nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

06.06.2019 File en hitte gaan niet goed samen bij kippentransport

Met de warme zomerperiode in aantocht klaagt Animal Rights over de sterfte van vleeskippen tijdens het transport naar slachthuizen. Van de pre-slachtfase (vangen van de kippen, laden, transport naar slachthuis en ter plekke wachten) is geweten dat het één van de meest stresserende episodes uit het leven van een braadkip is. Circa drie op duizend kippen arriveren dood in het slachthuis. Toen minister van Dierenwelzijn Ben Weyts de sector vroeg om dit cijfer te reduceren, werd een actieplan opgesteld met voorstellen vanuit de verschillende schakels in de keten. Omgekeerd blijft het een onvervulde wens van de pluimveesector om vrachtwagens met levend pluimvee bij heet weer uit de file te halen.

Naar aanleiding van de eerste zomerse dagen met hoge temperaturen wil Animal Rights de discussie openen over het vervoer van kippen bij extreme weersomstandigheden. "De afgelopen jaren kwamen met enige regelmaat flinke percentages in Nederland vetgemeste vleeskuikens dood aan bij Belgische pluimveeslachthuizen", aldus de dierenrechtenorganisatie. Waar de interventiewaarde van de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit voor dode dieren op 0,5 procent ligt, maken de inspecteurs van het Voedselagentschap (FAVV) pas melding bij 1 procent sterfte tijdens vervoer. De vaststelling daarvan wordt bij aankomst in het slachthuis gedaan. Het ging om vijftien rapporten in 2016 en negen in 2017, waar Animal Rights via de wet openbaarheid van bestuur de hand op kon leggen.

De organisatie geeft enkele voorbeelden: "Op 22 juni 2016, bij temperaturen boven de 30 graden komen 554 van de 17.920 slachtkippen uit Nederlands-Limburg dood aan bij pluimveeslachthuis Schildermans in Bree. Dat is een sterftepercentage van meer dan 3 procent, driemaal de Belgische interventiewaarde en zesmaal de Nederlandse. Op 19 juli 2016, bij een temperatuur rond de 30 graden, crepeert 2,26 procent van de vleeskuikens geladen in Kessel en afgeleverd bij slachthuis Artislach in Dendermonde."

Ook bij lage temperaturen overleven veel vleeskippen de reis niet, merkt de dierenrechtenorganisatie op. "Op 14 maart 2015 werden 8.112 kippen uit Deurne in Noord-Brabant aangevoerd bij slachthuis Belki in Aalst bij temperaturen van 1 tot 6 graden. 367 van hen, ofwel 4,5 procent, kwam dood aan en nog eens 1,08 procent werd afgekeurd, waarvan 0,48 procent wegens ziekte, voornamelijk afwijking aan de luchtwegen." Animal Rights koppelt aan dit dierenleed geen vraag voor meer inspanningen ter verbetering van het dierenwelzijn maar een oproep om over te stappen op een plantaardig dieet.

In Vlaanderen worden op jaarbasis miljoenen vleeskippen via wegtransport naar een slachthuis gevoerd. Vlaams parlementslid Gwenny De Vroe (Open Vld) informeerde al een keer bij de bevoegde minister naar de omvang van het welzijnsprobleem. Zij vernam toen van Ben Weyts dat er in 2016 door het FAVV melding was gemaakt van ruim 55.000 kippen die vroegtijdig overleden waren tijdens het transport. Dat jaar werden er bijna 236 miljoen kippen per vrachtwagen naar Vlaamse slachthuizen gevoerd.

De meldingen van het Voedselagentschap hebben alleen betrekking op de transporten die af te rekenen kregen met ongewoon hoge kippensterfte. Gemiddeld genomen overlijdt 0,3 procent van de in kratten geladen kippen voor ze geslacht kunnen worden. Dat cijfer komt uit het WELLTRANS-project, en wordt ons bevestigd door expert dierenwelzijn Frank Tuyttens (ILVO/UGent). Naast de dieren die het transport niet overleven, bracht hij samen met collega's ook in kaart hoeveel dieren verwondingen oplopen of hittestress vertonen. Dat schommelt rond de twee procent voor zowel vleugelbreuken als hittestress. Het onderzoeksproject resulteerde in een welzijnsevaluatieprotocol dat slachthuizen kunnen gebruiken om de kippen bij aankomst te monitoren.

