nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

21.09.2018 Extreme neerslagtekorten worden schering en inslag

Verontrustend nieuws uit een klimaatrapport van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM): een extreem neerslagtekort dat zich nu gemiddeld eens om de 20 jaar voordoet, kan zich in de toekomst gemiddeld eens om de twee jaar voordoen. De meerderheid van de onderzochte modellen wijst op een afname van de neerslag in de zomermaanden, met een substantiële afname tot -52 procent voor het hoge impactscenario. Wanneer je ook rekening houdt met de toegenomen verdamping kan de verwachte toename van de winterneerslag het effect van die droge zomers op bijvoorbeeld het grondwater niet compenseren.

Tegen het jaar 2100 zal het klimaat – volgens de huidig beschikbare gegevens en kennis – met hoge waarschijnlijkheid ergens gelegen zijn tussen de huidige klimaatcondities en de hoge-impactvariant van de klimaatscenario's. De beruchte zomer van 1976 was één van de meest droge in de voorbije 100 jaar en doet zich in het huidige klimaat ongeveer twee keer per 100 jaar voor. Het neerslagtekort dat in 1976 werd waargenomen, kan zich tegen 2100 om de vier à vijf jaar voordoen. Voor die vervelende impact van de klimaatverandering op Vlaanderen waarschuwen deskundigen van de Vlaamse Milieumaatschappij in een nieuw rapport.

Deze evoluties zijn zich nu al aan het voltrekken en zullen zich de komende decennia geleidelijk aan voortzetten. De auteurs van het rapport geven toe dat het niet mogelijk is om de precieze impact te bepalen. Dat komt door onzekerheden in de klimaatimpactmodellering en de onzekere toekomstevoluties in de uitstoot aan broeikasgassen. Het rapport beschrijft de impact van klimaatverandering op de frequentie, duur en intensiteit van meteorologische droogte tegen het jaar 2100 aan de hand van de Standardized Precipitation Index (SPI) en de Standardized Precipitation Evaporation Index (SPEI). Deze droogte-indicatoren geven weer hoe uitzonderlijk de totale neerslaghoeveelheid (SPI) en de waterbalans (SPEI; het verschil tussen neerslag en evapotranspiratie) zijn ten opzichte van het historische normaal voor een bepaalde periode van het jaar.

Voor de analyse van het huidige klimaat werden waarnemingen van neerslag en evapotranspiratie (water dat verdampt, nvdr.) te Ukkel voor de periode 1901-2000 gebruikt. Voor de analyse van het klimaat in het jaar 2100 werden dezelfde, maar door 30 verschillende klimaatmodellen geperturbeerde meetreeksen gebruikt met 2100 als tijdshorizon. Op basis van de modelsimulaties werden drie klimaatscenario's gedefinieerd: een weinig waarschijnlijk lage-impactklimaatscenario, een midden-impactscenario en een hoge-impactscenario.

Extrapolerend vanuit de huidig beschikbare gegevens en kennis zal het klimaat binnen 82 jaar met hoge waarschijnlijkheid ergens gelegen zijn tussen de huidige klimaatcondities en de hoge-impactvariant van de klimaatscenario's. Het totale neerslagtekort gedurende het hydrologisch zomerseizoen voor het meest droge jaar in een periode van 20 jaar zal tegen 2100 stijgen tot 485 mm tegenover 237 mm nu. In het hoge-impactscenario valt er tegen dan maar half zoveel neerslag in de zomer als nu. Het veranderend klimaat brengt ons ook nattere winters, wat de effecten van minder zomerneerslag voor een stuk kan compenseren. Dat doet het niet helemaal als je ook rekening houdt met de toegenomen verdamping, wat dus negatieve consequenties heeft voor onder meer het grondwater.

Meer info: VMM

Bron: Belga / eigen verslaggeving

Volg VILT ook via