nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

02.09.2016 Flashback 2006: Blauwtongvirus doet intrede in België

Tien jaar geleden is het dat ons land voor het eerst werd getroffen door het blauwtongvirus. Wat aanvankelijk eerder een lokaal fenomeen bleek met lokale maatregelen deinde een jaar later uit tot meer dan 5.000 besmette bedrijven en een exportban voor alle Belgische runderen en schapen. Boerenbond raamde de totale schade die het virus in 2007 aanrichtte in de Belgische veehouderij op 38 miljoen euro. Toenmalig federaal landbouwminister Sabine Laruelle weigerde de blauwtonguitbraak te erkennen als landbouwramp. In 2008 werd gestart met een vaccinatiecampagne tegen het virus.

Waar het virus in het verleden al bij regelmaat van de klok opdook in zuidelijk Europa, is het in augustus 2006 voor het eerst dat blauwtong in ons land en onze buurlanden voorkomt. In Nederland wordt de ziekte die runderen en schapen treft, het eerst opgemerkt en vandaar verspreidt ze zich verder naar België en Duitsland. Omdat het virus niet van dier op dier kan worden overgedragen, gaat de overheid niet over tot grote opruimingsacties. Ook voor de volksgezondheid is er geen enkel gevaar gemoeid met de blauwtonguitbraak.

De grote boosdoener in heel het verhaal is een knut, een soort mug die vooral bij warm weer actief is. Knutten leggen eieren in vochtig grasland, vaak in de buurt van runderen en schapen. Het virus wordt doorgegeven aan koeien en schapen wanneer de knutten hen bijten. Dieren die besmet zijn, krijgen over het algemeen koorts, minder eetlust, tranende ogen en neusuitvloeiing. In uitzonderlijke gevallen vertonen ze oedeem van de kop, zwelling van de kroonrand of blauwverkleuring van de tong. De ziekte veroorzaakt grote verliezen omdat de dieren een groeiachterstand oplopen en omdat er abortus optreedt bij zwangere dieren. Bij runderen zijn de verschijnselen meestal wel milder dan bij schapen.

In 2006 werden in totaal 695 gevallen van blauwtong gemeld bij het Voedselagentschap. Om het virus geen vrij spel te geven, beslist het agentschap dat in een straal van 20 kilometer rond de getroffen bedrijven geen dieren mogen verplaatst worden. In de overgang van 2006 naar 2007 worden geen nieuwe gevallen van blauwtong meer gemeld, maar dat is normaal want de knutten kunnen niet overleven bij koude. Maar de hoop dat de koude een definitief einde maakt aan het blauwtongvirus in ons land, mag in augustus 2007 opgeborgen worden. Dat jaar worden maar liefst 6.870 besmettingen gemeld. De ziekte zou aan zowat 42.000 dieren het leven gekost hebben.

Boerenbond raamt de schade op de getroffen landbouwbedrijven op 38 miljoen euro. Er wordt herhaaldelijk aangedrongen op een tussenkomst van het landbouwrampenfonds, maar toenmalig federaal landbouwminister Sabine Laruelle houdt het been stijf en weigert hierin mee te gaan. Wel wordt beslist om te starten met een algemene vaccinatiecampagne. In mei 2008 zijn de eerste blauwtongvaccins beschikbaar. Voor schapen, runderen en stieren die gebruikt worden als kweekdier, is de inenting verplicht. In totaal worden dat jaar zes miljoen doses toegediend aan de drie miljoen dieren die in aanmerking komen voor inenting.

De vaccinatie werkt, want in 2008 worden maar 18 gevallen van blauwtongbesmetting gemeld. Maar de verwachting van wetenschappers die ervan uit gingen dat de ziekte in twee tot drie jaar zou kunnen uitgeroeid worden met vaccinatie, lijkt minder haalbaar. Sinds augustus 2015 is de ziekte weer opgedoken in het centrum van Frankrijk en sinds dan heeft ze zich verder uitgebreid in alle richtingen. Belgische veehouders vrezen het ergste en sturen meteen aan op een nieuwe vaccinatiecampagne. De overheid geeft gehoor aan die vraag en sinds april worden schapen en koeien in ons land weer massaal gevaccineerd waardoor België zijn blauwtongvrije status die het al sinds 2012 heeft, tot op vandaag heeft kunnen behouden.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via