nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

27.07.2017 Europa brainstormt over rechtvaardigere voedselketen

Met de oprichting van de Veerman-commissie vorig jaar wilde de Europese Commissie een debat op gang brengen over de kwetsbare positie van de primaire producent in de voedselketen. Via een eerste opvolgrapport en een enquête wil de Commissie verder gaan op het ingeslagen pad om zo tot concrete maatregelen te komen die van de boer een robuustere marktspeler moeten maken. De focus ligt op het inperken van oneerlijke handelspraktijken, het verhogen van de markttransparantie en het stimuleren van samenwerking tussen producenten. 

In het licht van een nieuw landbouwbeleid na 2020 koos Eurocommissaris Phil Hogan er vorig jaar voor via de oprichting van de Agricultural Markets Task Force, voorgezeten door de Nederlandse professor Cees Veerman, een brainstorm op te zetten over hoe de positie van de boer in de keten kan versterkt worden. De Veerman-commissie concludeerde dat vooral oneerlijke handelspraktijken, een gebrek aan markttransparantie en een gebrek aan samenwerking tussen boeren de landbouwer isoleren in zijn kwetsbare positie. Veerman kwam wat later zijn conclusies ook voorstellen in de landbouwcommissie van het Vlaams Parlement.

Nadat zowel het Europees Parlement als de Europese Raad te kennen gaven dat het niet bij een taskforce mocht blijven en dat het engagement van Europa verder moest gaan, zet Eurocommissaris Phil Hogan nu een volgende stap. Via een nieuwe denkoefening wil hij concrete ideeën op tafel brengen die de werking van de voedselketen verbeteren. Geïnteresseerde partijen hebben een maand om hun feedback te geven op de voorstellen, later volgt ook nog een publieksbevraging.

De probleemstelling luidt als volgt. Kleine spelers in de keten, inclusief landbouwers, hebben een zwakke onderhandelingspositie en zijn daardoor kwetsbaarder voor oneerlijke handelspraktijken. Bovendien hebben ze vaak onvoldoende zicht op de prijsvorming in de volgende schakels van de keten zoals de verwerking en de distributie. Om die uitdagingen beter de baas te kunnen zouden landbouwers meer kunnen samenwerken, bijvoorbeeld via producentenorganisaties.

Hoe kan het Europees beleid voor beterschap zorgen? Een eerste optie is dat de lidstaten zelf maatregelen uitwerken. Een tweede optie is dat Europa vrijblijvende richtlijnen en aanbevelingen opstelt over hoe oneerlijke handelspraktijken kunnen worden aangepakt. Een derde optie is dat Europa een breder wetgevend kader voor de voedselketen uitwerkt waarbinnen de lidstaten hun eigen accenten kwijt kunnen, en een vierde optie is dat via Europese wetgeving de zwakste schakels in de keten beschermd worden.

Wat marktransparantie betreft ziet de Commissie twee mogelijkheden. Ofwel blijft alles zoals het is – de Commissie verzamelt en verspreidt nu al bepaalde marktinformatie – ofwel wordt de datacollectie op Europees niveau uitgebreid met bijvoorbeeld meer marktinfo over verschillende schakels in de voedselketen, of over een breder gamma voedingsproducten. Om de samenwerking in de keten te verbeteren wordt het idee geopperd om het overlegmodel zoals dat bijvoorbeeld in de bietensector bestaat, uit te breiden naar andere sectoren.

“Dit is een volgende concrete stap om de tekortkomingen in onze voedselketen ongedaan te maken”, aldus Eurocommissaris Hogan. “De producent is een cruciale schakel in ons voedselsysteem, simpelweg omdat er zonder hem geen voedsel zou zijn. Ik moedig alle betrokkenen aan om deel te nemen aan dit initiatief, waarvan ik zeker ben dat het een positieve impact zal hebben op de positie van de landbouwer in de keten. Ik verwijs ook graag naar de recente enquête over het GLB, waaruit bleek dat liefst 96 procent van de respondenten van mening was dat het verbeteren van de positie van de boer een prioriteit van het landbouwbeleid moet zijn.”

Lees de volledige tekst hier

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via