nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

11.09.2018 FAVV krijgt miljoenenvergoeding voor dioxinecrisis

Het Voedselagentschap krijgt 24 miljoen euro schadevergoeding van vetsmelters Jan en Lucien Verkest en Jacques en Jacqueline Thill van Fogra voor de dioxinecrisis van 1999. Dat heeft de Gentse correctionele rechtbank dinsdag beslist, bijna 20 jaar na het uitbreken van de dioxinecrisis. De Belgische Staat en het Vlaams gewest, die eerder tot 400 miljoen euro schadevergoeding wilden, hebben zich niet burgerlijke partij gesteld bij de behandeling van de zaak. Jan en Lucien Verkest gaan in beroep tegen het vonnis, en ook Jacques en Jacqueline Thill doen dit hoogstwaarschijnlijk.

De dioxinecrisis barstte in 1999 los, nadat dioxines in de voedselketen terecht waren gekomen. Uit onderzoek bleek dat de besmetting zijn oorsprong vond bij het bedrijf Verkest in Deinze en bij het Waalse Fogra. Het bedrijf Fogra leverde met giftige pcb's besmette vetstoffen aan Verkest, die het aan de veevoederbedrijven verdeelde. De Verkests leverden zogezegd gesmolten dierlijk vet aan meng- en veevoederfabrikanten, terwijl het om een mengsel van dierlijk en technisch vet ging.

Jan en Lucien Verkest werden later schuldig bevonden aan valsheid in geschrifte, gebruik van valse stukken en bedrog in koopwaar. Op burgerlijk gebied deed de Gentse correctionele rechtbank in 2013 uitspraak. De rechtbank had vetsmelter Verkest veroordeeld tot het betalen van meer dan een miljoen euro aan schadevergoedingen voor benadeelden van de dioxinecrisis. Over de schadevergoeding van de andere partijen werd toen nog geen uitspraak gedaan. De Belgische Staat wou voorheen ruim 236 miljoen euro schadevergoeding en het Vlaamse gewest 149 miljoen euro, maar in 2013 bleek dat ze daarvoor nog geen verzoekschrift hadden ingediend.

Bij de behandeling van de zaak in mei stelden alleen het Voedselagentschap en verschillende veevoederbedrijven zich voor de rechtbank op als eiser. Het FAVV eiste in totaal 24,1 miljoen euro, waarvan 16 miljoen euro operationele kosten. Het gaat onder meer om de personeelskosten van extra aanwervingen die gemaakt werden door de acute dioxinecrisis. De advocaten van Verkest en Fogra hadden gepleit dat de eisen tot schadevergoeding onontvankelijk zouden zijn. Er werd ook om de aanstelling gevraagd van een nieuwe deskundige om alle schade te becijferen, maar voor de schadevergoeding van het FAVV ging de correctionele rechtbank daar niet op in en werd de vordering integraal toegekend.

De verschillende veevoederbedrijven eisten samen een bedrag van meer dan 10 miljoen euro. "De wereld stond op zijn kop in de sector", stelde de advocaat van veevoederfirma De Brabandere Wingene bij de behandeling van de zaak. "We hebben een hele reeks kosten gedaan en klanten verloren. Het bedrijf kreeg geen steun van de overheid want het werd niet beschouwd als een landbouwbedrijf." De Brabandere Wingene kreeg een schadevergoeding van 2,2 miljoen euro toegekend.

Andere bedrijven wilden ook een vergoeding voor imagoschade en omzetverlies en zagen het grootste deel van hun vordering aanvaard. In bepaalde gevallen stelde de rechtbank wel een deskundige aan om de schade verder te onderzoeken.

Advocaat Hans Rieder, niet aanwezig bij de voorlezing van de uitspraak, liet weten dat vetsmelters Jan en Lucien Verkest in beroep gaan tegen het vonnis, en ook Jacques en Jacqueline Thill zullen dat hoogstwaarschijnlijk doen. Rieder wenste geen verdere details te geven. De zaak komt vermoedelijk in de loop van volgend jaar voor het hof van beroep. Het vonnis wat betreft het FAVV werd wel "uitvoerbaar bij voorraad" verklaard, waardoor in theorie onmiddellijke betaling kan gevraagd worden. Het is niet duidelijk of de veroordeelden in staat zijn om te betalen. 

Bron: Belga

Beeld: VRT NWS

Volg VILT ook via