nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

10.05.2017 Everzwijn is niet enkel in Wallonië een bekommernis

Federaal landbouwminister Willy Borsus gaf deze week te kennen dat hij zich zorgen maakt over de grote populatie everzwijnen in Wallonië, en meer in het bijzonder over de schade aan landbouwgewassen die de dieren veroorzaken. Soortgelijke zorgen leven ook in Vlaanderen, en werden in het Vlaams Parlement nog een keer vertolkt door Lydia Peeters (Open Vld). “Als men de populatie wil intomen, moet men weten hoe groot ze op dit ogenblik is”, aldus Peeters, verwijzend naar de warmtecamera’s die onder meer in het Verenigd Koninkrijk ingezet worden voor wilddetectie. In Vlaanderen geven alleen de afschotmeldingen door jagers een idee van de omvang van de populatie.

Schade aan landbouwgewassen en een toenemend risico op verkeersongevallen, dat zijn de twee voornaamste redenen waarom de aanwezigheid van everzwijnen in Vlaanderen niet door iedereen toegejuicht wordt. In Het Belang van Limburg stond te lezen dat veruit de meeste wilde zwijnen vorig jaar in de provincie Limburg geschoten werden. Als burgemeester van een Limburgse gemeente volgt Lydia Peeters de problematiek ook in het Vlaams Parlement op. Zij wil van minister Joke Schauvliege weten wat ze onderneemt om overlast in te perken. De populatie in toom houden, vereist eerst en vooral een goede monitoring van het aantal everzwijnen zodat Peeters wil weten of moderne cameratechnieken ingang vinden.

“Qua monitoring zijn er geen recente doorbraken die toelaten om de populatiegrootte beter in te schatten”, laat minister Schauvliege weten. “De afschotmeldingen zijn de enige beschikbare index. Natuuronderzoeksinstituut INBO volgt wel de ontwikkelingen inzake monitoring op, waarbij de mogelijke inzet van cameravallen als monitoringtool een piste is die internationaal verder onderzocht wordt. Bepaalde aspecten daarvan maken deel uit van een doctoraatsonderzoek dat een samenwerking is tussen INBO en Universiteit Hasselt. Een infovergadering over dat onderzoek vond recent plaats met de betrokken jagers en terreinbeheerders.”

De technieken (drones, warmtecamera’s) waarnaar Peeters verwijst, hebben volgens de minister vooral potentieel om schade door everzwijnen te detecteren en op te meten. Voor het bevorderen van de jacht op het everzwijn zijn ze minder geschikt. In bossen met een dichte bedekking zijn everzwijnen moeilijk te onderscheiden. Bovendien is precieze plaatsbepaling in het versnipperde Vlaanderen van minder groot nut dan in landen met uitgestrekte natuurgebieden. Everzwijnen zijn zo snel dat een goede detectie niet noodzakelijk een efficiëntere bejaging toelaat.

Lydia Peeters lijkt er zich aan te storen dat Natuurpunt helemaal geen toelating geeft om op everzwijnen te jagen in gebieden in hun beheer. “Het overleg tussen verschillende partijen met soms tegengestelde belangen is niet evident. Ik ben ervan overtuigd dat Natuurpunt de ernst van de situatie kent en al het mogelijke doet om mee tot een constructieve oplossing te komen”, antwoordt minister Schauvliege. Het is van overheidswege niet mogelijk om een eigenaar tot welke vorm van wildbeheer dan ook te dwingen.

“Omdat de populatie exponentieel kan groeien, is het belangrijk dat everzwijnen in zo veel mogelijk gebieden bejaagd kunnen worden. Zeker in Limburg en de Antwerpse Kempen is overleg met Natuurpunt, en met het Agentschap voor Natuur en Bos dat ook niet overal bejaging toelaat, aangewezen”, aldus parlementslid Peeters. Zij voegt er nog aan toe dat onze Noorderburen everzwijnen op een groot deel van hun grondgebied niet tolereren.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Anneleen Rutten (INBO-UAntwerpen)

Volg VILT ook via