nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

24.06.2019 EU vindt geen geografisch verschil in voedselkwaliteit

Het is een vermoeden dat vaak geopperd wordt in Centraal- en Oost-Europese landen, maar uit een vergelijkende studie van meer dan 120 voedingsmiddelen blijkt vooralsnog niet dat er een systematisch kwaliteitsverschil bestaat tussen merkproducten die met identieke verpakking verkocht worden in het oosten en het westen van de Europese Unie. Op basis van de ontwikkelde nieuwe methode zullen de nationale bevoegde instanties nu in staat zijn elk geval op zichzelf te analyseren. Dat is volgens de Europese Commissie nodig om misleidende praktijken op te sporen die op grond van het consumentenrecht verboden zijn.

Politici in het centrum en oosten van Europa kloegen de voorbije jaren geregeld over een verondersteld kwaliteitsverschil tussen voedingsmiddelen die met dezelfde verpakking worden verkocht, ten nadele van consumenten in hun landen. De Bulgaarse premier had het zelfs over "voedingsapartheid", de Hongaarse regering over "het grootste schandaal in de recente geschiedenis". Europees Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker nam het probleem ter harte en legde onder meer een wetsvoorstel op tafel met strengere straffen voor bedrijven die consumenten om de tuin leiden met foute informatie over de kwaliteit van hun producten.

Maandag publiceerde de Europese Commissie de resultaten van een studie van het gemeenschappelijk onderzoekscentrum van de Europese Unie. In de studie werden 1.380 monsters van 128 verschillende levensmiddelen in 19 lidstaten onder de loep genomen. Het resultaat van die analyse van potten choco, spaghettisaus en dies meer: bij ongeveer een derde van de producten verschilde de samenstelling van land tot land, hoewel de voorkant van de verpakking van de producten identiek (9%) of soortgelijk (22%) was. Er is volgens de Commissie "geen sprake van een consistent geografisch patroon in het gebruik van dezelfde of soortgelijke verpakking voor producten met een andere samenstelling" en bovendien "houdt het verschil in samenstelling van de geteste producten niet noodzakelijk een verschil in productkwaliteit in".

"Ik verheug mij erover dat de onderzoekers geen bewijs hebben gevonden van een kloof tussen Oost- en West-Europa wat de samenstelling van merkvoedingsproducten betreft", reageert de Hongaarse eurocommissaris Tibor Navracsics. "Maar anderzijds ben ik bezorgd over het feit dat tot een derde van de geteste producten qua samenstelling uiteenloopt, hoewel het om identieke of soortgelijke merkproducten gaat." Bijna een kwart (23%) van de producten had overigens wel een identieke voorkant van de verpakking en een identieke samenstelling. Bij 27 procent van de producten was de samenstelling verschillend van lidstaat tot lidstaat, maar dat werd ook aangeduid met een andere voorkant van de verpakking.

Conform het Europees recht en de principes van de eengemaakte markt staat het fabrikanten vrij om hun producten te differentiëren naargelang de afzetmarkt. Alleen mogen producten die objectief van elkaar verschillen niet als identiek aan de consumenten in verschillende landen gepresenteerd worden. De Commissie zegt zijn steun toe aan lidstaten die dergelijke gevallen van misleiding aan een onderzoek onderwerpen. De korf aan producten uit de studie werd geselecteerd op basis van voorstellen van de lidstaten, die zich op hun beurt baseerden op klachten bij autoriteiten of consumentenorganisaties. België nam niet deel aan de enquête. De tests gebeurden met een geharmoniseerde methode die het Europese onderzoekscentrum Joint Research Center samen met de lidstaten ontwikkelde.

Bron: Belga / eigen verslaggeving

Beeld: European Union

Volg VILT ook via