nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

20.06.2018 Export Belgische voedingsindustrie stijgt met 7,5 pct

De omzet van de Belgische voedingsindustrie groeide in 2017 met 5,1 procent tot 52,6 miljard euro. Dit resultaat heeft de sector te danken aan de sterke exportcijfers, want voor het tweede jaar op rij kende de Belgische markt een negatieve groei van 2,2 procent. “De afzet op de eigen markt staat steeds meer onder druk door de opeenstapeling van taksen, heffingen en bijdragen”, zei Jean Eylenbosch, voorzitter van Fevia, de federatie van de Belgische voedingsindustrie, tijdens de voorstelling van het economisch jaarverslag.

De omzetgroei van 5,1 procent is het gevolg van de export die in 2017 steeg met 7,5 procent tot 26,7 miljard euro. De handelsbalans bereikt daardoor een positief resultaat van 4,7 miljard euro. Vooral de verre export deed het goed en zet het beste resultaat neer sinds 2000. Buiten de Europese Unie steeg de export met gemiddeld 15,5 procent tot 4,3 miljard euro. “We zien zelfs dat de export naar onze belangrijkste verre markt, de Verenigde Staten, gestegen is met 16,1 procent tot 716 miljoen euro”, aldus Eylenbosch. 

Bier en chocolade vallen het meest in de smaak van de verre exportbestemmingen, als vinden in Japan ook onze aardappelbereidingen gretig aftrek en is er in China en Zuid-Korea veel vraag naar Belgisch vlees. “Het zwaartepunt voor de export blijft echter liggen bij onze directe buurlanden”, nuanceert Fevia. “Zij zijn goed voor 55,6 procent van de totale uitvoer van de voedingsindustrie.”

Een positief gevolg van de groeiende export is dat Belgische bedrijven steeds meer investeren in eigen land. De investeringen stegen vorig jaar met 7,6 procent tot een recordbedrag van 1,8 miljard euro. “Daarmee wordt de voedingsindustrie de grootste industriële investeerder van ons land”, zegt de voorzitter. Bijkomend voordeel van het exportsucces is jobcreatie. De werkgelegenheid in de Belgische voedingsindustrie nam in 2017 toe met 1,9 procent tot 90.738 arbeidsplaatsen of 1.695 arbeidsplaatsen meer dan in 2016. “Naast de grootste industriële investeerder zijn we ook de grootste industriële werkgever”, stelt Fevia.

Al baart het gebrek aan geschoolde arbeidskrachten zorgen. “De voedingsindustrie levert job, jobs, jobs en dit voor alle profielen”, zegt Eylenbosch. “Maar het tekort aan technisch geschoolden op de arbeidsmarkt baart mij wel grote zorgen. Zo blijft 67,7 procent van de vacatures voor mecanicien langer dan 90 dagen openstaan. Daarnaast zijn een aantal voedingsspecifieke profielen zoals bakkers en slagers steeds moeilijker te vinden op de arbeidsmarkt.”

Ondanks het exportsucces is Fevia bezorgd over de Belgische markt. “Terwijl de wereld valt voor onze voeding en dranken lijken wij Belgen zelf steeds minder geneigd om Belgische producten te kopen”, luidt het. Op de Belgische markt kende de sector een negatieve groei van 2,2 procent. Dat het volume voor het tweede jaar op rij daalt, is volgens de voedingsindustrie een “onrustwekkende trend”. Ter vergelijking: in de periode 2006-2011 bedroeg de jaarlijkse gemiddelde volumegroei op de eigen markt nog 2,1 procent, terwijl er in de periode 2012-2017 gemiddeld een nulgroei was.

Fevia wijst in dat verband naar een “opeenstapeling van taksen, heffingen en allerhande bijdragen die voeding en dranken in België duurder maken dan in de buurlanden”. “We zien ook dat we nog steeds geconfronteerd worden met een loonkostenhandicap van 16,4 procent in 2018 en hoge meerkosten op onze elektriciteitsfactuur”, legt de Fevia-voorzitter uit. Het gevolg daarvan is dat de Belgische consument zijn aankopen meer en meer over de grens gaat doen. Alleen al door de dubbele verhoging van de “zogenaamde gezondheidstaks” voor niet-alcoholische dranken zijn de grensaankopen gestegen met 8,8 procent tegenover 2016 en zelfs met 22 procent tegenover 2015. Volgens de federatie zal de opkomst van e-commerce die trend nog vergroten.

Een andere zorg voor Fevia is dat deze krimp op de Belgische markt er komt op het moment dat gastro-nationalisme, de Brexit en het protectionisme de groei buiten België bedrijgen. “De VS zijn onze belangrijkste verre exportmarkt. Het Verenigd Koninkrijk is onze vierde markt buiten België. De razendsnelle internationale evoluties creëren grote onzekerheid op het moment dat onze eigen Belgische markt in zwaar vaarwater verkeert”, maakt Chris Moris, directeur-generaal van Fevia, zich ongerust.

De sectorfederatie formuleert daarom vier aanbevelingen naar het beleid. “Er moet ingezet worden op STEM in het technisch onderwijs en op duaal leren in de voedingsindustrie zodat het aanbod van de juiste profielen op de arbeidsmarkt vergroot”, klinkt het. Fevia vraagt ook een beleid dat de consument aanmoedigt in eigen land te kopen door voeding en dranken “niet te overladen met bijdragen, heffingen en fiscale experimenten, zoals de gezondheidstaks en statiegeld”. Daarnaast moet het exportpotentieel vergroot worden door verder in te spelen op het merk ‘Food.be – Small country. Great Food.’ en door een tegengewicht te bieden aan protectionistische tendensen. Ook moet de kostencompetitiviteit verbeterd worden door de loonkostenhandicap en de meerkosten op de elektriciteitsfactuur van kleine energie-intensieve bedrijven af te bouwen. 

Meer informatie: Fevia Economisch Jaarverslag 2017-2018

Bron: Eigen verslaggeving/Belga

Volg VILT ook via