nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

20.04.2017 Federale overheid aan zet in dossier distelbestrijding

De bestrijding van distels beroert al enige tijd de gemoederen. Onlangs zorgde een uitspraak van de Raad van State ervoor dat de bestrijdingsplicht zijn rechtsgrond verloor. Vanwege de landbouworganisaties wordt gepleit voor een behoud ervan, Natuurpunt vindt de bestrijding dan weer “compleet achterhaald” en heeft het over een “heksenjacht”. Maar wie is er vandaag nu uiteindelijk verplicht tot distelbestrijding en wie niet? En wat met de wettelijke lacune na de uitspraak van de Raad van State? Parlementsleden Tinne Rombouts en Herman De Croo vroegen verduidelijking aan minister Joke Schauvliege.

In een arrest van 9 maart 2017 heeft de Raad van State de wettelijke basis van de verplichte distelbestrijding onderuit gehaald. Die uitspraak kwam er nadat Natuurpunt een beroep had ingesteld tegen een besluit van de gouverneur van Antwerpen. Natuurpunt haalde zijn slag thuis en pleit voor het afvoeren van de “compleet achterhaalde” bestrijdingsplicht en stelt in de plaats het engagement voor een goed nabuurschap voor. Concreet wil dat zeggen: distelhaarden verwijderen in de buurt van landbouwpercelen en tuinen.

Boerenbond reageerde met de vaststelling dat er van dat goed nabuurschap vaak weinig te merken valt en dat er elk voorjaar opnieuw talrijke meldingen zijn van overwaaiende distelzaden waar niets aan gedaan wordt. Boerenbond merkte op dat de uitspraak van de Raad van State niets zegt over de inhoud van de kwestie en verwijst naar een FAVV-advies waaruit moet blijken dat de algemene distelbestrijding “noodzakelijk” is. Ook de verminderde beschikbaarheid van herbiciden draagt bij tot die noodzaak, aldus nog Boerenbond.

Ook minister Joke Schauvliege verwijst in haar antwoord op de vragen van Vlaamse parlementsleden Tinne Rombouts (CD&V) en Herman De Croo (Open Vld) naar het wetenschappelijk advies van het FAVV. In dat antwoord spreekt het FAVV zich uit voor het behoud van de huidige wetgeving, “namelijk de verplichting om de vier soorten schadelijke distels, beoogd in artikel 43 van het koninklijk besluit van 19 november 1987, over het gehele grondgebied te bestrijden, behalve, voor wat de kale jonker betreft, in natuurgebieden met wetenschappelijke waarde en natuurreservaten”.

Verder legt minister Schauvliege uit wat de stand van zaken is en hoe de verwarrende situatie te interpreteren. “Er is een uitspraak geweest van de Raad van State”, zo vat Schauvliege samen. “Die heeft in een arrest van 9 maart 2017 een besluit van de gouverneur van de provincie Antwerpen vernietigd. Het provinciaal besluit was gebaseerd op federale regelgeving als rechtsgrond, maar de Raad van State oordeelde dat die federale regelgeving sinds 2013 niet meer bestaat. In de eerste plaats moet de federale overheid dat rechtzetten.”

De bal ligt met andere woorden in het kamp van de federale regering. “Maar de ministers De Block en Borsus zijn vooruitziend geweest”, zo weet Schauvliege. “Vorig jaar reeds hebben ze een voorontwerp van koninklijk besluit gemaakt in het kader van het plantengezondheidsbeleid. In dat voorontwerp plant men om bepaalde distelbestrijdingsverplichtingen terug op te leggen op het Belgische niveau, gesteund door het eerder genoemde FAVV-advies. Wat het hele grondgebied betreft, is dit de federale beslissing die zou moeten worden genomen.”

Naast die federale verplichting is er ook een verplichting die specifiek voor landbouwers geldt en die van toepassing is op vier soorten, en dat op het hele grondgebied. “Concreet moeten landbouwers de overwoekering van graslanden met akkerdistels voorkomen door te vermijden dat akkerdistels in bloei tot zaadvorming of tot uitzaaiing komen”, zo brengt Schauvliege in herinnering. “Er mogen op graslanden geen akkerdistelhaarden voorkomen. Een akkerdistelhaard is een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 10 vierkante meter met akkerdistels.”

Het komt er dus op neer dat er voor landbouwers nog steeds een verplichting geldt, maar voor de rest van het Vlaamse grondgebied niet. "Daar zit dus een tegenstrijdigheid, en ik besef dat dat een dubbel gevoel is, zeker voor landbouwers", aldus nog Schauvliege. "Maar ik ga ervan uit dat de federale overheid, aangezien die er al mee bezig is, snel duidelijkheid zal willen brengen en dat voorontwerp van besluit ook snel zal nemen. Dat lijkt mij de beste oplossing om de bestrijding opnieuw voor het hele grondgebied mogelijk te maken."

In zijn Beleidsnieuws-nieuwsbrief laat Natuurpunt alvast weten dat de hoop van minister Schauvliege op het spoedig creëren van een nieuwe rechtsgrond door de federale overheid “allerminst evident” is. “Het gaat duidelijk om een Vlaamse bevoegdheid”, aldus Natuurpunt. Wat het FAVV-advies betreft, is Natuurpunt allesbehalve overtuigd. “Dit werkstuk beschrijft uitgebreid de biologie van de distels, maar bevat geen ernstige onderbouwing waarom de distel een (fyto)sanitair probleem zou vormen”, zo klinkt het. “Naar cijfers over kosten/baten en lusten/lasten is het al helemaal tevergeefs zoeken. Natuurpunt verwacht meer ernst als het gaat om de onderbouwing van het beleid.” 

Intussen roept de provincie Limburg op om bestaande gemeentelijke reglementen inzake distelbestrijding te schrappen totdat er duidelijkheid komt. "Dat betekent niet dat er geen distel meer mag verdwijnen", aldus gedeputeerde van Leefmilieu en Natuur Ludwig Vandenhove. "Van de te bestrijden distels kan de akkerdistel in sommige gevallen hinderlijk genoeg zijn om bestrijding te rechtvaardigen. Dit gaat dan voornamelijk over akkerdistelhaarden in de buurt van landbouwpercelen en tuinen."
Alle Limburgse gemeenten en steden ontvangen binnenkort van de provincie een brief over de oproep."Daarbij wordt ook een ecologisch advies meegegeven. Bovendien worden de contactgegevens van het Provinciaal Natuurcentrum ter beschikking gesteld voor verdere vragen."

Bron: eigen verslaggeving / Belga

Beeld: KULeuven - KULAK

Volg VILT ook via