nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

14.06.2017 Europees Hof legt bescherming zuivelnamen strikt uit

Sojamelk of tofoeboter verkopen? Mag niet, zegt het Europees Hof van Justitie woensdag. Of toch niet onder die naam. De Europese Unie heeft immers strikte regels rond benamingen met melk, room, boter, kaas of yoghurt. Zij mogen enkel gebruikt worden voor producten van dierlijke oorsprong. Al zijn er wel uitzonderingen, zoals pindakaas, cacaoboter en kokosmelk. Het gamma van het Duitse TofuTown lag aan de basis van de uitspraak. Het bedrijf promoot en verdeelt zuiver plantaardige producten onder namen als 'Soyatoo Tofubutter', 'Pflanzenkäse' en 'Veggie-Cheese'. In de lijst van uitzonderingen op het Europese verbod zijn geen zulke producten op basis van soja of tofoe opgenomen.

Volgens TofuTown snapt de consument intussen perfect dat het niet om echte zuivelproducten gaat. Bovendien staat de plantaardige oorsprong steeds duidelijk in de titel, argumenteerde het bedrijf. De Europese rechters in Luxemburg zijn echter niet overtuigd. Ze benadrukken dat de regels erg helder zijn, met nadrukkelijk opgelijste uitzonderingen in elke taal. Producten met soja of tofoe duiken in die lijst niet op, maar bijvoorbeeld wel het product dat traditioneel ‘crème de riz’ wordt genoemd in het Frans. Dat de plantaardige oorsprong in de titel staat van de producten die TofuTown op de markt brengt, heeft evenmin een invloed op het verbod.

De rechters leggen uit dat het verbod niet ingaat tegen het evenredigheidsbeginsel. Er bestaat immers nog steeds kans op verwarringsgevaar bij de consument, zelfs als er verduidelijkende of beschrijvende aanvullingen worden toegevoegd. Evenmin kan de verweerder een ongelijke behandeling inroepen door te betogen dat vegetarische vlees- of visvervangers niet aan een gelijkaardig verbod onderworpen zijn. Het gaat immers om uiteenlopende producten die aan andere regels onderworpen zijn.

Een Duitse vereniging die oneerlijke mededinging bestrijdt, had de kwestie aangekaart bij de rechtbank van eerste aanleg in Trier. De Duitse rechter wendde zich tot het Europees Hof van Justitie met de vraag om de betrokken EU-wetgeving uit te klaren. In Duitsland moet het geschil nu beslecht worden conform de beslissing van het Hof. Dit arrest bindt ook andere rechters in de EU die zich moeten buigen over een soortgelijk probleem.

In 2015 heeft het Hof van Beroep in Brussel in een soortgelijke zaak een beslissing geveld die in overeenstemming is met het nieuwe arrest van het Europees Hof. De sectorfederatie van de Belgische zuivelindustrie (BCZ) voerde samen met een aantal van haar leden aan dat Alpro de term ‘yoghurt’ niet langer mag gebruiken voor zijn sojaproducten. In eerste aanleg had de rechtbank nog geoordeeld dat 'plantaardige variatie op yoghurt' voor de consument duidelijk genoeg is. Het Hof van Beroep zag dat anders en oordeelde dat enkel zuivelproducten, op basis van melk, de benaming 'yoghurt' mogen dragen.

Op de uitspraak van het Europees Hof die dat nog een keer bevestigt, reageert BCZ heel tevreden. "Het Hof stelt dat zuivelbenamingen alleen voor authentieke zuivelproducten gebruikt mogen worden. Het is duidelijk dat er grote nutritionele verschillen zijn tussen melk enerzijds en bepaalde plantaardige dranken anderzijds. Veel consumenten kennen het onderscheid niet of onvoldoende, soms met grote gevolgen. Het is dan ook goed dat er via de benamingen een duidelijk onderscheid wordt gemaakt."

Bron: Belga / eigen verslaggeving

Beeld: TofuTown

Volg VILT ook via