nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

10.11.2016 Everzwijnen blijven risico voor verkeer en landbouw

Sinds er in 2005 in onze regio opnieuw everzwijnen opdoken, zijn deze dieren al ontelbare keren het gespreksonderwerp geweest in het Vlaams Parlement. Volksvertegenwoordiger Lode Ceyssens (CD&V) constateert dat de schade aan landbouwgewassen nog steeds een probleem is, ondanks de wettelijke mogelijkheden inzake (bijzondere) bejaging. Hij polst bij minister Schauvliege naar de zin of onzin van een totaalaanpak in Limburg. De minister juicht toe dat de beheeracties per provincie of regio gecoördineerd worden. Op de vraag of er voldoende preventie is van wildschade antwoordt ze dat preventieve maatregelen verplicht zijn alvorens overgegaan kan worden tot bijzondere jacht of bestrijding. Ze zijn ook een minimumvoorwaarde om in specifieke gevallen een administratieve schadevergoeding te kunnen ontvangen.

In Meeuwen-Gruitrode gebeurde recent een verkeersongeval waarbij een auto inreed op enkele everzwijnen die de weg overstaken. Reden genoeg voor burgemeester Lode Ceyssens, tevens Vlaams parlementslid, om de kwestie opnieuw aan te kaarten in het Vlaams Parlement. Hij deed dat in de commissie Landbouw aangezien nog meer dan de verkeersveiligheid de landbouw het slachtoffer is van het succes waarmee de everzwijnen zich voortplanten in ons land. “Er zijn een hele hoop maatregelen genomen zodat de jacht op de everzwijnen efficiënt kan verlopen, maar ondanks alles lijkt het erop dat de populatie blijft groeien”, aldus CD&V-parlementslid Ceyssens.

De politicus kent de visie van Natuurpunt, die vindt dat de nadruk te sterk ligt op afschieten met een verspreidingseffect tot gevolg, maar is toch van mening dat bejaging één van de oplossingen is als het gaat over het onder controle houden van de populatie. Wel wil hij van minister Schauvliege weten op welke manier er reeds ingezet wordt op preventie van schade door everzwijnen, en hoe haalbaar dit is voor landbouwers gelet op de grote actieradius van evers. Ook vraagt hij naar de initiatieven ter bescherming van weggebruikers, bijvoorbeeld een afrastering langs de openbare weg.

In haar antwoord verwijst Vlaams minister van Natuur Joke Schauvliege naar de aanpassing van het wetgevend kader in 2014, met als doel de schade door everzwijnen onder controle houden. Aan schadepreventie wordt zeker gedaan. Schauvliege verwijst naar de maatregelen die een landbouwer moet nemen om wildschade te voorkomen alvorens hij beroep kan doen op een jager voor bijzondere jacht of bestrijding. Daarzonder kan men evenmin aanspraak maken op vergoeding van de wildschade. “Op die manier is er een wettelijke hefboom om de preventieve maatregelen ingang te doen vinden”, zegt Schauvliege. “Daarnaast werd ook een projectsubsidie voor demonstratieprojecten over preventieve maatregelen in het leven geroepen voor wildbeheerseenheden.”

De haalbaarheid van de maatregelen staat volgens de minister los van de actieradius van de wilde zwijnen. “De efficiëntie en de haalbaarheid van de maatregelen kunnen sterk worden verbeterd door lokale samenwerking en regionaal overleg”, meent Schauvliege. Over het gevaar dat everzwijnen betekenen voor weggebruikers zegt Schauvliege dat er op bepaalde risicovolle plaatsen maatregelen getroffen worden in samenwerking met de wegbeheerder. Dat gebeurt bijvoorbeeld ter hoogte van de Kamperbaan tussen Leopoldsburg en Hechtel-Eksel. Lode Ceyssens is van mening dat als je landbouwers verplicht om hun maïspercelen af te rasteren, de overheid op zijn beurt ecorasters moet voorzien langs gewestwegen om weggebruikers te beschermen.

Over de bijdrage van de jacht, zegt minister Schauvliege dat jagers de populatie onder controle kunnen houden, of verminderen tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau. Naar Nederlands voorbeeld drones inzetten, is er voorlopig niet bij want het is verboden om natuurreservaten op geringe hoogte te overvliegen. De Vlaamse regering zou wel in het ‘belang van het natuurbehoud’ een ontheffing kunnen verlenen van deze verbodsbepaling. Volgens Schauvliege kunnen drones vooral bijdragen aan de detectie en opmeting van schade aan gewassen. Voor de jacht zelf zouden deze toestellen minder nuttig zijn. “Door de snelheid en beweeglijkheid van de dieren garandeert een goede detectie niet noodzakelijk een efficiëntere of meer veilige bejaging”, legt de minister uit.

De door Ceyssens opgepikte suggestie van een totaalaanpak voor de everzwijnen in Limburg doet Schauvliege verwijzen naar een gebiedsdekkende en gecoördineerde aanpak, “wat uiteraard leidt tot een verhoogde efficiëntie”. “Rekening houdend met het verschillend eigenaarschap of het beheer van de gebieden is dit alleen te bereiken door in overleg tot een consensus te komen over een populatiedoelstelling of een schadetolerantieniveau. Het is daarbij nodig om alle belanghebbenden te wijzen op hun rechten en plichten. Het overlegmodel in de faunabeheerzones en de wildbeheereenheden is de wettelijke hefboom om dit te faciliteren.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Frederik De Buck - Flickr

Volg VILT ook via