nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

13.03.2019 EU-parlement stemt handelspraktijkenrichtlijn

Boeren en tuinders worden regelmatig geconfronteerd met handelspraktijken die ze als onevenwichtig en oneerlijk ervaren. Met de goedkeuring in het Europees Parlement van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken trekt Europa nu een duidelijke ondergrens. Europarlementslid Hilde Vautmans (Open Vld) heeft het over “één van de belangrijkste verwezenlijkingen van deze legislatuur voor onze boeren”. Namens de groene fractie reageert Bart Staes tevreden over de stap voorwaarts. Tom Vandekendelaere (CD&V) heeft het over “een noodzakelijke stap voor het garanderen van een faire prijs aan onze boeren”. Nu de EU-richtlijn er is, dringt Boerenbond aan op een snelle en versterkte Belgische omzetting inclusief een ‘stok achter de deur’. Het Algemeen Boerensyndicaat ijvert in dat verband voor een sterkere rol voor het Prijzenobservatorium.

Oneerlijke handelspraktijken vinden hun oorsprong in onevenwichtige onderhandelingsposities. Machtigere economische spelers duwen kosten en risico’s door naar de andere partij die hier moeilijk iets kan tegen inbrengen uit schrik de handelsrelatie te verliezen. Boeren en tuinders worden er regelmatig mee geconfronteerd. Landbouworganisaties bij ons en in andere lidstaten zijn dan ook opgezet met het wetgevend initiatief van Europa. De uitkomst van de triloog tussen de drie EU-instellingen nam enkele maanden in beslag maar de kogel is door de kerk. Deze week werd de nieuwe richtlijn ‘Oneerlijke handelspraktijken tussen ondernemingen in de voedingsketen’ gestemd in het Europees Parlement. Een formele goedkeuring door de lidstaten moet nog volgen.

Europees parlementslid Hilde Vautmans somt een aantal van de 16 praktijken op waarmee de richtlijn komaf maakt: “Het laattijdig afzeggen van bestellingen, late betalingen, vergeldingen of het dreigen met vergeldingen, het weigeren van schriftelijke overeenkomsten of het misbruiken van vertrouwelijke informatie.” Boeren kunnen volgens haar niet opboksen tegen de macht van grote afnemers, zoals supermarkten, “maar het zijn wel onze boeren die de rekening betalen van de strijd om de laagste prijs tussen die grote afnemers”. Land- en tuinbouwers spraken Vautmans hier al meermaals over aan. Ze wijst zelf ook op een Eurobarometer-enquête uit 2017 waarin maar liefst 88 procent van de ondervraagden antwoordde dat één van de prioriteiten van het Europese landbouwbeleid moet zijn om de rol van boeren in de voedselvoorzieningsketen te versterken. “De nieuwe Europese regels zijn een erg belangrijke stap vooruit.” Dat vindt ook Groen-parlementslid Bart Staes want, zo zegt hij, “ook al zijn boeren de eerste in de keten en dus cruciaal toch zijn ze vaak de dupe”. Hij betreurt wel dat het verbod op verkoop met verlies het niet haalde.

Boerenbond vindt het belangrijk dat de Europese wetgever duidelijke grenzen trekt en aangeeft waar de contractuele vrijheid misbruikt wordt. “Met name de eenzijdige wijziging van contracten, soms zelfs met terugwerkende kracht, is een stuitende praktijk die gereguleerd moest worden. Met de richtlijn oneerlijke handelspraktijken trekt Europa nu een duidelijke ondergrens, wat onmisbaar is binnen de ééngemaakte Europese markt.” Tegelijk is volgens Boerenbond ruimte nodig om rekening te kunnen houden met de eigenheid van de nationale markt. “Met de keuze voor een richtlijn wordt die ruimte gelaten. We dringen aan op een snelle omzetting naar Belgisch recht en een grondig debat over een versterkte omzetting met aanvullende bepalingen. Want hoewel het Europese initiatief voorziet in overheidstoezicht, afdwingbaarheid en sanctionering, blijft dit beperkt tot de lijst van oneerlijke handelspraktijken. Daarmee wordt ook geen antwoord geboden op de verwachting rond een ‘stok achter de deur’.”

Hoe rijmt Boerenbond het wetgevend ingrijpen met vrijwillige initiatieven zoals het Ketenoverleg in eigen land en de brancheorganisaties die uit de grond rijzen? Aangezien het Europese initiatief zich beperkt tot een lijst van 16 handelspraktijken die echt niet door de beugel kunnen, blijft zelfregulering nodig. “In het geval die zelfregulering niet wordt opgevolgd en klachten hierover op basis van bemiddeling via vrijwillige initiatieven onvoldoende aangepakt worden, is het cruciaal dat een toezichthouder van overheidswege ultiem kan tussenkomen in een geschil.” Al blijft overleg binnen de keten wat Boerenbond betreft steeds de eerste optie.

Het Algemeen Boerensyndicaat suggereerde in zijn politiek memorandum dat het Prijzenobservatorium het best geplaatst is om de rol van ‘stok achter de deur’ te vervullen. Haar opdracht moet dan wel anders ingevuld worden want nu beperkt het observatorium zich tot waarnemen en weergeven van de eigen bevindingen. Liever ziet het boerensyndicaat, naar Brits model, een waakhond of scheidsrechter die toeziet op de faire handelsrelaties in de voedselketen. Over het akkoord tussen Europees Parlement, Commissie en Raad liet ABS zich reeds tevreden uit. Met de verkiezingen in aantocht is de organisatie wel bekommerd om een (liefst snelle) omzetting in nationale wetgeving. Daarvoor hebben de lidstaten na de inwerkingtreding van de EU-richtlijn 24 maanden de tijd.

Volgens Europarlementslid Tom Vandekendelaere (CD&V) bevat de richtlijn een verdienstelijk luik handhaving. “Concreet voorziet de tekst in een nationale handhavingsautoriteit die uit eigen beweging een onderzoek kan starten of op basis van een klacht door de landbouwer. Dat kan laagdrempelig via één contactpunt én, nog belangrijker, anoniem. Vooraleer de effectieve klachtenprocedure wordt opgestart, krijgen partijen gedurende een bepaalde periode de mogelijkheid om te bemiddelen. Een faire tussenstap waar ik in de parlementaire onderhandelingen sterk op heb gehamerd. Indien de klacht gegrond is, krijgt de autoriteit de bevoegdheid om effectief boetes op de leggen. Daarbij stopt het niet. De besluiten zullen openlijk worden gepubliceerd. Dit risico op imagoschade is volgens mij een veel effectievere manier om dergelijke kwalijke praktijen uit de wereld te helpen. Publiek imago is van kapitaal belang en bedrijven zullen nu wel twee keer nadenken vooraleer ze de landbouwer nog maar eens als speelbal gebruiken in een concurrentiespel dat het zijne niet is.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via