nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

25.09.2018 Europa checkt of digestaat kan doorgaan voor kunstmest

Vergisters die draaien op mest, maïs en restproducten produceren digestaat die volledig geklasseerd wordt als dierlijke mest. Volgens het kennisplatform Biogas-E verdient het eindproduct van vergisting een opwaardering tot alternatief voor kunstmest. De vraag is niet nieuw zodat Vlaams parlementslid Jos De Meyer bij minister Schauvliege informeerde naar eventuele vorderingen op dit vlak. Onder druk van Vlaanderen en Nederland bestudeert Europa de mogelijkheden om het statuut van welbepaalde afgeleide producten van mest (b.v. digestaat) te wijzigen. Schauvliege zegt er wel bij dat de studie pas in 2020 afgerond wordt.

De Nitraatrichtlijn definieert dierlijke mest als excrementen van vee of mengsels van strooisel en excrementen van vee, alsook de afgeleide producten daarvan. Voor Europa blijft dierlijke mest dus mest, ook al heeft het een bewerkingsproces ondergaan zoals bij anaerobe vergisting, of werd het in een vergister gemengd met andere biomassastromen. Dat laatste is erg vervelend voor de afzet van digestaat want een vergister draait meestal op een combinatie van biomassastromen: dierlijke mest, maïs en reststromen uit de voedingsindustrie bijvoorbeeld. Ongeacht de verhoudingen tussen de verschillende inputstromen krijgt het eindproduct, de digestaat, het statuut dierlijke mest.

In een schriftelijke vraag aan minister Schauvliege informeert Jos De Meyer (CD&V) of er met Europa niet te praten valt over een pro-rata-klassering die de verhouding van de inputstromen weerspiegelt. Hij verwijst ook naar de suggestie van kennisplatform Biogas-E, die vindt dat digestaat door de hoge opneembaarheid van de nutriënten een opwaardering verdient tot volwaardig alternatief voor kunstmest. Volgens minister Schauvliege is het weinig zinvol om de piste van een pro-rata-klassering te bewandelen omdat de Europese Commissie digestaat van een meer stabiele kwaliteit verlangt, iets waar vergistingsinstallaties in de huidige economische context (aangepast subsidiekader, nvdr.) niet in kunnen investeren. Ze zijn eerder bezig met zich aan te passen aan het nieuwe subsidiekader.

Naar het wettelijk statuut en andere afgeleide producten van dierlijke mest wordt wel onderzoek uitgevoerd door de studiedienst van de Europese Commissie (Joint Research Center). JRC doet dat op vraag van Vlaanderen en Nederland, waar de eindproducten van mestverwerking en vergisting onvoldoende benut worden omdat ze in de mestwetgeving onder dierlijke mest blijven vallen, en niet onder kunstmest. “De studie loopt tot 2020”, weet minister Schauvliege. “Op basis van dit onderzoek kan de Europese Commissie nagaan voor welke producten en hoe dit toegepast kan worden, en of een aanpassing van de Nitraatrichtlijn nodig is.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via