nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

28.09.2017 Financieel keert de rust weer op landbouwbedrijven

Volgens de berekeningen van Boerenbond wordt 2017 een doorsnee landbouwjaar gekeken naar de omzet. Met 5,5 miljard euro ligt die in de buurt van het vijfjarige gemiddelde voor de Vlaamse landbouw. Een onbewogen jaar werd het evenwel niet want droogte liet vooral in West-Vlaanderen sporen na, en uitzonderlijk late nachtvorst trof fruit- en sierteelt. Boerenbond wil 2017 vooral herinneren als het jaar waarin de omzet stijgt terwijl de kosten stabiel blijven. De marge op die manier opkrikken, lukte de afgelopen tien jaar nog niet eerder zodat voorzitter Sonja De Becker spreekt van een trendbreuk, en hoopt op bevestiging daarvan de komende jaren.

Naar jaarlijkse gewoonte evalueert Boerenbond bij het begin van de herfst het lopende productiejaar. Vergeleken met dezelfde periode in 2016 ligt de omzet van de Vlaamse land- en tuinbouw op dit moment acht procent hoger. Die omzetevolutie berekent Boerenbond ook per deelsector, maar verwacht geen uitspraken meer over het ‘gemiddelde landbouwinkomen’. “De gemiddelde Vlaamse boerderij bestaat niet door de grote diversiteit aan deelsectoren. Eén zo’n cijfer kan dus nooit een waarheidsgetrouw beeld geven van het inkomen. Daarom hebben we het geweer vorig jaar al van schouder veranderd”, zegt Boerenbondvoorzitter Sonja De Becker.

Door de forse omzetstijging ten opzichte van het desastreus verlopen jaar 2016 knoopt 2017 weer aan bij het vijfjarige gemiddelde. De Becker spreekt over 2016 in termen van een “horrorjaar”. De prijsvorming was in vrijwel alle deelsectoren ondermaats en als toemaatje gooiden de weergoden de hemelsluizen open van in mei tot eind juni. De schade door de wateroverlast in 2016 overstijgt ruim de droogteschade van dit jaar. Al zorgde de droogte in combinatie met een beregeningsverbod voor de West-Vlaamse akkerbouwers en groentetelers voor kommer en kwel, en hebben fruittelers de voorbije weken moeten vaststellen dat de late lentenachtvorst vooral hun appeloogst decimeerde.

Als 2017 omschreven wordt als “gemiddeld” en “doorsnee”, dan is dat dus te danken aan de markt maar andere externe factoren kunnen de omzet van het landbouwbedrijf ook maken of kraken. Bovendien is de conjunctuur niet in alle deelsectoren gelijk: de varkens- en melkveesector krabbelen recht na een crisisperiode maar de rendabiliteit van akkerbouw (-1%) en vleesvee (-1;7%) staan al enkele jaren onder druk. Ook de groentesector (-1,7%) en de fruitsector (-0,6%) moeten wat omzet prijsgeven, terwijl sierteelt naar schatting 4,9 procent beter doet.

Van een hoera-gevoel onder landbouwers is volgens Sonja De Becker dan ook geen sprake, zelfs niet bij melkveehouders die hun omzet in een jaar tijd met 43 procent zien stijgen. “De opwaartse beweging van de melkprijs sedert eind 2016 laat toe om de diepe putten te dempen die de crisis naliet. De markt evolueert in gunstige zin, maar dat was broodnodig ook.” Idem voor de varkenshouderij (+9,7% omzet), waar er beterschap is sinds mei 2016. De komende dagen gaan we op VILT.be in detail in op de omzetevolutie per deelsector.

