nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

23.10.2017 "Everzwijnen laten zich niet zomaar misleiden"

Het gaat hard met de everzwijnenpopulatie in Limburg. De Limburgse jagers laten weten dat er dit jaar minstens 1.000 dieren zullen afgeschoten worden, maar de dieren planten zich sneller voort en dus lijkt het erop dat de everpopulatie de komende jaren flink zal blijven aangroeien. Die groei kijken heel wat landbouwers uit de streek met lede ogen aan, want de schade die de everzwijnen aanrichten kan aanzienlijk zijn. “Ze laten zich bovendien niet zomaar misleiden”, aldus bioloog en doctoraatsstudent Anneleen Rutten. 

De problematiek van de everzwijnen die zich tegoed doen aan landbouwgewassen en zo voor aanzienlijke schade zorgen is niet nieuw, maar lijkt zich jaar na jaar scherper te stellen. “Enkele van onze grasvelden lijken nu aardappelvelden”, aldus landbouwer Bart Slenders uit Hamont. “Wat gaat het volgend jaar geven? In onze stiel zijn er weinig zekerheden. Maar die everzwijnen en de schade die ze aanrichten kunnen we echt missen. Dit jaar stonden ze hier tot op 20 meter van de varkensstallen. Maar wat volgend jaar? Er zijn veel noten in de bossen, honger zullen die evers dit najaar niet hebben. Tot er eens een slecht jaar komt, wie weet staan ze dan tot tegen de stallen.”

Boerenbond voorspelt grote problemen als er niet snel wordt ingegrepen. “Door de kop jarenlang in het zand te steken, zien we de schade jaarlijks fors toenemen”, zegt Koen Vanheukelom van Boerenbond. “Jarenlang heeft de overheid er vooral voor gezorgd dat ze via de wetgeving was ingedekt, werd er niet fatsoenlijk gejaagd en werden er geen andere initiatieven op het terrein genomen." Uitzonderlijke omstandigheden vragen uitzonderlijke maatregelen, vindt Boerenbond.

“Binnen het huidige wettelijke kader krijgen ze het everzwijnenbestand nooit tot op een aanvaardbaar peil”, aldus nog Vanheukelom. Daarnaast heerst er bij de boeren ook angst voor de ziektes die everzwijnen kunnen verspreiden. “We denken daarbij in de eerste plaats aan de klassieke varkenspest of brucellose bij runderen. Een uitbraak van dergelijke ziekten zou voor de betrokken boerderijen nefast zijn.” De aanstelling van een coördinator die vanuit de schademeldingen de betrokken partijen snel rond de tafel krijgt en concrete acties onderneemt, zou volgens Boerenbond soelaas kunnen bieden.

“De druk moet van de ketel worden gehaald”, vindt ook Natuurpunt. Ook zij willen de schade door everzwijnen zo veel mogelijk beperken. In de eerste plaats moet gefocust worden op schadepreventie, een goede afrastering bijvoorbeeld. Als er daarna ook jacht nodig is, kan het onder heel strikte voorwaarden. “Onze gebieden zijn natuurreservaten waar het doden van dieren niet kan”, aldus Chris Dictus van Natuurpunt. “Afwijken van die regel kan alleen door een ontheffing aan te vragen bij de overheid. De plaatselijke afdelingen hebben daar het laatste woord over. We vinden dat de evers hier thuishoren, maar we zijn zeker niet blind voor de schade die ze kunnen aanrichten.”

“De overvloed aan noten en eikels gaat dit najaar in het voordeel van de everzwijnen spelen”, bevestigt ook Ludo Fastré van de Limburgse jagers. “Er is voedsel genoeg in de bossen. Ze naar de voedselplekken lokken en bejagen, wordt dus moeilijker. Maar de kaap van de 1.000 exemplaren halen we dit jaar sowieso. Alleen blijft het verkopen van al dat everzwijnenvlees een pijnpunt. We kunnen de geschoten exemplaren niet - zoals in de buurlanden - aan restaurants verkopen. De enige oplossing voor het overschot aan geschoten everzwijnen is voorlopig Rendac. Als we op een snelle manier het vlees kunnen laten keuren, willen we zelf een site gaan openen. Bedoeling is dat mensen via deze weg Limburgs everzwijnenvlees kunnen kopen.”

De everzwijnen zijn ondertussen ook meer en meer het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek. Zo berekent bioloog en doctoraatsstudent aan de Universiteit Antwerpen en het Instituut van Natuur- en Bosonderzoek (INBO) Anneleen Rutten hoe groot de impact van de everzwijnen is op de winstmarge van de Limburgse landbouwers. “Met een drone heb ik bijna drie jaar schade door everzwijnen in beeld gebracht”, zo vertelt ze. “Aan de hand van de foto's ga ik nu een objectieve schatting uitvoeren.”

Voor een gedetailleerde analyse is het nog een jaartje wachten op het rekenwerk van Rutten. Maar drie jaar veldonderzoek leverden al een aantal eerste indrukken op. “Zo is duidelijk waar de probleemgebieden zijn”, aldus Rutten. “Everzwijnen leren snel waar niet wordt gejaagd en passen hun gedrag erop aan. Het zijn slimme dieren. Alle percelen beveiligen kost heel veel geld. Het zou dus al nuttig zijn te weten waar de kans op schade groter is. Maar dat geeft nog geen garantie dat de everzwijnen wegblijven.”

“Hetzelfde met de keuze van de gewassen”, gaat Rutten verder. “Eén van de landbouwers die na veel schade op zijn percelen met maïs naar graslanden was overgeschakeld, kreeg ik opnieuw aan de lijn. De evers hadden opnieuw zijn oogst deels vernield. Want in graslanden zitten wormen en dat lusten de zwijnen ook graag. Maïs en gras zijn duidelijk schadegevoeliger dan graan of aardappelen. Van die twee laatste krijg ik minder schademeldingen.”

Nog een vaststelling: wilde zwijnen laten zich niet zomaar misleiden. “Ik heb al percelen gezien waar twee draden met elektriciteit gespannen zijn”, aldus nog Rutten. “Maar de biggen kunnen daar zomaar onderdoor. En dan laat moederzeug zich niet meer tegenhouden. Ook al krijgt ze dan een schok. Vaak zie je daar dat de schade mogelijk nog groter is. Simpelweg omdat ze schrik hebben van een nieuwe schok bij het verlaten van het perceel. En geluidkanonnen of everzwijnverschrikkers lossen op lange termijn ook weinig op. Ze hebben heel snel door dat het geen echte jagers zijn.”

Of er volgens haar dan toch een degelijke beveiliging mogelijk is? “Draadafsluiting met een maaswijdte van maximum 10 centimeter die tot in de grond gaat of minstens 3 schrikdraden om de 20 centimeter die voldoende laag beginnen zodat de biggen er niet onderdoor gaan”, zo klinkt het. “Maar zoiets is zeer arbeidsintensief en kost veel geld.” Over ruim een jaar hoopt de biologe antwoord te krijgen op haar onderzoeksvragen. 

Bron: Het Belang van Limburg

Beeld: Anneleen Rutten (UAntwerpen / INBO)

Volg VILT ook via