is een wereldwijd gemiddelde. In bepaalde regio's zal het nog warmer worden. Gedurende de periode van 2071 tot 2100 kunnen in de winter de temperaturen in sommige delen van Scandinavië gemiddeld met 5 tot 8 °C toenemen ten opzichte van de temperaturen tussen 1961 en 1990. In de zomer kunnen de temperaturen in het grootste deel van Spanje en het noorden van Scandinavië met gemiddeld 3 tot 4 °C toenemen. In bepaalde delen van Centraal-Europa en Scandinavië zal een kwart meer neerslag vallen, terwijl de zomer meer dan 50 procent droger zal verlopen in het grootste deel van de kust langs de Middellandse Zee.

De Europese Rekenkamer probeert in te schatten of de EU daar goed op anticipeert, en heeft daarom de inspanningen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren een keer tegen het licht gehouden. “Meer vooruitgang is nodig om de streefdoelen voor 2030 en de doelstellingen voor 2050 met betrekking tot de uitstoot van broeikasgassen te behalen. Ook zal het voor de EU en de lidstaten een hele uitdaging zijn om zich aan de klimaatverandering aan te passen”, zegt auditeur Phil Wynn Owen. Uit de doorlichting is namelijk gebleken dat de meeste EU-maatregelen gericht zijn op het proberen milderen van de klimaatverandering door de emissies te verminderen, terwijl we niet echt bezig zijn met ons voor te bereiden op de gevolgen van de klimaatverandering.

Wat de broeikasgasemissies betreft, stelde de EU zich tot doel om ze met 20 procent te verminderen tegen 2020 en met 40 procent tegen 2030. De ambitie voor 2050 is nog een eind hoger gegrepen, namelijk een reductie met 80 tot 95 procent ten opzichte van 1990. Hoe dat moet gebeuren, is verschillend naargelang de sector. Met een emissiehandelssysteem (ETS) heeft de EU een grens vastgesteld voor de totale emissies van de sectoren energie, energie-intensieve industrie en luchtverkeer. Er is een marktplaats gecreëerd voor emissiequota waardoor CO2 een prijskaartje kreeg. Sectoren die niet deelnemen aan de handel in CO2-emissierechten realiseren een bijdrage conform de streefdoelen voor de emissiereductie in elke lidstaat.

Volgens de controleurs haalt de EU de vooropgestelde reducties voor 2030 en 2050 niet zonder “aanzienlijke extra inspanningen”, en alle economische sectoren moeten hieraan een bijdrage leveren. Op het niveau van de lidstaten komen allerlei gebreken aan het licht: hernieuwbare energie groeit maar investeringen worden nog belemmerd; er wordt onvoldoende overgeschakeld op duurzamere vervoerswijzen; de bevolking is onvoldoende beschermd tegen overstromingen; enz. Ook zijn er domeinen waarop hogere instanties tot dusver maar beperkt controle uitoefenden zoals de Europese en nationale inventarissen van broeikasgassen en de uitstoot door landbouw.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via