nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

19.04.2018 Europees Parlement stemt in met nieuwe bioverordening

Op basis van een risicoanalyse en in regel jaarlijks zullen alle operatoren in de biologische voedingsketen gecontroleerd worden. Wie de controles drie jaar na elkaar goed doorstaat, zal mindere frequent gecontroleerd worden. Alle import van biovoeding zal aan dezelfde regels moeten voldoen. Het volstaat dus niet langer dat het biolastenboek van derde landen gelijkwaardige regels bevat. Dat staat in de nieuwe bioverordening waar het Europees Parlement mee instemde. “Veel van de regels die de producent zekerheid geven, zijn ook gunstig voor de consument”, zegt Europarlementariër Martin Häusling (groene fractie) die de onderhandelingen voor het halfrond leidde.

De zegen van het Europees Parlement is de op één na laatste stap vooraleer de bioverordening op 1 januari 2021 in werking kan treden. Alleen de lidstaten moeten formeel hun akkoord nog geven aan de onderhandelde tekst. De nieuwe regels garanderen eerlijkere voorwaarden voor de bioboeren in de EU. Grootste wijziging is dat producenten uit derde landen die bioproducten uitvoeren naar de EU aan de Europese regels zullen moeten voldoen. Dat zorgt voor een gelijker speelveld dan het als gelijkwaardig beschouwen van meer dan 60 verschillende biolastenboeken van derde landen.

Controles van de operatoren in Europa worden op risico gebaseerd, maar zullen in principe jaarlijks plaatsvinden. Het inspectie-interval kan verlengd worden tot 24 maanden als er drie jaar na elkaar geen inbreuken zijn geconstateerd. Kleine producenten kunnen voor groepscertificering kiezen om de kosten te drukken. Op een landbouwbedrijf kunnen zowel biologische als gangbare producten worden voortgebracht, maar de activiteiten moeten duidelijk gescheiden zijn. Zowel de inputs nodig voor productie als de eindproducten dienen fysiek gescheiden te worden tussen bio en gangbaar. De verordening kiest voor deze mengvorm om de omschakeling naar biolandbouw laagdrempeliger te maken, maar bouwt dus een aantal garanties in om fraude voor te zijn.

Om verontreiniging van bioproducten met ongeoorloofde gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen te voorkomen, dienen bedrijven de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen. Zijn er aanwijzingen dat een ongeoorloofde stof aanwezig is, dan mag het niet als ‘biologisch’ gelabeld worden zolang het onderzoek niet is afgelopen. Blijkt daaruit dat er fraude in het spel is of een bedrijf onvoldoende voorzorgen nam, dan zal het product zijn biologische status verliezen. Lidstaten die nultolerantie hanteren, of drempelwaarden die strenger zijn dan de residulimieten in voeding, kunnen dat blijven doen. Een harmonisering van de declasseringsdrempels komt er echter niet, tenzij de Europese Commissie er vier jaar na de inwerkingtreding van de regels anders over oordeelt.

Biolandbouw zonder bodem is moeilijk denkbaar en toch zijn er bepaalde landen waar er in serres biologische groenten geteeld worden in substraat of water. Uit-de-grond productie blijft toegelaten in landen (Zweden, Finland, Denemarken) waar producten het bio-label al hebben, op voorwaarde dat deze praktijken verdwijnen na verloop van tien jaar. Een andere grote verandering zijn de regels voor zaaizaden. In de toekomst zal het op de markt brengen van lokale variëteiten, die niet voldoen aan de rasdefinitie, onder soepelere voorwaarden worden toegestaan. De beschikbaarheid van biologisch zaaizaad zal hierdoor verhogen, en bioboeren krijgen toegang tot robuustere gewassen die beter bestand zijn tegen ziekten bijvoorbeeld, of de gevolgen van de klimaatverandering. Richting 2035 moet de biosector helemaal overstappen op biologisch uitgangsmateriaal voor planten maar ook voor dieren.

Verder zijn de regels inzake dierenwelzijn verstrengd. Het couperen van staarten en het knippen van tanden van varkens is verboden. Het kappen van de snavel van kippen is nog steeds toegestaan, maar alleen in de eerste drie dagen van hun leven. Het couperen van staarten voor schapen en het onthoornen is slechts uitzonderlijk toegestaan. Bijkomende bepalingen ter verbetering van de huisvestingsomstandigheden voor varkens zijn ook toegevoegd. “De biologische normen zijn al erg hoog”, vat rapporteur en Europarlementslid Martin Hausling (groene fractie) samen, “maar het vertrouwen van de consument kan best worden versterkt als de regels duidelijk en begrijpelijk zijn. De nieuwe verordening heeft hier zeker een positieve bijdrage aan geleverd.”

Over de nieuwe regels werd jaren onderhandeld. Landgenoten Hilde Vautmans (Open Vld) en Bart Staes (Groen) reageren tevreden omdat de kogel eindelijk door de kerk is. “Deze wetgeving is cruciaal om het consumentenvertrouwen in bio te behouden”, aldus Vautmans. Bart Staes verwacht dat de nieuwe regels de groei van de biosector zullen ondersteunen. Meer boeren bewegen tot bio en tezelfdertijd het consumentenvertrouwen in het biologo versterken, waren voor de Europese Commissie de twee redenen om in 2014 met een wetsvoorstel te komen.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via