"Procentueel valt de sterfte tijdens de laatste dag van een vleeskip mee, maar in absolute aantallen gaat het uiteraard over veel kippen", zegt Landsbond-voorzitter Danny Coulier. Zijn organisatie ging samen met de andere vertegenwoordigers van de sector rond de tafel zitten toen van minister Weyts de vraag kwam om het sterftecijfer verder te reduceren. "Vorig jaar maakten we de minister een actieplan over. Daarin engageren we ons namens de pluimveehouders om de juiste aantallen kippen en hun gemiddelde gewicht correct door te geven aan de slachthuizen. Overbelading van de containers of de vrachtwagen kan zo vermeden worden. Ook bij het vangen en het laden van de kippen zagen we mogelijkheden tot verbetering." Met een gemiddeld sterftepercentage in de pre-slachtfase van 0,28 procent verging het de kippen vorig jaar al iets beter.

De meeste progressie kan volgens de vleeskippensector geboekt worden door vrachtwagens met levend pluimvee bij hoge temperaturen uit de file te ontzetten. In Nederland en Duitsland maakt die maatregel deel uit van een uitgebreid hitteplan en mag de pechstrook daarvoor gebruikt worden. Coulier: "We hoopten dat het ook hier zou kunnen bij extreem weer. Minister Weyts combineert immers de bevoegdheden mobiliteit en dierenwelzijn. Tot onze ontgoocheling ging hij niet in op onze vraag met de boodschap dat de pechstroken daar niet geschikt voor zijn."

Het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) en Boerenbond deelden nochtans dezelfde wens. Beleidsmedewerker Mark Wulfranke (ABS): "Het zal heus niet om de haverklap voorvallen dat een transport van kippen uit de file gehaald moet worden. Bij extreem weer worden de rijtijden immers aangepast en rijden vrachtwagens zoveel mogelijk 's nachts." Dat is niet voor elk kippentransport mogelijk want de pluimveeslachthuizen werken in een ploegensysteem tot acht uur 's avonds. "Stel dat je alle kippen 's nachts aanvoert", zegt Danny Coulier, "dan verschuif je het risico op sterfte naar de slachthuissite waar de vrachtwagens op een warme dag uren moeten wachten. In een geconditioneerde hal hoeft dat niet ondraaglijk te zijn voor de kippen, maar het gebeurt nog dat truckchauffeurs een rondje moeten rijden om de kippen van verkoeling door de rijwind te voorzien." Volgens de Landsbond-voorzitter is het overdag laden van de kippen ook ingegeven uit de bezorgdheid om de geluidsoverlast voor de buren van pluimveebedrijven te beperken. "Soms wordt het zelfs via de vergunningsvoorwaarden van een pluimveebedrijf opgelegd dat vrachtwagens 's nachts niet mogen laden of lossen."

De kippen die bij aankomst in het slachthuis overleden zijn, worden niet uitbetaald aan de producent. De belangenverdedigers van de pluimveehouders verwachten daarom van de slachthuizen dat zij er op hun beurt alles aan doen om kippensterfte in de laatste uren voor de slacht te vermijden. Gezien het verhoogde risico op sterfte bij een transport tijdens de piekuren op Vlaamse wegen stond er een producententoeslag tegenover overdag laden. Vandaag is die toeslag verdwenen omdat overdag laden een meer courante praktijk werd. Coulier laat verstaan dat meer transparantie over de inspanningen die pluimveeslachthuizen doen om uitval te voorkomen welkom is.

Het actieplan dat er eind 2017 kwam op vraag van minister Weyts behandelt voorstellen tot verbetering in de verschillende schakels van de keten: van pluimveehouder, over de vangploegen en transporteurs tot aan het slachthuis. Vorige zomer werd het actieplan, opgesteld in de schoot van interprofessionele vereniging VEPEK, door een extern controleorganisme geëvalueerd. "Het is een evolutief gegeven want het plan kan constant aangepast worden", zegt VEPEK-voorzitter Johan Van Bosch. Naar de resultaten van 2018 en 2019, zowel wat het aantal dood aangevoerde kippen in het slachthuis betreft als de andere aspecten van dierenwelzijn in de verschillende schakels, wordt met belangstelling uitgekeken door de pluimveesector.

Bron: eigen verslaggeving / Belga

Beeld: Animal Rights

Volg VILT ook via