De globale omzetstijging met acht procent is gerealiseerd in de dierlijke sectoren (+12% omzet). Samen zorgen zij voor bijna twee derde van de totale omzet, terwijl plantaardige productie goed is voor 37 procent van de waarde van de Vlaamse land- en tuinbouw. Voor de marge die een landbouwer realiseert op zijn omzetcijfer, zijn behalve de opbrengsten ook de kosten van belang. Die blijven stabiel, met dank vooral aan de prijsdaling voor veevoeders. De veevoederkost maakt immers 47 procent uit van de directe kosten op een gemiddeld landbouwbedrijf.

Andermaal benadrukt de voorzitter van Boerenbond dat de ‘gemiddelde boerderij’ in realiteit niet bestaat en dat de kostenevolutie in de verschillende sectoren anders aangevoeld zal worden. “Een tuinbouwbedrijf heeft geen veevoeder nodig, wel energie en personeel en ziet beide kostenposten stijgen. De energiekost steeg met 8,5 procent, de lonen met 2 procent en ook de kost van zaai- en pootgoed nam met zes procent toe. Naar verluidt is dat vooral toe te schrijven aan het grotere areaal industriegroenten en aardappelen, twee teelten met duur uitgangsmateriaal. Gewasbeschermingsmiddelen werden andermaal een beetje duurder, maar er ging minder geld naar toe omdat ze minder nodig waren dankzij de droge weersomstandigheden. Granen en aardappelen hadden bijvoorbeeld weinig last van schimmelinfecties.

Dat de omzet in 2017 stijgt terwijl de kosten stabiel blijven, is in feite hét grote nieuws van de raming door Boerenbond. De afgelopen tien jaar gebeurde het namelijk niet eerder dat de primaire producenten hun marge konden opkrikken op die manier. Een omzetstijging werd meestal afgeroomd door het duurder inkopen van inputs. Of lagere kosten gingen ook gepaard met minder opbrengsten. Over een periode van tien jaar is dat heel duidelijk want tussen 2007 en 2017 steeg de omzet van de Vlaamse land- en tuinbouw met 11 procent, terwijl de directe kosten met 19 procent toenamen. Globaal daalde de marge dus aanzienlijk. Per 100 euro directe kosten werd in 2007 een omzet gerealiseerd van 141 euro. In 2017 is dat slechts 132 euro.

Land- en tuinbouwbedrijven slagen er niet in om stijgende kosten snel door te rekenen naar de volgende schakels in de keten. Het gebeurt, maar met vertraging en op het einde van de rit vangt de boer een deel van de kostprijsstijging altijd zelf op. “Tot dusver is dat door de sector altijd gecompenseerd door het verbeteren van de kostenefficiëntie, maar het kan ook anders”, zegt Boerenbond-adviseur Pieter Verhelst. Hij geeft samenwerkingsverbanden binnen de voedselketen als voorbeeld, genre het ‘Beter voor iedereen’-varken van Delhaize en de appelsoorten die Colruyt samen met enkele telers in de markt zet omdat Jonagold de duimen moet leggen voor Pink Lady, een importappel nota bene. Samenwerken kan met de volgende schakels in de keten, maar ook tussen producenten onderling in zogenaamde producentenorganisaties.

Hoewel een aantal projecten tot de verbeelding spreken en getuigen van veel samenwerkingszin, blijft de positie van de boer in de agrovoedingsketen kwetsbaar. Als individu heeft hij weinig in te brengen tegen veel machtigere toeleveranciers en afnemers. Ook blijft prijstransparantie een probleem. Bovendien zijn de marges op land- en tuinbouwbedrijven de voorbije tien jaar erg volatiel geworden. En dit zowel aan input- als outputzijde. In de ogen van Boerenbond is dat de grootste uitdaging waar de sector voor staat. “We kloppen al lang op die nagel”, zegt voorzitter Sonja De Becker. “Onze bedrijven moeten weerbaarder en wendbaarder worden. Tegen grote prijsvolatiliteit zijn individuele land- en tuinbouwers niet opgewassen, tenzij je hen op sectorniveau instrumenten aanreikt om het effect van de prijsschommelingen te dempen.”

Daarover lees je morgen meer op VILT.be.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via