nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

17.05.2018 EU-energiedoelstellingen kosten België 29 à 44 miljard

Om te voldoen aan de Europese energiedoelstellingen zal ons land van 2020 tot 2040 29 tot 44 miljard extra moeten investeren in nieuwe manieren om elektriciteit op te wekken, afhankelijk van het scenario. Dat heeft het Federaal Planbureau berekend. Na de klimaatakkoorden van Parijs heeft de Europese Commissie een groeipad opgesteld om de uitstoot in de lidstaten terug te dringen en het aandeel hernieuwbare energie te verhogen. De hele EU moet tegen 2030 40 procent minder uitstoten in vergelijking met 1990, tegen 2050 moet dat naar -80 procent.

Voor België is de daling van uitstoot van broeikasgassen in de sectoren die niet deelnemen aan de handel in uitstootrechten, zoals de bouw, het transport, de afvalverwerking en de landbouw, vastgelegd op -35 procent in vergelijking met 2005, en dat tegen 2030. Het Federaal Planbureau maakte eind vorig jaar de berekening: bij ongewijzigd beleid vanaf 2020 - dus mét een sluiting van de kerncentrales zoals voorzien, maar geen nieuwe maatregelen meer - haalt België die doelstellingen niet.

Het planbureau maakte daarom de berekening voor drie alternatieve beleidsscenario's, die onder meer inzetten op minder fossiele brandstoffen en meer elektrisch transport, waarin de uitstoot wel voldoende daalt. In dat geval kan de totale uitstoot in 2030 met ongeveer een derde naar beneden in vergelijking met 1990, mét behoud van industrie, economische groei en rekening houdend met een grotere bevolking. In 2040 wordt dat een daling met ongeveer de helft.

Het aandeel hernieuwbare energie stijgt ook. Dat kan naar een vijfde van het totale energieverbruik in 2030. Voor de hele Europese Unie ligt de doelstelling daar met 27 procent wel iets hoger. Tegen 2040 zou ons land een aandeel tot bijna 32 procent hernieuwbare energie kunnen halen. Maar aan dat alles hangt een stevig prijskaartje. De investeringen in nieuwe manieren om elektriciteit op te wekken, lopen tussen 2020 en 2030 op tot 11 miljard à 17 miljard euro, afhankelijk van het scenario.

Om elektriciteit op te wekken zal vooral windenergie belangrijker worden in de toekomst, voorspelt het Planbureau, maar ook zonnepanelen doen het goed. Gascentrales blijven ook belangrijk, vooral omdat de kerncentrales tegen 2025 de deuren sluiten en de gascentrales niet afhankelijk zijn van het weer. Energie uit gas blijft nog toenemen tot ongeveer 2035, maar vanaf dan zou die productie moeten zakken.

Als de regering geen nieuwe maatregelen meer neemt, is er een kostprijs van vijf miljard. Tegen 2040 komt daar nog eens 14 à 15 miljard euro bij, in vergelijking met zes miljard als er niets verandert. De extra investeringen in de transmissie- en distributienetwerken komen daar nog bij. Die lopen op tot 14 à 20 miljard tegen 2030, tegen 2040 komt daar nog 19 à 21 miljard bij. Bij onveranderd beleid is dat twee keer negen miljard. In totaal investeert ons land dan tot 73 miljard euro tussen 2020 en 2040, dat is 44 miljard euro meer in vergelijking met het scenario waarin er na 2020 geen nieuw beleid komt.

Per jaar komt dat neer op een som van 2,8 tot 3,7 miljard. Dat is meer dan een verdubbeling in vergelijking met onveranderd beleid. In het minimale scenario gaat het nog altijd om een extra bedrag van 29 miljard. Concreet kost elektriciteit in 2040 dan tussen de 112 en 115 euro per MWh, een stijging met een kleine 30 procent in vergelijking met 2015. Bij onveranderd beleid komt de prijs op 91 euro per MWh.

De totale kost van het hele energiesysteem - dus niet alleen het opwekken van elektriciteit maar het hele amalgaam gaande van transport tot aandrijven van industrie - lopen door die enorme investeringen op tot iets meer dan 14 procent van het bbp in 2030, in vergelijking met 11 procent in 2015. De totale kostprijs van energie zal dus sneller groeien dan het bbp, voorspelt het Planbureau. Na 2030 dalen de systeemkosten wel weer in alle scenario's, omdat het bbp dan opnieuw sneller stijgt. 

Bron: Belga

Volg VILT ook via